mo 21 lf 277b als andere verwijsbronnen neemt hij


DE
SIRA,
HET LEVEN
VAN DE PROFEET,
EN DE CONSENSUS
ONDER DE GEMEENSCHAP,
OM TE BEGINNEN DIE VAN DE OUDE WIJZEN UIT MEDINA.

DIE WETTEN MOETEN VOORAL
HET ALGEMEEN BELANG DIENEN, ZO ZEGT HIJ,
EN DAT STANDPUNT BLIJFT OVERHEERSEN IN DE GEEST VAN DE JURISTEN
VAN DE MALIKITISCHE SCHOOL, DIE TEGENWOORDIG DOMINANT IS IN DE MAGHREBLANDEN,
IN ZWART AFRIKA EN IN EEN DEELNVAN EGYPTE? DIE OPVATTINGEN VAN DEZE ISLAMGELEERDEN HEBBEN GELEID
TOT DE AFSCHAFFING VAN POLYGAMIE IN TUNESIË ... UIT EERBIED VOOR DE SJARIA, DE MOSLIMWET.
DE MALIKITISCHE RECHTSGELEERDEN BUITEN TUNESIË
HEBBEN DE WET (HELAAS NOG) NIET
OP DEZELFDE MANIER
GEÏNTERPRETEERD!

Terwijl Malik zijn FIQH opstelt
stellen de leerlingen van Aboe Hanifa (gestorven in 765),
een Perzisch meester uit de Iraqese stad QOEFA, de interpretaties op schrift
van deze man, die laksheid in de uitwerking Vandeurzen wet werd verweten en een grote strengheid
ten opzichte van de Hadith waarvan HÍJ zeer weinig als ècht oorsprònkelijk (h)erkende. Net als hun meester
nemen de leerlingen van Aboe Hanifa de notie van RA'I als belangrijkste criterium, dat wil zeggen de persoonlijke mening
of de redelijkheid: een wet is alleen dàn geldig als ze overeenkomt met wat men goed acht,
zeggen ze, en op de dag des oordeels
zal Gòd 'de zíjnen
herkennen'.
26 apr 2013 - bewerkt op 28 apr 2013 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende