BEHOORT ONBETWIST TOT HET APOCALYPTISCHE GENRE, DAT WE AL GOED HEBBEN LEREN KENNEN UIT DE JOODSE LITERATUUR V/D PERIODE TUSSEN HET OUDE EN HET NIEUWE TESTAMENT, HET OT EN HET NOT!?
Ze heeft er alle kenmerken van: 't ietwat geheimzinnige taalgebruik, de neiging om de geschiedenis in chronologische perioden te verdelen, het visionaire en dramatische karakter, de voorliefde om 'hemelse taferelen' te beschrijven?!
Tòch is dit geschrift níet, zoals vrijwel alle andere apocalypsen, geplaatst onder het auteurschap van een beroemde persoonlijkheid uit het verleden, en het heeft z'n wortels in een Romeinse provincie, en wel die van Azië, die niets wegheeft van een 'heilige plaats.
Als meest waarschijnlijke datering van de definitieve versie mag gelden het eind van de regering van Domitianus, dat wil zeggen zo ongeveer rond het jaar 95: het is een complex werk en enkele stukken ervan zijn ongetwijfeld in een (veel) eerdere fase geschreven, maar nu en hier interesseert ons de uiteindelijke vorm.
Voor Mor is in principe ieder verhaaltje ongeveer gelijkwaardig: er is meestal sprake van een begin, 'n middenstuk en een einde ~ iets of iemand probeert te verduidelijken wat hem/haar/het interesseert, men maakt gebruik van een bepaalde woordkeus e.d., illustreert soms het één en ander met voorbeelden & als puntje bij paaltje komt geeft het je een inzicht in wat men al of niet van waarde acht, wat boeit, irriteert, beangstigd, bevrijdend en/of genezend werkt, wat men hoopt of vreest & welke vorm men kiest om 't te 'pakken' &
'pakkend' weer te geven? In mijn geval gaan ze vaak terug op geschiedenis, levensbeschouwing, 'nieuws & ontdekkingen', oudere en vernieuwde visies op evolutionaire gebeurtenissen & euangelische bespiegelingen. Dat komt ervan als je 'zo opgroeit', liever spijbelt met een fietstas bol bibliotheekboeken, weigert te leren schieten & jarenlang heen en weer blijft liften tussen de Veluwe & 't Verre Oosten.