Het mooie aan al die verhaaltjes is dat ze nog steeds passen op de meest uiteenlopende situaties
van alle tijden wereldwijd onder de meest verschillende soorten mensen van alle leeftijden ondanks die zo vreselijk benauwende situaties rond de jaren dertig van die eerste eeuw onder de heidense bezettingen ...
Men probeerde gewoon uit te leggen waarom het gaat in een mensenleven tussen geboorte en vergaan: 't
geven van hoop door middel van onder andere die 'dope' in een beter, nieuwer, rechtvaardiger mensheid?
Als je alle 'overbodige' extra's, ophemelingen, duivelse geesten, bezetters, collaborateurs en krankzinnige
keizers zou kunnen weglaten, dan blijft er gewoon 'n soort van paradijselijk bestaan over waar we blijkbaar
allemaal nog steeds naar verlangen ondanks alles! Zwangerschap, rechtschapenheid, bevrijding van angst
& ziekteverschijnselen, bewustwording van individuele & sociale mogelijkheden in 'n schoner wereld zonder
schrijnend gebrek & afschuwelijke wreedheid als betrof het voortaan een paradijs op aarde voor alle leven.
Ze laten je
ZO
van de weeromstuit ook duidelijker zien wat er nog allemaal aan schort her & der op aarde.
Matai vertelt dus in feite hetzelfde verhaal met wat varianten
zoals dat gebruikelijk is onder herschrijvers?
Allerlei exegeten strijden nu nog steeds over de vraag of hij van Marcus 'overneemt' dan wel zijn eigen ge-bruikt, in ieder geval legt hij enkele heel eigen accenten
{Matai 15,10-39}:
WAYIEKRA EL-HA'AM WAYOMER LAHEM SJIEMOE WEHAVIENOE: LOHABA EL-HAPEH YETAMEE ET-HA'ADAM KIE IEM-HAYOTSEE MIN-HAPEH HOE METAMEE ET-HA'ADAM; WAYIEGSJOE EELAW TALMIEDAW WAYOMROE HAYADAETA KIE HAPROE-SJIEM ET-HADAVAR HAZEH NIECHSJELOE-BO; WAYA'AN WAYOMAR KAL-MATA ASJER LO NATA AVIE SJEBA-SJAMAYIEM AKOR YEEAKEER; HANIECHOE OTAM MENAHALIEM IEWRIEM HEEMAH LAIEWRIEM WECHIE-YOLIECH IEWEER ET-HAIEWEER WENAFLOE SJNEIHEM BETOCH HABOR; WAYA'AN PETROS WAYOMER EELAW BAEER LANOE ET-HAMASJAL HAZEH; WAYOMER YEESJOEA ADENAH GAM-ATEM BE'EIN BIENAH?
...
Nadat hij 't mensenvolk bij zich geroepen had zei hij tegen hen:
LUISTER & ZIE IN! Als jullie
goed luisteren naar wat ik zeg
dan kom je tot inzicht & begrijp je
waarom het me eigenlijk gaat
hier & nu!
Niet wat de mond ingaat maakt een mens onrein, maar wat je mond uitkomt, dat maakt 'n mens onrein!
Daarop kwamen de leerlingen naar hem toe & zeiden:
'WEET JE DAT DE FARIZEEEN AL JOUW UITSPRAKEN GEHOORD HEBBEN
& DAT ZE DIE ERG STUITEND VINDEN?' En hij antwoordde hen:
'ELKE PLANT DIE NIET DOOR MIJN HEMELSE VADER IS GEPLANT, ZAL MET WORTEL EN TAK WORDEN UIT-GERUKT! LAAT ZE TOCH, DIE BLINDE BLINDENBEGELEIDERS! ALS DE ENE BLINDE DE ANDERE RONDLEIDT, DAN
VALLEN ZE ALLETWEE IMMERS SAMEN IN EEN KUIL?' Toen vroeg Sjim'on Petros aka Kefas aan hem:
'Wil je ons die uitspraak alsjeblieft uitleggen?' Yesjoe zei:
'BEGRIJPEN NU OOK JULLIE NOG STEEDS NIET WAT IK BEDOEL?
Zien jullie dan niet in dat alles wat de mond ingaat in je maag terechtkomt & weer op den duur in de beerput verdwijnt? Wat daarentegen de mond uitgaat komt uit het hart, en het zijn juist die dingen die een mens onrein kunnen maken! Want uit het hart ['het vlees'] is 't dat alle boze gedachten komen zoals moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen & laster!
Dat is het wat een mens onrein maakt, en niet het eten
met ongewassen handen!'
En weer vertrok Yehosjoea:
hij week uit naar 't gebied van Tyrus & Sidon
[omdat 't weer eens veel te gevaarlijk was geworden in Galilea?]!
En kijk,
plotsklaps kwam er 'n Kana'anitische vrouw die uit die streek afkomstig was naar buiten & riep:
'HEB MEDELIJDEN MET MIJ, HEER, ZOON VAN DAVID! MIJN DOCHTER IS BEZETEN DOOR EEN DEMON EN
WORDT ER VRESELIJK DOOR GEKWELD!' Maar hij keerde haar geen blik waardig & gaf haar niet eens antwoord zodat zijn leerlingen naar hem toekwamen en hem dringend vroegen:
'STUUR HAAR TOCH EINDELIJK EENS WEG
ANDERS BLIJFT ZE ALSMAAR SCHREEUWEND ACHTER ONS AANLOPEN!'
Hij antwoordde hen:
'Ik ben alleen maar gestuurd naar de verloren schapen van het huis van Israel!'
Maar zij kwam naar hem toe, knielde voor hem neer en zei:
'HEER, HELP ME TOCH!'
Eindelijk antwoordde hij haar & zei:
'Het is niet goed om de kinderen het brood af te nemen
& 't aan de honden te voeren!' Maar zij zei:
'Dat is ongetwijfeld helemaal juist en waar,
maar de honden eten toch de kruimels die op de grond gevallen zijn van de tafel van hun meester?'
Toen pas gaf Yesjoea haar echt antwoord & zei tegen haar:
'VROUW, JIJ HEBT 'N GROOT GELOOF OM ZO OP MIJ TE VERTROUWEN: IK HOOP DAT 'T JE MAG VERGAAN ZOALS JE ZO INNIG VERLANGT & DAT JOUW WENS IN VERVULLING ZAL GAAN!'
Yesjoe trok alsmaar weer verder
& weer bij het Harpmeer van Galilea gekomen ging hij de berg op en ging daar eindelijk even zitten,
maar er kwamen al heel snel weer grote mensenmassa's op hem af die allerlei verlamden, blinden, kreupelen, doofstommen & vele andere hulpbehoevenden met zich mee hadden gebracht,
die men aan zijn voeten legde & hij genas hen allen & de mensen verwonderden zich hoe doofstommen gingen spreken, kreupelen er weer beter van werden en zo gingen lopen net als de verlamden & blinden eindelijk weer konden zien & ze brachten hulde aan de "G d van Israel"!
En nadat Yesjoea z'n leerlingen bij zich had geroepen,
zei hij tegen hen:
'Ik heb nu wel heel erg medelijden met al die mensen die alsmaar achter me aan blijven lopen
want ze zijn nu onderhand alweer drie dagen bij me en hebben niks meer te eten & hen allen met een lege maag naar huis sturen dat wil ik niet omdat ze dan onderweg van honger & ellende zouden bezwijken!?'
De leerlingen antwoordden hem & zeiden:
'Dat is allemaal goed & best, maar waar halen we in 's hemelsnaam hier in de woeste verlatenheid genoeg brood vandaan om alle mensen te kunnen voeden?'
Yesjoe vroeg aan hun hoeveel brood zij nog bij zich hadden en zij zeiden:
'Zeven broden & nog wat visjes!'
Vervolgens gaf hij alle mensen opdracht om op de grond te gaan zitten rondom hem
waarna hij de zeven broden & de vissen nam, z'n gebruikelijke dankgebed uitsprak,
de broden brak & samen met vis zo z'n leerlingen gaf die ze
aan de mensen uitdeelden zodat iedereen at
& verzadigd werd & toen ze de stukken brood
die daarna nog over waren ophaalden,
hadden ze nog zeven mandjes vol
met stukjes & beetjes ervan over
terwijl er toch ongeveer
zo'n vierduizend man
van gegeten had,
vrouwen & kinderen
niet eens meegerekend &
nadat hij eindelijk alle mensen had weggestuurd
om weer naar huis te gaan stapte hij in 'n bootje & voer weg vandaar
naar de omgeving van Magadan
aan de zuidoost~oever
van het water
~~~
