de liefling die weder ongeveinsd beminde: er is nu

niets zoeters meer


Wat mensen
tot mens maakt
is meestal vooral het navolgen
van anderen/ouderen: vaders en moeders,
broers & zusters, vriendjes & vriendinnetjes, leeftijdsgenoten,
leraren, priesters, profeten & soms
zelfs populistische
politici ...



Het
blijkt uit
d'omstandigheden, dat Christos
van den ontbijt opstaond, en heenen ging, als hy Petros aanmaande, om hem te volgen;
want Petrus zag om, en volgde JC met de voeten,
tot een geestlijk zin- en voorbeeld, dat hy hem getrouwlijk
volgen zoud.

En hoe konde hy
OMZIEN,
indien hy ware opgestaan en voortgegaan?

Hoe konde hy Yochanan gezien hebben,
Yehoshua volgende, indien hy 't spoor van Yeshu niet gehouden,
en zijnen Medediscipel gezien had,
hen beide volgende?

Hy volgt
dan wel Yeshua,
maar hy ziet achter zich:
gelijk de huisvrouwe
van LOT!

Zo
gaat het
[vaak ook]
ons
...

De geest is gewillig,
maar het vleesch zwak,
en altijd vleesch, en doet ons omzien, terwijl wy JC volgen.
KEFAS ZIET DEN DISCIPEL, DIE YEHOSHUA LIEF HADDE,
& IN 'T AVONDMAAL OP ZIJN BORST GEVALLEN WAS,
& GEZEGT HADDE, HEERE; WIE IS 'T,
DIE U VERRADEN ZAL?

EN ALS PETRUS HEM ZAG,
ZEIDE HY TOT YESHU,
HEERE , WAT DEEZE?

Dat
YOCHANAN
de Discipel was,
is uit de beschrijvinge genoegzaam af te nemen, want dat hy ons meermaalen voorkome,
als een liefling des Heilands, is voor henen aangemerkt,
en alle de opgehoopte omstandigheden
tonen dat middagklaar.

Gelukkige YOCHANAN!
dien JC lief hadde, en die JC weder beminde.
Is 'er niets zoeters, dan ongeveinsde liefde?
Hoe zoet, hoe wenschlijk moet het zijn van hem bemind te zijn?
en den Heliand ongeveinsd en volijverig weder lief te hebben?
En is 't wonder, dat hy, die den Zaligmaker
oprechtelijk bemint,
hem volge?

GELUKKIGE YOCHANAN!
die op 's Heilands borst had gelegen,
waar in alle schatten van hemelwijsheid opgesloten waren.
Ook hebben eenigen dat aangemerkt, als een voorspel van die hooge
en bovenmenschlijke verborgendheden,
waar mede
MOSHIACH
hem verwaardigde.

Indien Petrus hem hadde gezien, traag en onverschillende om JC te volgen,
zoude hy geene reden hebben gehad, om te vragen, en hem aan te nopen?

Maar nu hy ziet, dat hy volgt, schijnt zijne bekommering ongegrond, of ontijdig:
weshalven ook verscheiden de vraage van Petrus verscheidendlijk opvatten.

Die het ten beste duiden willen, meinen, dat het uit heilige bekommering sproot,
en hem onbegrijplijk scheen, dat hy alleen vermaant en geroepen wierd,
om JC te volgen, zonder Yochanan, dien JC zo lief had.

Anderen ziende, dat hy over zijne vraage bestraft word, hebben die aan zijne onbehoorlijke nieuwsgierigheid toegeschreven, en verstaan, dat hy uit den Mond der waarheid horen wilde,
of Yochanan dan ook de schaapen des Heeren niet weiden moest?

Maar wie zal geloven, dat Petros daar aan twijfelde?
En niet liever van het uiteinde zijns Amptgenoots zal gevraagt hebben,
gelijk uit 's Heilands antwoord af te nemen is?

WAT DEEZE?
betekent dat niet, wat zal hy doen?
Wat moet hy leren? Of ondernemen?

Maar wat zijn uiteinde, zijn lijden, zijn dood zal wezen?
Als hadde de al- en alleen-wijze G d dat niet in zijne hand, en besloten tot zijne heerlijkheid?
Hy, by wien alle de hairen onzes hoofds geteld zijn, zoud die den zijnen iets laten overkomen,
dat tot hunne zaligheid niet strekken zal?

Ook bestraft JC zijnen Apostel, en zegt:
WAT GAAT U DAT AAN
?

Wat bekommerd gy u daar mede?

Wonderlijke kracht van onze verdorvendheid!
nauwlijks is Petrus van zijnen val opgerecht,
of hy struikelt weder zo gevaarlijke, door nieuwsgierigheid,
en matigt zich aan 't geen hem niet betaamt,
en moet daarom horen,
WAT GAAT U DAT AAN? VOLGT GY MY!
INDIEN IK WIL, DAT HY BLIJVE,
dat hy niet sterve, geen martel lot onderga, maar leve,
TOT DAT IK KOMEN, wat gaat u dat aan, ben ik geen Heer van 't mijne
?

Kan ik daar mede niet handelen naar mijn welgevallen?
Of beklaagr gy u? Of benijd gy hem? Doet gy uwen plicht, en VOLGT GY MY!
Zommigen, voornaamlijk die de Latijnsche VULGATA volgen, lezen hier:
SIC EUM VOLO MANERE,
ik wil, dat hy zo blijve,

als of Christus vast stelde,
dat Yochanan niet sterven, maar
BLIJVEN
zoud:
daar nochtans in 't Grieks uitdruklijk staat,
EAN THELOO;
INDIEN
ik wil
/;
en Yochanan zelfs aanmerkt, dat JC niet gezegt had,
dat hy
NIET ZOUDE STERVEN,
maar
INDIEN
ik wil,
dat hy blijve.


Kortom,

het blijven
meestal allemaal open
vragen en antwoorden

die opkomen & weer
verdwijnen:

DE KERN
van ons leven
is 't goede navolgen
& [min of meer] 't kwade mijden, voor de rest blijven we
op reis in heelal & eeuwigheid
als sterrrenstof [al of niet]
bezield door 'de
geest g ds'
...
engel

15 nov 2009 - bewerkt op 15 nov 2009 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende