modern mydicriticisme: fundamentele mydibronnen ~


~*~

HOE
is het
in g dsnaam/hemelsnaam mogelijk?
Geloven in iets waar
je verder eigenlijk helemaal niets
van weet of kunt weten? Bij
het stellen van de vraag [je komt
het zo nu en dan nogal eens tegen
in myDiary?] naar "G D" moet je eigenlijk dus al
enig 'idee' van 'g d' hebben, want iedere vraag is gericht,
en het is nu eenmaal onmogelijk om naar iets te zoeken,
zonder enig begrip te hebben van hetgeen men zoekt, hoe vaag en
pover dat begrip verder ook mag zijn!
In onze worsteling met dit 'mydiprobleem' is dan ook de volgende stap voorwaarts [achterwaarts/zijwaarts?] naar boven en/of naar beneden
slechts een fenomologisch onderzoek
betreffende de vraag naar g d zelf ...
HOE is deze mydivraag gestructureerd?
Of hoe zou ze eigenlijk geformuleerd moeten worden?
WAT wordt er allemaal al in die vraag zelf
[al of niet] geimpliceerd?
En aan welke voorwaarden
zou er nu en hier wel of niet voldaan moeten [kunnen] worden
om er een min of meer bevestigend antwoord op te krijgen:
is theologie eigenlijk wel mogelijk of is het net als alle
goedkope filosofie & leeg getheoretiseer
mydigeklets en ~gezwets in de
cyberspeciale virtuele lage
landenruimte?

~@~


WE
moeten bedenken
dat onze mydivraag
de religieuze 'vraag naar
G d' is, en dat die
een existentiele structuur heeft. Dat wil zeggen:
het is NIET een theoretisch of speculatieve vraag,
die slechts door het intellect wordt gesteld,
maar een praktische vraag,
gesteld door de gehele mydimens,
die in de wereld moet bestaan
en besluiten moet nemen
aangaande ons
mydibestaan?

MISSCHIEN
kan de vraag naar g d
gesteld worden op een zuiver theoretische wijze,
maar dit zal dan geen vraag zijn die ook enigermate
echt van belang is voor de theologie,
en misschien zou die vraag ook zelfs helemaal niet zinvol zijn:
er valt immers helemaal niets te bewijzen en/of te ontkennen?
Of iets al of geen zin heeft hangt maar helemaal af
van degene die zin
'ontwerpt'?

WE
zouden
de vraag naar g d
bijvoorbeeld kunnen opvatten als een [i[kosmologische vraag,
waarin "G D" in de plaats zou komen van een verklarende hypothese,
naar voren gebracht om de wereld als geheel
of bepaalde gebeurtenissen in de wereld
te verklaren ...

VOOR
een lange
tijd trachtte de mens menig gebeuren te verklaren
in termen van allerlei bovennatuurlijke machten.
Maar sinds de opkomst van de natuurwetenschappen
leerden we onze verklaringen te zoeken
in factoren die immanent zijn
aan het proces zelf.

DE
befaamde opmerking
van Laplace tot Napoleone Buonaparte:
"Ik heb geen behoefte aan die hypothese,"
drukt niet meer uit dan onze moderne houding ten opzichte van de wereld
als een zichzelf regulerende
entiteit?

DE
wetenschap
deinst natuurlijk terug voor de allerlaatste vraag,
waarom er ueberhaupt een wereld is,
maar dit is niet meer dan een erkenning dat een dergelijke vraag nu NIET te beantwoorden is
door het beperkte intellect
dat onze mydiwereld
kent.

DE
religieuze
'vraag naar g d',
existentieel gestructureerd,
verschilt van iedere theoretische vraag,
waar het een verklarende hypothese betreft?
We zien niet uit naar een onzichtbare, ontastbare entiteit,
waaruit wij het bestaan zouden
kunnen afleiden ...

MISSCHIEN
zoeken we
wel in het geheel
niet naar een entiteit,
of naar iets dat als mogelijk object
tussen andere objecten zou kunnen worden opgevat.
Deze opmerkingen suggereren onmiddellijk dat we zeer argwanend
moeten zijn bij het traditionele formuleren van 'de vraag naar g d'
~ een formulering die meestal luidde:
"Bestaat God?"

WANT
deze vraag
impliceert reeds het
idee van god als een mogelijk bestaand wezen.
Deze vraag loopt parallel met een vraag als:
"Bestaat er nog een andere planeet buiten Pluto?"
Dit is iets heel anders dan de religieuze,
existentieel gestructureerde vraag naar God.
Deze laatste vraag zou ongeveer ZO geformuleerd moeten worden:
"Kunnen we het Zijn beschouwen als genade?"
Het is een vragen naar de aard van de genade, die het menselijk leven leefbaar maakt,
vanuit een stuwende kracht die buiten de mens zelf ligt,
waardoor dit leven ophoudt zich te bevinden
in de tragische controverse waarin het zich
zou bevinden zonder de genade.
"God" is het religieuze
woord voor Zijn,
als genade
opgevat.

DE
woorden "God"
en "Zijn" zijn niet synoniem,
want Zijn kan het karakter van iets onbepaalds hebben,
en in dat geval zou men het niet met "God" kunnen aanduiden.
"Zijn" kan alleen met "God" worden gelijkgesteld, wanneer Zijn de hoedanisgheid heeftvan genade en een klankbord is voor 's mensen existentiele staat.
Nu kan het Zijn zelf niet beschouwd worden als een entiteit,
want het is klinkklare onzin om te beweren:
"Zijn bestaat"!

HET
Zijn zelf
hoort niet tot
de orde van bijzondere
zijnden ~ of 'entiteiten', zoals ze
genoemd kunnen worden om verwarring te vermijden ~
waarvan men kan zeggen dat ze bestaan of niet bestaan.
In Martin Heideggers taal verhoudt het Zijn zich tot de entiteiten
als het totaal andere, de transcendens, de niet~entiteit,
die niettemin 'meer zijnde' is (seinender) dan welke mogelijke entiteit ook.
[MH stelt in zijn hoofdwerk de vraag naar de zin van het zijn:
volgens hem heeft de mens het 'zin' uit het oog verloren en houdt zich slechts opper-
vlakkig met de dingen {zijnden} bezig.
Wij zijn over het algemeen vervallen
tot een toestand van [zin]loos geredekavel,
alledaagse flauwekullerige onpersoonlijkheid en totale dubbelzinnigheid.
De mens dient zich van deze toestand van "Seinsvergessenheit" af te wenden
en te leven vanuit onze tijdelijke en op de dood gerichte
geworpenheid in het
'zijn'?]!

MAAR
wanneer God
wordt gelijkgesteld met
Zijn als genade, dan
is de vraag niet, of
er een of andere entiteit bestaat,
maar of het Zijn van dien aard is,
dat het de mydimens in ons zoeken naar genade
te hulp komt ...

KUNNEN
we duidelijker
zien welk voorwaarden
vervuld moeten zijn, indien
Zijn herkend kan worden als God?
De vraag naar God komt voort uit de vervreemding van de mydimens van onszelf,
en onze onbekwaamheid om de polariteiten van beperktheid en vrijheid,
die ons wezen vormen,
te verenigen?

DEZE
twee polen
moeten in voortdurend
en teleurstellend conflict blijven,
indien er geen relatie bestaat tussen het Zijn waaruit wij zijn voortgekomen
als een omschreven existentieel centrum, en de waarden en idealen
waar wij in onze vrijheid naar streven,
als naar het uiteindelijke doel
van ons wezen.

INDIEN
Zijn het
karakter van genade
heeft en geidentificeerd kan worden met God,
dan moet aan de voorwaarde voldaan worden, dat het Zijn waaruit de mydimens voortkomt,
coincideert met het einddoel van onze vrijheid, zodat de polen van ons bestaan weer samenvallen
en wij van onze vervreemding
worden genezen.

ONDER
de 'moderne'
theologen komt dit
idee het duidelijkst bij Paul Tillich naar voren,
die twee typische wijzen van spreken heeft over God, als 'eerste zijnsgrond'
en als 'laatste bestaansreden'.

MAAR
precies dezelfde
structuur is te onderscheiden
in de meer traditionele ideeen omtrent God?
OQ bijvoorbeeld schrijft: "God is de alfa en de omega van alle dingn,
de bron waaruit zij voortkomen, het doel waarheen wij vlieden,
en de eenheid waarin alles in allen
samenkomen!

DE
taal is
hier eerder kosmologisch
dan existentieel, maar deze
'beschrijving van g d'
heeft precies dezelfde structuur als
die waarbij we uitkwamen
op een existentiele
en ontologische
weg?


~*~

DIT
moet als
fenomologische beschrijving van
'de vraag naar g d' voldoende zijn.
De vraag is duidelijk geworden en we zien de betekenis en de inhoud ervan?
Maar de zaak kan hiermee niet zomaar als afgedaan worden beschouwd ~ anders zou ik ervan kunnen worden beschuldigd dat theologie eerder een mogelijke studie van het mogelijke is,
dan dat zij mogelijk is als een studie
van de meest concrete
mydirealiteit!

MAAR
naar welke
evidente materie zouden
we nu kunnen zoeken om inhoud te geven
aan de formele structuur
van de analyse?

STRAKS
of later
dan toch maar
weer even 'terug' en
'voorwaarts' naar de 'wortels van ons bestaan'
via Afrika {?} in India en
Israel!?

~@~
OK!
24 jan 2007 - bewerkt op 27 jun 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende