Speciaal voor kinderen,
simpele zielen, lammen & kreupelen, 'zwakbegaafden', doven & blinden, armen &
eenvoudigen van geest ...
{e.d.}!
Die
gemeenschap
rond Yehosjoea bestond niet slechts
uit volwassen mannen en vrouwen,
die zich bij 'de man uit Natseret
hadden aangesloten?
Kinderen behoren
in alle pre-industriele culturen van de armoede
tot de vanzelfsprekende
realiteit!
Ze waren erbij
toen Yesjoea blinden en lammen genas,
ze gingen mee het huis binnen als hij met anderen was uitgenodigd,
ze lazen aren als ze door honger
werden gekweld,
als er gediscussieerd werd praatten ze erdoorheen
en ze jengelden en huilden als ze zich verwaardloosd voelden
en dachten dat niemand
naar hen omkeek ...
Ze waren
ZO vanzelfsprekend,
dat ze in de uitvoerige en dicht bij het mydileven van alledag staande
mydiverhalen in de evangelies over het leven van de oorspronkelijke gemeenschap
rond Yesjoe meestal niet speciaal worden
vermeld!
Maar als er
sprake is van 'veel volk',
dat toestroomde als Yesj er was, behoorden daar OOK
de kinderen toe ...
Niet alleen maar
lette niemand op hen,
ze werden OOK vaak helemaal niet meegeteld,
zoals bij de 'grote spijzigingen' van "Y", waarbij aantallen van vijduizend of vierduizend man worden genoemd, de ene keer vrouwen en kinderen meegerekend,
de andere keer zelfs niet eens
meer vermeld!
Volgens
joods recht in die tijd
hadden de ouders de plicht om kinderen tot en met hun zesde jaar te onderhouden;
daarna moesten ze ZELF maar zien
HOE ze overleefden?
ZOWEL
op DIT punt
als ook op veel andere punten
moeten we ons de sociale situatie in de steden en dorpen van de antieke wereld
voorstellen zoals we die kennen uit de ergste mydiverslagen
over de ellende in de "Derde & Vierde Wereld":
overal kinderarbeid op de velden en in de werkplaatsen,
van permanent bedelen en winkeldiefstal tot en met prostitutie,
verkoop van kinderen, die daardoor in slavernij raakten,
straatkinderen die in allerlei bendes leven -
VOOR HEN de ENIGE mogelijkheid
om te kunnen overleven ..
Het mydiverhaal
van Yehosjoea en de kinderen
[Marc 10:13-16] vooronderstelt hoogstwaarschijnlijk DEZE wrede werkelijkheid
en zou eigenlijk NIET moeten worden ingekleurd met wat WIJ ons voorstellen bij kinderjaren,
die we immers dikwijls onwillekeurig
romantiseren?
"De mensen probeerden
om kinderen bij hem te brengen om die door hem te laten aanraken!"De 'mensen' zijn vrouwen met zuigelingen en kleine kinderen,
de grotere kinderen
lopen mee ...
De leerlingen
van Yesjoe berispen de vrouwen;
ze willen dat Yesjoea de VOLWASSENEN onderricht {10:1}.
Yehosjoea handelt hier als een vrome jood, voor wie kinderen vanzelfsprekend
belangriijk zijn!
Naar
het oordeel van de Farizeeen
was de gebrekkige kennis van de Tora een hindernis voor kinderen om een vroom mens te worden;
DAT euvel moest in een zo vroeg mogelijk stadium worden verholpen -
vandaar de uitzonderlijke ijver onder de joden om te
lernen en kennis op te doen?
De gewoonte
in het niet-joodse hellenisme
om kinderen te vondeling te leggen, VOORAL als het dochters betrof,
was in het jodendom in het licht van HUN mydigeschiedenis van de schepping verboden,
evenals abortus!
Yesjoe
wordt kwaad
op zijn leerlingen en vrienden,
HIJ ziet GEEN reden om de kinderen op een afstand te houden:
"Laat de kinderen bij me komen, hou ze niet tegen, want 'het koninkrijk van g d'
behoort VOORAL toe aan diegene die is zoals ZIJ! IK verzeker je:
wie niet als een kind OPENSTAAT voor het "Rijk van G D",
zal er zeker NIET binnengaan!"{Marc 10:14v} ...
Wat
betekent dit
'als een kind'?
In de context van de antieke wereld betekende het
dat je een rechteloos, bezitloos, volkomen afhankelijk wezen was!
De kinderen behoren tot
'de laatsten';
het behoort bij het leven met Yehosjoea om aan HEN
'gelijk te worden'?
