HET
pad en
de WEG
van innerlijke
vreugdevolle gehoorzaamheid:
de myDipsalmen beginnen
met 'welgevallen
aan de wet van
de Heer'?!Als
de geest
van de Psalmen
gekenmerkt wordt door de afwezigheid van veldslagen
en grootse voorspellingen
en een uitzien naar prive-leven en de wet,
dan is dat niet af te leiden uit PSALM 2,
de tweede van de twee psalmen
die samen een uitgebreid opschrift vormen
van het geheel!?
DEZE
psalm voorziet
niets minder dan een wereldrijk voor de Heer
en de gezalfde koning van Israel,
de messias van
de Heer
...
Opmerkelijk genoeg
voorziet de psalm NIET de bekering van de volken,
waar de profeten het over hadden,
maar een zuiver militaire overheersing van het soort
dat beloofd werd aan de stammen van Israel
toen zij Kana'an veroverden:
- "WAAROM
verzamelen zich de naties en zinnen de volken op ijdele dingen -,
scharen de koningen van de aarde zich in slagorde en
zweren de machthebbers samen tegen de Heer
en zijn gezalfde?
'Laat ons de banden van hun juk verbreken en hun touwen
van ons afschudden!'
Die in de hemel woont, lacht;
de Heer spot met hen!
DAN
spreekt Hij
tot hen in boosheid, en verschrikt hen in zijn woede:
"Maar
IK
heb mijn koning ge-
installeerd op Tsion, mijn heilige berg!"
Laat ik spreken van het besluit:
de Heer zei tot mij
"U bent mijn zoon,
IK heb u vandaag verwekt!
Vraag het van mij, en IK zal de naties uw domein maken;
uw bezit, de einden der aarde!
U kunt hen verpletteren met de ijzeren staf,
hen in stukken breken als pottenbakkerswerk!" -
ALS hij niet op deze plaats stond,
zouden we deze psalm zoals gezegd
kunnen beschouwen als een psalm uit het verleden van het volk,
meer een viering van vergane glorie dan
een program voor lopende gebeurtenissen?
MAAR omdat hij hier staat,
moet hij gezien worden als een beschrijving
van de ideale verhouding tussen Israel
en de andere volken?!
IN die zin geven de twee psalmen aan het begin
een soort dubbel ideaal:
Israel thuis en
Israel in het buitenland!
Maar te oordelen naar de rest van PSALMEN
geeft PS 1
een ideaal dat nagestreefd wordt,
en PS 2 een droom die niet
verlaten is?
Niet dat de Psalmist verder nergens tegen de Heer spreekt
als tegen een strijder ..............
De op EEN na beroemdste Psalm {NA PS 23} is
PS 137:
- "AAN de rivieren van Babel,
daat zaten wij,
zaten en weenden wij,
als wij dachten aan Tsion! {Boney M!!!}
Aan de populieren daar hingen wij onze lieren,
want zij die ons gevangennamen vroegen ons daar om liederen,
zij die ons mishandelden, om vermaak,
'Zingt ons een van de liederen van Tsion!' -
MAAR dit treurige begin gaat al snel over op een dorst
naar wraak in PS 137:8-9:
- "Bekoorlijk Babel, u roofdier,
gezegend is hij die u zal vergelden hetgeen u ons hebt aangedaan;
gezegend is hij die uw zuigelingen zal grijpen en tegen de rots
te pletter zal slaan!" -
NIETS wat ooit in de persoonlijkheid van G*D verschijnt,
verdwijnt ooit weer helemaal!
IETS kan voor een tijdje verdwenen zijn,
maar keert altijd weer terug?
G*D zal in principe nooit
GEEN vernietiger en
GEEN strijder zijn?
Maar al met al
is de overheersende stemming van de Psalmen er een van
goedmoedig vertrouwen in G*D,
vurig of volhardend in tijden van strijd en in
de persoonlijke myDiklaagzangen en myDismeekbeden waarmee
de eerste bladzijden volstaan,
en dankbaar en lyrisch in tijden van vrede,
zoals in de bekendste psalm en
misschien wel
het bekendste gedicht
uit de westerse literatuur na het
Onze Vader
in PS 23:
- "De Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken;
HIJ doet mij neerliggen in groene weiden;
HIJ voert mij aan rustige wateren;
HIJ herstelt mijn ziel!
HIJ leidt mij op de wegen van rechtvaardigheid omwille van zijn naam!
Ook al ga ik door het dal van de schaduw van de dood,
ik vrees geen kwaad;
want u bent bij mij;
uw stok en uw staf,
die vertroosten mij!
U richt voor mij een maaltijd aan in tegenwoordigheid van mijn vijanden;
u zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over!
Ja,
goedheid en ontferming zullen mij volgen al de dagen van mijn leven;
en ik zal in het huis van de Heer verblijven
voor immer!" -
Het verschil met de stemming van
- "(...) gezegend is hij die uw zuigelingen zal grijpen en tegen de rots
te pletter zal slaan (...)"
is verbluffend;
en uiteindelijk zal iedere bespreking van het karakter van de Heer G*D
moeten erkennen dat de beide stemmingen hem eigen zijn!
Geen van beide psalmisten vergist zich in hem?
En we moeten opmerken dat zelfs PS 23,
die zo vaak wordt afgedrukt in ge-illustreerde myDikinderbijbels,
het gebed bevat waarin de psalmist kan pronken met zijn voorspoed
tegenover zijn vijanden:
"U richt voor mij een maaltijd aan in tegenwoordigheid van mijn vijanden!"
De G*D van de PSALMEN is nooit te zachtmoedig voor een wraakactie?
Terugkomend op de kernbewering,
moeten we vaststellen dat het nieuwe in de PS
de verschuiving van de aandacht van nationale naar persoonlijke en familiale welvaart blijft en
van de agressieve openbare en politieke thema's naar
de kalme bestudering van de wet,
wat een duidelijke en diepgaande accentverschuiving
lijkt te zijn .............
De militaristische PS 2 is bovendien geen inleiding tot een reeks psalmen
die bidden om een verwoesting van afzonderlijke volken,
zoals de orakels waarin de profeten
zo'n verwoesting van het ene volk na het andere
voorspelden?
En de context - waarschijnlijk de historische context en zeker de literaire context - waarbinnen PS 2 wordt uitgesproken,
is de praktische vernietiging van de profetie door Davids laatste erfgenaam, de mislukte messias Zerubavel!
De koning van Israel
was op een bepaald moment een koning aan wie volken
onderworpen waren,
gebonden door de banden waar PS 2:1 op zinspeelt!
Denkt de psalmist in PS 2 aan G*D
als een imperialist
wanneer het hem zo uitkomt?
We moeten in plaats daarvan waarschijnlijk zeggen
dat hij zich de imperialist van weleer herinnert?
DROMEN kunnen voortkomen uit herinneringen,
en het is heel goed mogelijk
dat achtereenvolgende, grootse, uiteindelijk suicidale avonturen
in het seculaire messianisme
zich gevoed hebben
met bepaalde psalmen?
Aan de andere kant
kunnen herinneringen ook herinneringen blijven?
Als we ons tot het literaire niveau beperken
en de tweeslachtigheid en het impliciete confict opmerken,
dan kunnen we ook redelijkerwijs
een groter vermogen toestaan
aan datgene in de anthologie
wat niet zomaar krachtig is
maar ook nieuw!
Wat in de psalmen krachtig en ook nieuw is,
is het geromantiseerde verhaal over de wet!
Waarover later misschien meer?
Voor het moment
voldoet het om vast te stellen dat
Het Verhaal
bestaande uit zoveel verschillende verhalen
doorgaat met strijd en
ontwikkeling waarin elk mens zichzelf terug kan herkennen:
WIJ
zijn dit evolutionaire/revolutionaire samenspel
van samenstellingen ...
medescheppers en -behoeders van hemel en aarde
en alles wat er ook maar op groeit
en bloeit
...
wat vraagt om vrede,
vreugde en verantwoordelijkheid
indien mogelijk in ieder van ons
en op eigen wijze gestalte gegeven, gebeeldhouwd,
ontdekt, ontworpen, doorleefd en doorgegeven
aan elk ander?






















