gk173 'Hoe was ze?' vroeg Rachav. 'Wie?' vroeg ik.
"DE GÓDÌN!"
Ik
besefte dat
die gebeurtenis met
dat meisje mijn vreugde
over de ontmoeting met THERMUTIS~BITYA~ASJERA
verduisterd had!
Haar bànge ógen
hadden de godin besmet:
't Meisje zèlf kòn dáár níets aan dóen,
maar dàt ìs wat men godslastering noemt:
dàt de naam van de god besmeurd wordt. Yosjoea besmeurde
met zìjn wreedheid Israël, de Kana'anieten besmeurden hùn godin
met de tempeldienst van bànge MÉISJES! Ìk besloot dat ik in het vervòlg
geen enkele menselijke dwaasheid meer tussen míj èn míjn godin zou láten komen! Ik zei:
"ZE IS DE GEZEGENDE ONDER DE VROUWEN. ZIJ IS DE MOEDER,
DE VROUW EN DE DOCHTER. ZIJ IS DE GODIN DIE HAAR
BORSTEN AANBIEDT AAN DE MENSHEID!
Ze héérst, ze voedt
en ze vertedert!"
Díe nàcht
gedroegen Rachav & Ìk, SÀLMÁ
óöit Mérèd, ons als man en vrouw
zònder dat ik het gevoel had dat ik Bitya òntrouw was.
Integendeel: 't léék alsof Bitya op déze nàcht gewàcht hàd
òm me lòs te kùnnen láten! Haar beeld blééf, maar haar STÈM
werd vervàngen door
díe vàn Rachav!
Ìk,
SÀLMÁ, die
vroeger Mérèd de
Òpstandeling was, Ìk húwde
Rachav èn verwèkte BOAZ bij haar,
dé vréédzaámste & líefste
jòngen die ik
óóit gekènd
heb!
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende