besta ik?



"Bestaat g d?"

HEVR 11:6


"Zonder geloof is het onmogelijk g d [yhwh] een pleziertje te doen,
wie hem wil naderen moet immers geloven dat hij bestaat?

[En wie hem zoekt zal door hem worden beloond!]
"


Sinterklaas~ & kerstfeest:
gespreksstof voor uebervette
minderjarige Lolita's & Mordechai's [e.d.]!
M vraagt aan E:
"Geloof jij in God?"

E antwoordt M: "Ik niet! En jij?"

M > E: "Ik wel!"

En dan volgt verder
het tussen de meeste kinderen
gebruikelijke spelletje
van 'ik wel, ik niet, ik wel, ik nietus, wellus,
nietus, niet,
wel'?

GEEN
van beiden
zegt waarom ze wel of niet
in God gelooft.

[]
Het zou kunnen zijn
dat Ester niet meer in God gelooft
omdat zij ook niet meer in 'Sinterkaals' gelooft,
en dat M wel in God gelooft
omdat ze nog in Sinterklaas en Pieterman
of de Kerstman gelooft,
met als waarschijnlijk gevolg
dat ze niet meer in God zal geloven
als ze het geloof in SinterKlaasPiet kwijt is,
maar eerlijk gezegd
lijken mij beide meisjes TE verstandig
om dit simpel{st}e verband
tussen Sinterklaas en God te leggen.
Ik acht ze in staat
om te begrijpen
dat het geloof in God
van een totaal andere orde is
dan het geloof in
'sinterklaas':
"Sint Nicolaas"
of "Kerstman" is in dit geval
[over]duidelijk een nepbisschop
[uit Klein Asia in Zuid Turkije in de 'middeleeuwen ofsowiets'?],
met een aangeplakte baard en uebervette witte snor, een beetje potsierlijk en totaal belachelijk ook, maar "GOD"
is nu eenmaal per definitie onzichtbaar,
zeker niet verkleed en ook
absoluut niet potsierlijk en 'gek'
en/of totaal krankzinnig
bezopen
of
'ausrottungsfertig~
oder fehig'
...


Maar
opvallend is
wel dat Ester en M
de theologisch juiste vraag stellen,
ook al hebben ze nog geen enkel benul
van theologie of dat soort zaken.
M vroeg niet aan Ester:
bestaat
God
?
en ook niet
geloof

jij dat God bestaat?,
maar:
geloof
jij in God?
De band die mensen met g d hebben
is de band van
het geloof!


Zeker niet
de band van de absolute zekerheid
'dat "HIJ" bestaat ...
Daarmee zitten we dan ook alweer in het midden
van de problematiek die hier aangesneden wordt als betrof het zoete koek,
eiercake en chocola ofzo
in dit onderhavige mydiverhaaltje:
gesymboliseerd door de NBG~vert. van het
aan de Brief aan de Hebreeen ontleende motto:
"Wie tot God komt,
moet geloven dat Hij bestaat
!"
?

DAT is wat
mensen gewoonlijk denken.
Als je in God gelooft,
dan ben je ervan overtuigd
dat Hij bestaat!
Want als Hij niet bestaat,
hoe zou je dan in Hem kunnen geloven?
Het lijkt misschien soms wel zo eenvoudig,
maar zo is het
niet ...

DAT blijkt reeds
als we ook maar 'n ietsje preciezer kijken
naar de schijnbaar simpele vraag:
bestaat God?

Dat is de vraag
of je kunt bewijzen
dat God bestaat.

Je kunt echter ook
een andere vraag stellen:
is het voor het geloof nodig
om te veronderstellen
dat God bestaat?

Er kunnen misschen best
wel allerlei verschillende wezens bestaan
of bestaan hebben
[of nog op komst zijn],
waarvan niet bewezen kan worden
dat ze bestaan
of bestaan hebben
of eraankomen,
maar waar~
van de veronderstelling dat ze bestaan
of bestaan hebben geen
[al of niet volslagen] onzin is.
De kennis over hen
hebben wij 'van horen zeggen' ...
DAT geldt ook ZEKER van God;
onze kennis over Hem
is letterlijk en figuurlijk
'van horen zeggen
en verluiden'!


Te BEWIJZEN
valt hier dan ook helemaal niets.
De vraag is misschien nu alleen nog maar
of het voor 'het zeker weten' van het geloof nodig is
te veronderstellen dat God
'bestaat'.


Of
dat het voldoende is
dat we alleen maar die mydiverhalen over Hem hebben
en dat die verhalen
"Hem"
laten bestaan?


@
18 dec 2006 - bewerkt op 17 jun 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende