Keihard fluweelzacht halfzacht Re: vreemde gasten!
aanbidders
~@$@~
ANYWAY:
DE grote gedachte die bij dit alles genoemd wordt,
is het koninkrijk G*Ds?
DIT blijft een zegswijze om over G*D zelf te spreken:
'de grote Koning' ...
{Mat 5:35}
~@$@~
"Het koninkrijk komt"
valt samen met:
'de Koning, G*D zelf,
is komende'!
~@$@~
De tweede uitdrukking die Yeshu aanhoudend bezigt,
is 'de Vader', of 'mijn Vader',
met zijn vele attributen {'die in de hemel is',
'die in het verborgene ziet',
'die dit allemaal wel weet',
enzovoort ...
~@$@~
In de fameuze Bergrede van Mattai 5-7 is "Vader"
verreweg het meest voorkomende woord
{naast 'koninkrijk' & 'gerechtigheid'}!
~@$@~
Al is de hele redevoering uitgesproken een constructie van de evangelist,
die hoge frequentie in de voor een belangrijk deel traditionele woorden-schat wijst toch op een zwaartepunt in het spreken van Yeshu ...
~@$@~
"Koninkrijk" & "Vader" horen bij elkaar als EEN leidmotief
in Yeshu's verkondiging ...
Is 'het koninkrijk' een symbool om over G*D te spreken,
de naam "Vader" noemt hem op meer intieme wijze {'papa'/'daddy'},
als de binnenkant
van hetzelfde
...
Yeshu
zal best,
zoals de meeste
'meesters'/rabbi's van zijn generatie,
nu eens het register hebben geopend van het publieke spreken
in meer gesluierde {versluierende} taal,
DAN weer het register van de esoterische overdracht met intiemere
aanduidingen om Vader of heilige Geest
ter sprake te brengen.
~@$@~
Het woord "ABBA" dat eenmaal voorkomt in de evangelies en tweemaal
in de briefwisseling van Paulus,
gaat zeker terug op Yeshu zelf
en wijst op het zeer vertrouwelijke karakter van zijn omgang met G*D,
bovendien op de een of andere wijze onderwezen en doorgegeven
aan de zijnen ...
~@$@~
De ontleding van de spreuk uit Mat 11:27 ~
"Niemand kent de Zoon {Mens} tenzij de Vader {G*D}",
laat zien hoe sterk de wederkerigheid en exclusiviteit in die relatie zijn,
maar ook hoe ze worden aangereikt aan ieder die zich
ervoor openstelt!
~@$@~
Tegelijkertijd worden we ons ervan bewust dat woorden zoals 'zoon' of 'vader' metaforen blijven die op een gegeven moment moeten wijken
voor de realiteit zelf van de Ander in Yeshu,
of ook in ons ...
~@$@~
ZOALS hij erover spreekt,
stellen we wel een sterk zelfbewustzijn vast,
innig verbonden met het godsbesef {G*Ds Besef},
maar toch niet zodanig dat zijn relatie tot G*D een persoonlijk voorrecht
zou zijn.
~@$@~
Integendeel:
wat hij ter sprake brengt,
is de kern die Iedereen in zijn of haar leven te realiseren heeft ...
Het goddelijke zoonschap is in het joodse verstaan de eigenschap van het volk, en Yeshu scherpt ieder van zijn tijdgenoten {EN ONS!} in
om die volheid in eigen leven
waar te maken ...
























Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende