Mijn week

Ik maak mijn kamer altijd schoon voordat ik een drukke week verwacht. Dan stof en stofzuig ik en gooi ik alle troep van mijn bureau en probeer ik er een ander plekje voor te vinden. Vervolgens lukt dat niet, want mijn kasten zijn propvol en dus moet het allemaal weer terug op mijn bureau, op een stapel gepleurd.

Gisteren was het begin van weer een drukke week. Ik heb drie vakken op dit moment, dat is de eerste en de laatste keer ooit dat ik drie vakken heb. Normaal volg ik er twee. Dus dit is 1/3e meer werkdruk dan ik zou willen. Mijn week gaat als volgt:

Maandag moet ik terug naar huis fietsen, vanaf mijn vriend. Ik zet de wekker daarvoor rond 8:30, zodat ik rond 9:30 de deur uit kan. Dat betekent dat ik om 10:30 thuis ben, kan douchen en dan om 11:00 de hoorcolleges versneld kan gaan kijken. Om 12:00 heb ik nog een hoorcollege. Meestal moet ik boodschappen doen. De rest van de dag moet ik me voorbereiden op het college van dinsdag, dat houdt in dat ik ongeveer drie artikelen moet lezen en een filmpje moet kijken.

Dinsdagochtend kom ik rond half negen uit mijn bed rollen. Mijn motivatie om uit bed te komen wordt elke dag kleiner, omdat ik weet dat ik zoveel moet doen zodra ik op sta. Ik moet namelijk vóór mijn college vaak nog een artikel lezen, dan heb ik een hoorcollege van 11:00 tot 12:45, dan een werkcollege van 13:15 tot 14:00. Dan ga ik meestal niksen, want ik heb woensdag vrij en mijn energie wordt erg afgetapt door die twee colleges. Maar soms moet ik een half boek lezen voor donderdag en moet ik dan dus ook aan de slag.

Woensdag noem ik mijn 'vrije' dag. Ik ga nog een keer boodschappen doen en langs de kringloop. Daar haast ik me niet voor. Na lunchtijd ga ik weer aan het werk, met het lees- en kijkwerk voor donderdag. Dat is vaak weer een stuk of twee artikelen. Dus deze dag doe ik meestal rustig aan.

Donderdag heb ik weer een college om 11u. Ik begin daarvoor soms al aan het leeswerk van vrijdag en daarna ga ik weer verder.

Vrijdag heb ik een meeting van 10:00 tot 11:00, een hoorcollege van 11:00 tot 12:00 en een werkcollege van 13:15 tot 15:00. Daarna fiets ik naar mijn vriend in keiharde wind tegen, want blijkbaar is het altijd wind tegen rond dat tijdstip en als ik er eenmaal ben moet ik met mijn kont op die bank zitten en er niet van af komen.

Zaterdag en zondag doe ik niets aan mijn studie, tenzij ik een presentatie, toets, of project heb. Wat eigenlijk best vaak is. Een week geleden moest ik bijna drie uur vergaderen in de keuken van mijn vriend, omdat ik met twee perfectionisten zat die elk detail over de presentatie wilde bespreken. Dat was vermoeiend. Hij gaat vaak ook een ochtendje sporten en dan kan ik colleges kijken, papers schrijven, of gewoon, een beetje opruimen. Alle vaat afwassen en opruimen en de tafels afhalen.


Hij zegt dan dat hij zijn ruimte beter schoon zal houden als het een appartement of huisje is, want dit is maar een kamer. Dat vind ik onlogisch. Ik snap het als je de gezamenlijke ruimtes niet spic en span houdt, want daar is een gezamenlijke inspanning voor nodig. Maar je kan je eigen kamer en je koelkast wel schoonhouden. Waarom ligt er al vier weken datzelfde ei in de deur van je koelkast? Waarom heb je twee stukken kaas liggen, waarvan een al uitgedroogd is? Welke van de twee melk is nog goed? Waarom heb je vier bijna lege verpakkingen witte rijst en twee bijna lege verpakkingen zilvervliesrijst in je kastje? Waarom vraag je altijd aan mij waar alles ligt? En waarom, wáárom, heb je drie bergen kleding?

Ik heb ook wel eens een bergje kleding op mijn vloer liggen. Gewoon, het is net niet vies. Meestal is dat maximaal één setje kleding. Ik vind het dan ook niet raar als mensen een bergje kleding hebben. Ook al is het vier setjes kleding. Maar dat heeft hij keer drie. Als ik vraag naar het systeem, zegt hij dat er geen systeem in zit.
Ik heb toen gezegd dat we het maar allemaal gingen wassen. En toen hebben we het allemaal gewassen. Er ligt nog maar één bergje kleding en dat heeft hij volgehouden. Ik gooi alles wat naast de berg ligt ook passief agressief in de wasmand. Die hij heeft. Hij heeft een wasmand.
Hij heeft nog een wasmand, maar god mag weten wat daar in ligt, want die staat volgepropt met kleding in de kast en ik dénk dat het oude troep is, maar het is niet mijn verantwoordelijkheid.

Dan ga ik maandag weg en als ik vrijdag terugkom, staat mijn vieze mok er nog en dan verbaast het me niets dat er soms een kolonie fruitvliegjes in zijn huis verblijft.
Waarom maakt dit me zoveel uit? Ik verblijf er drie dagen in de week, maar hij verblijft er zeven dagen in de week. Voor mij staat een onopgeruimde kamer gelijk aan een onopgeruimd, chaotisch hoofd. Er liggen lege plastic flessen onder de bank. En een kledinghanger. Er staat een leeg pak melk naast zijn bed. Waarom melk?
'Ik had dorst.'
'Maar...' weet je, laat maar.

Ik probeer hem te overtuigen door te zeggen dat zijn kamer, zijn koelkast en zijn keukenkastjes zijn verantwoordelijkheid zijn. Dat het een goed idee is om al kleine, goede gewoontes te gaan ontwikkelen. Zoals: lege verpakkingen weggooien. Er is geen reden om vier lege flessen wasmiddel te laten staan. En: zodra je een probleem ziet dat je gelijk op kan lossen, los het dan gelijk op. De glasbak is drie minuten lopen en door het glas zo snel mogelijk weg te gooien, voorkom je die fruitvliegjesplaag. Ik ben van mening dat dit kan helpen met je comfortabeler voelen in je kamer.
Hij zegt dat als ik het een teringbende vind, ik dat gewoon zo moet zeggen, maar zo wil ik het niet formuleren. Daarnaast is het niet de bedoeling dat ik zijn huis steeds op ga ruimen, want dat is zijn verantwoordelijkheid.

Aan de andere kant lag er al zo lang als ik er kom een pot met drie (!) pepernoten op de grond. Die pepernoten waren dus ongeveer een jaar oud toen ik ze eindelijk weg ging doen. Ik had er al over gegrapt dat je er iemands hoofd mee in kon slaan. Ik waste de pot af en vond dat die wel voor iets anders gebruikt kon worden.
Zoals aanstekers en dergelijken. Mijn vriend heeft veel aanstekers op de grond liggen. Ik heb er niets mee te maken, maar elke keer dat ik er een zie, zeg ik luid: 'Wow, een aansteker!' en leg ik hem naast de andere aanstekers. Dat resulteert vaak in een rijtje van plusminus vijf aanstekers. En twee weken later liggen ze weer verspreid over de kamer en kan ik ze weer verzamelen, met een: 'Hé, een aansteker, wat doet die nou hier?!'
Mijn sarcastische kutopmerkingen hebben vooralsnog weinig effect.

Maar nu had ik dus een glazen pot met aanstekers verzameld, die ik pontificaal op tafel had gezet.
'Misschien kan je je wiet of zo er ook bij doen.'. zei ik, want die zakjes liggen ook vaak genoeg op de grond en dan vraag ik me af waar die banana cream kush dat aan heeft verdiend. Hij noemde dit 'het beste idee van de maand' en nu neemt hij zijn potje pot mee naar zijn vrienden en zegt 'ie dat ik dat had bedacht en het heel handig was. Ik reageer er alleen op dat ik nu de woordgrap 'potje pot' kan maken.
Dit idee had iedereen die een beetje georganiseerd is kunnen bedenken.

Ik had een keer een touwtje aan zijn sleutelbos geknoopt, zodat hij die aan een haakje op kon hangen, zodat hij altijd wist waar zijn sleutels hingen. Dit heeft niets opgelost, want hij roept nog steeds naar mij of ik weet waar zijn sleutels zijn.

Het is niet eens het feit dat zijn kamer ongeorganiseerd is. Het is meer het feit dat ik bang ben dat ik een moederrol op me ga nemen en constant zijn zooi op ga ruimen, à la de gemiddelde vrouw die veel meer huishoudelijke taken verricht dan de gemiddelde man en daardoor eigenlijk veel meer 'werktijd' heeft. Maar hij ziet de troep niet zoals ik dat zie. En ik denk: ik 'woon' hier drie dagen in de week, ik draag ook bij aan de rotzooi, ik moet het ook opruimen.
Over de kleine dingetjes zeg ik wel: 'Laten we dit opruimen.'. en dan antwoordt hij dat ik als ik bij hem juist rust moet nemen en dat hij het wel doet.
Maar die pot met drie pepernoten lag er ook een jaar.
Dus hij gaat het niet doen.
En dan ben ik toch drie uur alleen en kan hij me niet vertellen dat ik niet moet opruimen en alleen achteraf zeggen dat het wel handig is en dat ik er geen gewoonte van moet maken om alles op te ruimen.


Ik ben wat meer gaan tekenen en schilderen de laatste tijd. Hij heeft een tekening die ik van het spel Hollow Knight had gemaakt en een schilderijtje van een pannenkoekenplant hangen. Een tijd geleden had ik ook vier plantenhangers voor hem geknoopt en die hangen er ook nog. Ik hoop dat het zijn kamer een beetje meer een thuis maakt en dat 'ie het dan ook meer als een thuis gaat behandelen. Als ik tijd heb maak ik nog een schilderijtje voor hem.

Maar ik heb geen tijd. Ik heb volgende week een toets en ik moet dus naast alle gebruikelijke taken ook leren. Vervolgens moet ik ook een plan bedenken voor mijn scriptie en stage, want dat was ik vergeten en toen kreeg ik een mailtje van mijn begeleider over hoe het gaat.
Ja, uh, ja, ik heb het maar druk. Nog geen tijd gehad voor dat plan, ja.
Ik durf dat bijna niet terug te mailen.

Ik heb nu ook kostbare werktijd verspild door dit allemaal te tikken.
24 nov 2020 - 138x gelezen
Profielfoto van iAngel
iAngel, vrouw, 22 jaar
 
Log in om een reactie te plaatsen.   Schrijf reactie
  vorige volgende