zijn er twee benaderingen, die elkaar uitsluiten.
De eerste is het besturen van zelfvoorkeur door middel van zelfverheerlijking.
De tweede is het zelf besturen van de eigen zelfvoorkeur door middel van zelfverloochening.
De eerste benadering, die van zelfverheerlijking,wat betekent iedereen tot zijn eigen idool maken,
is de [meest] gebruikelijke opvoeding: zij is erop gericht om beide kanten van die januskop
'eer/schaamte' [verder] te versterken, dus door zowel het eer- als schaamtegevoel te vergroten.
De zedelijke deugd betreft vergelijking, competitie: de kwaliteiten waarin je uitblinkt, heten dan deugden.
Je kunt bijna niets zo gek bedenken of mensen gebruiken het om eer te verwerven en te voorkomen dat we ons moeten schamen: wakker of dromend, je gevoel van eigenwaarde staat steeds op het spel,
onze zelfvoorkeur rust nooit. En je bent en blijft zo 'n medespeler. Je vereenzelvigt je met familie,
club, partij of natie.
elkaar kan houden, aldus BM.
de 'leer van Yehosjoea haNatsri aka haMasjiach'.
HOE
vergelijkt BM
deze beide benaderingen?
Hij schrijft:
"De mening dat er geen deugd kan zijn zonder zelfverloochening, is voor een samenleving nuttiger dan de tegenovergestelde leer, die de deur wagenwijd openzet voor hypocrisie!"Met
hypocrisie bedoelt
hij hier geen warme geurige massageolie,
maar schijnheiligheid, {volks}verlakkerij dus.
De kenmerken van {ware} 'christelijkheid' zijn nederigheid,
het liefhebben van alle naasten en vooral je vijanden.
Wie ziet in een terrorist zijn evenmens en behandelt hem zo?
Hoe kunnen er eigenlijk kerkgenootschappen bestaan, terwijl die christelijkheid geen kerk kent?
Keren we nu nog eventjes terug naar het begin, naar de moralist die, wondertje [boven wondertje],
erin slaagt om onze buren 'te verheffen'. De moralist leidt ons allen: geen aanhanger van de modieuze,
kleinridderlijke deugsethiek, maar iemand met overtuiging en macht, 'n kerkse moralist.
In 't gedicht
"De morrende korf of eerlijk geworden schurken" vertelt BM wat er gebeurt
als de moralist zijn zin krijgt: onze welvaart verdwijnt, de lol is eraf, in een kloosterachtige samenleving is karigheid troef, althans voor wie geen machthebber is. Pastorale of priesterpolitieke deugd is de over-treffende trap van de goddelijke voorzienigheid.
HOE kan dit gebeuren?
De betrokkenen zullen altijd externe redenen aanvoeren, zoals oude boeken, geleerden of autoriteiten.
Deze zijn [practisch altijd] bedrieglijk. Er is maar EEN echte relevante vraag over: wiens zelfvoorkeur komt er nu door aan haar trekken? Die van de moralist in kwestie! We kunnen concreter worden en denken aan
voorbeelden als de taliban, communistische regimes e.d. Maar BM bespreekt uitvoerig 't christendom,
in al z'n tegenstrijdige verschijningsvormen.
Christendom is geen christelijkheid naar zijn mening.
Christendom is [vooral] wereldlijke macht en rijkdom, met allerlei duffe eigenbrouw als ondernemingsideologietjes: in de concurrentiestrijd om marktaandelen van gelovigen {roomskatholieken & pinksterevangelicalen e.d.}, keiharde kiezers & laffe leden is ELK middel geheiligd door 'ideologie'?!
Zelfvoorkeur wordt geacht niet eerzamer bevredigt te kunnen worden {ueberexhibitionistisch} dan
in openbare kerken, knusse partijen & vruchteloze verenigingen.
Niet alleen
van christendommelijke signatuur overigens: met
ELK
geloof gaat het fout,
zodra iemand z'n brood ermee gaat verdienen,
concludeert BM.
Christelijkheid
is strikt persoonlijk, volgens hem.
Niets kan een goddelijke instelling zijn, dat niet als zodanig in de heilige Schrift bekend is gemaakt.
De therapeutische leer van Christus kan iedereen [van goede wil] zelf wel uit de Bijbel halen!
Niemand kan er hoe dan ook verder nog iets zinnigs over zeggen, eraan toevoegen of afdoen?
Haar toepassen is vooral 'doe-het-zelven' {'n gamma van
'je-weet-wel-waarom'}, ter
ere van
"G d".
Niet
alleen buren
hebben korte lontjes:
"Er is niets zo klein, zo onschuldig of zo onbetekenend, waarin individuen van onze soort
kunnen verschillen, of zelfvoorkeur kan er een aangrijpingspunt van maken
om ruzie te blijven zoeken!"RUZIE
voor we
het goed beseffen,
door de automatische piloot van onze zelfvoorkeur.
Omdat we vergelijkenderwijs leven.
Niemand is ongelukkig,
behalve als hij vergelijkt,
zei Seneca.
Bernard Mandeville keert het om:
"niemand is gelukkig,
tenzij hij vergelijkt!"Het
is jouw
eigen schuld
als je niet gelukkig bent?
Moet je maar leren om go{e}d te vergelijken!
Verschillen zijn eigen of vreemd: vreemd zijn alle verschillen die ons met de paplepel worden ingegoten.
Ze zijn onecht, zijn als vooroordelen: wie
geestelijk lui is, blijft
erin hangen &
zichzelf verder
vertroebelen.
EIGEN
zijn die
verschillen
waardoor elk
individu, van iedere soort
overigens, juist bestaat,
in 't geheel van de wonderbaarlijke schepping,
waarvoor ieders rede te ondiep is.
In de helderheid
van deze verschillen
sluit de zelfvoorkeur van de een
die van de ander
juist niet uit.
Nabuurschap is gebaat bij de
'beschaving', christelijkheid
bij verschillen
...

