~*~
@Esther
Jij zegt,
dat de brief,
waarin ik op jouw aandringen
heb verteld hoe mijn oom gestorven is,
voor jou aanleiding is geweest om te willen weten wat voor angsten en gevaren ikzelf heb doorgemaakt,
ik, die hij in Misene had achtergelaten [tot zover was ik inderdaad gekomen, toen ik mijzelf onderbrak?]!
Hoewel mijn hart bij de herinnering siddert, zal ik beginnen ...
NA
het vertrek van mijn oom,
bracht ik de rest van de tijd met werken door [met dat doel was ik dan ook thuis gebleven] daarna baden en eten en een korte, onrustige slaap ...
Al vele dagen hadden wij als voorteken van wat komen zou, aardschokken gevoeld, die niet ZO schrikwekkend en angstaanjagend waren omdat men er in Campania aan gewend is.
Maar die nacht waren zij al ZO krachtig, dat 't wel leek of alles niet meer trilde,
maar ondersteboven geworpen werd!
Mijn moeder rende mijn kamer binnen;
ikzelf was bezig op te staan, vastbesloten haar te wekken als zij nog sliep.
We gingen op de binnenplaats van het huis zitten, een beperkte ruimte, die uitkeek op zee ~~~
Ik aarzel te spreken over mijn overmoed en onvoorzichtigheid
{ik was dan ook pas zeventien};
~@~
ik liet een boek van Livius halen
en begon te lezen, ja zelfs uittreksels te maken,
waar ik ook al eerder mee begonnen was, alsof ik helemaal niets anders te doen had.
Er kwam een vriend van oom, die zojuist uit Spanje was teruggekomen om hem te bezoeken.
Toen hij mij daar met mijn moeder zag zitten en zag, dat ik aan het lezen was,
verweet hij haar haar passieve houding en mij mijn zorgeloosheid;
ik bleef geheel verdiept
in mijn boek.
~@~
Reeds was
het eerste uur
van de dag aangebroken en het licht was nog vaag en vaal;
reeds scheurden de muren der gebouwen, en, hoewel wij in de open lucht verbleven, deed de beperkte ruimte ons vrezen voor grote en onvermijdelijke gevaren bij instorting.
Toen was besloten wij de stad te verlaten;
een ontstelde menigte volgde;
zij volgde liever anderen dan zelf een beslissing te nemen ~ immers "angst maakt wijs";
een reusachtige colonne duwde en drong ons vooruit.
Toen wij eenmaal de stad achter ons hadden, hielden wij halt,
en daar kregen wij heel wat verrassingen, heel wat verschrikkingen te verduren!
De wagens, die wij hadden meegenomen, werden namelijk in alle richtingen voortgesleurd,
hoewel het terrein volkomen vlak was,
en zelfs toen die met behulp van stenen vastgezet waren bleven zij niet op hun plaats staan.
Bovendien zagen wij de zee zich terugtrekken alsof zij door de aardschokken teruggeduwd werd ~~~
In ieder geval was het strand nu breder geworden en op het drooggelegde zand lagen overal zeedieren.
Aan de overkant scheurde een angstaanjagende rode wolk vaneen, die doorkruist werd door snelle bliksemschichten en glinsterende vuurvonken, en vormde langgerekte vlammen,
die op bliksemstralen leken,
maar groter waren
...
~@~
Maar toen
begon de vriend uit Spanje nog sterker aan te dringen.
"Als uw broer," zei hij, "ALS uw oom nog leeft, dan zal hij zeker willen, dat uw leven gered wordt; indien hij echter omgekomen is, dan zou het ongetwijfeld zijn wens zijn geweest, dat U hem overleven zou. Waarom aarzelt u toch
om vluchten?"
En toen moest ik
deze computer weer [alweer] eens afstaan!
Misschien tot straks, later
[of morgen]!?
~@~