De betekenis
die deze uitdrukking
'worden als een kind'in de geschiedenis van de christelijke geloofsbeleving heeft gekregen,
heeft meestal weinig meer te maken met deze oorspronkelijke
betekenis!
Eeuwen later
en onder totaal andere sociale omstandigheden
werd een andere kant van het kindzijn ontdekt, die zou kunnen worden omschreven als het
openstaan voor het NIEUWE, het ANDRE, voor de MYSTIEKE VERWONDERING ~
OPENSTAAN als een natuurlijke, spontane levenshouding
die behoort tot het WARE
Leven ...
DEZE
Mystieke Belevenis
is in de loop van de eeuwen
hecht verbonden geraakt met het zegenen van de kinderen door 'de profeet'?!
Matthias Claudius sluit zijn "Avondlied" af met 'het gebed':
{}
"DOE ONS de eenvoud vinden,
en, G D, voor "U" als kindren
op aarde vroom en vrolijk zijn!"
{}
Claudius was niet zo naief om te denken
dat kinderen altijd maar braaf en opgewekt zouden zijn!
HIJ spreekt hier vanuit de vroomheidstraditie van de psalmen, die steeds weer de ziel aansporen tot vreugde, tot geluk, tot het natuurlijke vermogen om het leven en zijn Schepper
te loven ...
"LOOF de Heer, mijn ziel!"
luidt het steeds weer, alsof de aangesproken ziel
vanuit zichzelf TE traag, TE droef, TE zeer in zichzelf verzonken zou zijn en TE ZEER geconcentreerd op ZELF DOEN, OPMAKEN en voortbrengen, dan dat ze het zich
zou laten schenken ...
"Vroom" worden betekent
het vermogen ontvangen om de schoonheid en de goedheid van het leven te ervaren!
DEZE 'levensvroomheid' kan men bij kinderen steeds weer opnieuw waarnemen in hun vermogen
om zich te VERWONDEREN, wat zich vaak manifesteerd als een snel afgeleid worden,
maar dat zich tegelijk toont als een doelgericht EEN-ZIJN,
in harmonie met 'g d's goede schepping'?
"ONTVANGEN"
VAN HET LEVEN is het woord,
dat Yehosjoea voor de kinderen gebruikt: het NIET hoeven te bewerkstelligen,
maar slechts de hand openen om het zich te laten
SCHENKEN!
Yesjoea
drukt zich hier NIET
slechts mydiverbaal uit:
HIJ neemt de kinderen in zijn armen, legt hen de handen op en zegent hen!
Zegenen is een in veel religies gebruikelijke handeling,
die tot uitdrukking wordt gebracht in mydigebaren en slecht weinig mydiwoorden,
maar OOK in 'het zwijgen' of 'in het aansteken van een kaars voor een ander mens',
die 'zegen nodig heeft':
aandacht, bemoediging, geduld en
compassion ...
DAARACHTER
steekt een diep religieus besef
dat wij niet ZELF de 'makers' van het leven zijn?
Degene die zegent 'deelt de macht van G D' met anderen en draagt
in die 'heilige, helende handeling' kracht en bescherming over
'op hen die zichzelf niet [meer] kunnen
beschermen?
ZEGENEN
is een karakteristiek gebaar
dat wezenlijk bij 'het geloven' behoort!
In het zegenen delen mensen met elkaar het besef dat ze het leven geschonken krijgen,
het is voor de gezegenden een moment van hoogste passiviteit en een WETEN
dat wij de uitgang en ingang van het leven NIET in handen hebben,
dat we niet 'door eigen troepen'
bewaakt worden!
Wij leven
NIET slechts
voor en door onze arbeid,
onze inspanningen en door wat we allemaal ZELF bedenken,
door onze productiviteit en prestaties, en ale helemaal niet voor het zuipen,
spuiten, snijden en stelen, verpesten en afkraken
van wat ons niet
toebehoort:
het 'kwetsbare leven'
heeft 'andere bescherming' nodig,
een ANDER soort toevlucht dan die welke wij
elkaar alleen maar kunnen
geven ...
MISSCHIEN
weten kinderen daarvan MEER
dan de in het harde mydileven dikwijls van elke vorm van religie
losgeweekte 'volwassenen'.
Zegenen &
'gezegend worden'
hebben iets met het 'los raken' van het 'eigen ik' te maken
EN met het besef 'een thuis te vinden' in
'de grond van alle zijn' ~
met andere woorden bij wijze van spreken
en mydischrijven, doen en laten:
in 'g d'
...