De
naam van
de gastheer in
Matai 26:17-20 is
niet overgeleverd, want in die dagen
werden pelgrims overal gastvrij onthaald;
toen die laatste avond samen viel,
lag hij aan met de twaalf
en zei:
VURIG HEB IK ERNAAR VERLANGD
OM DIT PAASMAAL VOOR M'N DOOD [VOOR M'N LIJDEN IN LUKE 22:15]
MET JULLIE TE ETEN. WANT IK VERZEKER JULLIE DAT IK 'T NIET MEER ZAL ETEN
TOT ER 'N NIEUW WORDT GEGETEN IN 'T HEMELS G DSRIJK!
Hij nam 'n beker, sprak 't dankgebed er over uit & zei:
NEEM DEZE BEKER & LAAT HEM RONDGAAN: WANT IK ZEG JULLIE DAT IK VAN NU AF AAN NIET MEER ZAL DRINKEN VAN DE VRUCHT VAN DE WIJNSTOK TOTDAT 'T HEMELS G DSRIJK GEKOMEN IS
[IN DE KOMENDE WERELD]!
Hij nam 'n brood, sprak 't dankgebed, brak 't brood in stukken & gaf 't hun, & zei:
DIT IS MIJN LICHAAM! De catastrofe kwam nu met 'onhoorbare' razende schreden elk moment steeds dichter bij.
Yehosjoea maakte er tegenover zijn discipelen geen geheim van.
Lucky Luke 22-21/22
ACH HIENEEH YAD-HAMOSEER OTIE IETIE AL-HASJOELCHAN: KIE HEEN BEN-HA'ADAM HOLEECH LO KEFIE ASJER NECHERATS ALAI AVAL OI LA'IESJ HAAHOE ASJER AL-YADO YIMASEER!
Maar weet wel dat degene die mij zal uitleveren samen met mij aan deze tafel aanligt!
Want de Mensenzoon moet heengaan zoals het voor hem bepaald is, maar wee de mens die hem zal uitleveren!
Ze vroegen zich onder elkaar af
wie van hen zoiets zou kunnen doen.
Toen ontstond er onder hen onenigheid over de vraag wie van hen de belangrijkste was.
Yesjoea zei tegen hen:
'Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken,
& wie de macht heeft laat zich weldoener noemen om daarvan te genieten.
Maar laat dat bij jullie niet zo zijn! De belangrijkste van jullie
moet de minste worden en de leider
juist de dienaar!!!
Want wie is belangrijker,
degene die aanligt om te eten of degene die hen bedient?
Is 't niet degene die aanligt? Maar ik ben in jullie midden als iemand die dient!
Jullie zijn in al mijn beproevingen steeds bij mij gebleven.
Ik bestem jullie voor het koningschap zoals mijn Vader mij voor het koningschap voorbestemd heeft: jullie zullen in mijn koninkrijk eten en drinken aan mijn tafel, en zetelen op een troon
om recht te spreken over de twaalf stammen van Yisraeel!
Sjim'on, Sjim'on, weet dat Satan jullie voor zich heeft opge-
eist om jullie als graan te mogen zeven. Maar ik heb voor jullie gebeden
opdat je geloof daarom niet zou bezwijken.
En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen,
dan moet jij jouw broeders sterken!' En Sjim'on antwoordde:
'Heer, ik ben zelfs bereid
om met u de gevangenis in te gaan
en te sterven!'
Maar Yesjoe zei:
'Ik zeg je Kefas,
deze nacht zal de haan
niet kraaien voordat je driemaal
geloochend hebt dat
jij mij
kent!"
