gkbvoui220 'Dáár komt níets van ìn,' zei ik (Yaël)
"EEN GELÒFTE AAN GOD MOET WORDEN UITGEVOERD," zei ze snikkend. 'Déze gelofte niet,' zei ik, 'omdat het 'n idiote gelofte is, die Gòds Náám te schande maakt als hij WÒRDT uitgevoerd! Onze G d, de god van Israël, hééft ÒNS één- & àndermaal uitgelegd dàt Híj wàlgt vàn kìnderòffers! Àndere goden mogen er behagen in scheppen, híj níet! De mens die het desondanks tòch dóet, verwòndt zijn hart op een gruwelijke manier èn híj zàl déze mens Vèrre vàn Zìch wèrpen, omdat hij een doodzonde heeft begaan!'
Het Kìnd kéék me sprákeloos áán, maar ik zag dat mijn woorden langzaam haar geest binnendruppelden èn dàt er 'n sprankje hóóp ìn haar ogen verscheen! Ze zei: "WANNEER IK DEZE BERGEN VERLAAT, ZÀL IK GEDÓÓD WORDEN!"
'Daarom verlaat je deze bergen niet,' zei ik. 'Je blíjft bij míj!'
"MIJN VADER ZAL MANNEN STUREN OM ME TE HALEN!" zei ze.
'Ze zullen míj tegenover zich vinden!' zei ik.
"IK MÓET MIJN VADER GEHOORZAMEN," mompelde ze, maar er zat weinig overtuiging in haar STÈM!
'WÌL JE DAT JOUW VÁDER GÒDS NÁÁM TE SCHÀNDE MAAKT?'
"Néé, dat wil ik niet!" Er brak nú zowaar 'n glimlach los die haar gezicht nieuw leven gaf: de hóóp brak dóór àls de zòn dóór 'n dònder-wolk! 't Lùchtte me òp: 'n jònge méid als zíj behóórde níet te leven met de dóód voor ogen.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende