't Geheim van die formules ligt in hun zuivere beschikbaarheid: daarom is 't ritueel nooit nieuw.
't Is altijd al gebruikt & misschien zelfs al behoorlijk versleten. Die slijtage hoort erbij, omdat de toepasselijkheid van de woorden & gebaren gegeven is met hun verleden. Van oudsher zijn ze in deze omstandigheden gebruikt & daarom zijn ze adequaat.
Door hen heen wordt de verbinding hersteld met wat altijd al gedaan is & gezegd & wellicht ook i/d toekomst gezegd zal blijven worden.
't Ritueel mobiliseert 't verdriet niet om 't in volle kracht tot gelding te brengen maar juist om 't te stelpen. 't Verdriet wordt 'in 't gelid' geplaatst, ingevoegd in 'n groter geheel van heden & verleden.
Onwillekeurig verliest 't daarmee iets van 't particuliere & unieke karakter waarin 't voor de getroffenen al snel de hele horizon gaat vullen & verpletterend wordt. Juist DAN krijgt 't verdriet vrij spel in 'n gemoedsruimte die volstrekt individueel wil zijn.
Het wil niet meer zien dat rouw om 'n gestorvene iets is dat ieder mens kent op min of meer dezelfde manier, & ons eerder verbindt dan scheidt. 't Wil juist ANDERS zijn dan al 't andere, & verdraagt dan ook geen rituele woorden meer, die immers alleen nog maar verraad kunnen plegen aan deze volstrekte uniciteit.
't Wil alleen op de wereld zijn, & daarin mateloos in zichzelf verzinken.