*
IN
het mydiboek
over Iov uit Oets
draait 'het' om
integriteit.
DOOR
de vraag te stellen
hoe een G d van liefde hem zo onrechtvaardig kan behandelen,
doet Job het voorkomen
alsof G ds integriteit in twijfel
wordt getrokken.
WE
moeten echter alle
juridische argumenten die Job aanvoert,
plaatsen in het kader van het rechtsgeding van de hoofdstukken 1 & 2,
waar Jobs geloof op de proef
wordt gesteld.
G D
zoekt,
om het met een regel van Haendel te zeggen,
'liefde die niet rust op loon
of vrees' ...
ALS
alleswetende mydilezers
zijn we erop gespitst om barsten te ontdekken
in Jobs integriteit, wanneer hij, stap voor stap,
alles verliest wat hem
lief is.
HET
mydiverhaal van Job
raakt een gevoelige snaar bij ons,
mydimensen van deze tijd,
omdat ook WIJ G D ter verantwoording roepen
op het punt van het
lijden?
MET
grote welsprekendheid
eisen wij antwoorden van G D
en ZO schudden wij ons mydihoofd over G ds handelen
met Iov!
WIJ
vertellen Jobs mydiverhaal na,
wij citeren hem en putten troost uit zijn woorden
van protest ...
JOB
verwoordt ONZE
meest fundamentele klachten!
"Wij roepen in de nacht en wij krijgen GEEN ANTWOORD",
zei Bertrand Russell.
HET
feit dat wij zoveel begrip kunnen opbrengen
voor DIT dilemme van Job,
zegt veel over onze houding tegenover 'g d'.
Het is opvallend dat in alle moderne interpretaties
van DIT oeroude mydiverhaal Job wordt afgeschilderd
als een tragische
held?
Eli Wiesel
gaat zelfs zover
dat hij Job verwijt dat die zich gewonnen heeft gegeven aan God.
Wiesel, die de holocaust heeft overleefd,
kan geen sympathie opbrengen voor iemand die zich ZO slaafs
aan God heeft onderworpen!
HIJ geeft er de voorkeur aan te geloven
dat het echte slot van dit mydiboek verloren is gegaan,
en dat 'Job is gestorven zonder zichzelf te hebben vernederd;
dat hij doodgewoon is bezweken aan zijn lijden
als een ongebroken en integer
mens' ...
IN zijn essay 'God in de beklaagdenbank'
legt C.S. Lewis de vinger bij de reden voor onze affiniteit
met het standpunt van de moderne mydimens:
'In de oudheid
benaderde de mens "G D" [of zelfs de 'goden']
zoals een beschuldigde zijn rechter benadert.
Bij de moderne mens zijn de rollen omgedraaid.
HIJ is de rechter en G D zit in de beklaagdenbank.
ZIJ speelt de milde rechter:
wij staan open voor redelijke argumenten van G d die het toelaten
van oorlog, armoede en ziekte kunnen rechtvaardigen.
Het is heel goed mogelijk dat G d uiteindelijk wordt vrijgesproken.
Maar het gaat erom dat de mens op de rechterstoel zit
en G d in de beklaagdenbank.'

