Yes, I do ...
Mensenleven bestaat uit {verbindende} verhalen.
HEBT GY MY LIEF?
Die en diergelijke aanmerkingen meer worden hier gemaakt, voornaamlijk omtrent die Spreekwijzen:
WEID MIJNE LAMMEREN, EN HOED MIJNE SCHAAPEN.
Zo veel echter verschilt dit niet, of de gantsche plicht van 't leerampt word 'er door vertoont.
Wy konnen ligtlijk toestemmen, dat
LAMMEREN
de zwakgelovigen verbeelden, en
SCHAAPEN,
die
STERKER
zijn, & verder in de Christenheid gevordert: maar dat men de
H.APOSTELEN
door de laatste zoud begrijpen moeten, en
PETRUS
het gebied over hen, zo wel als over de lammeren, en andere gelovigen toe schrijven, is geen gevolg.
Want
HOEDEN
en
WEIDEN, is hier geen
MAGT- of GEBIED-OEFFENING,
gelijk die heerschzuchtigen willen, maar opzicht, zorg, onderwijs, leidinge, en verder alles, wat den hardenen te doen staat. Gelijk wy aan-stonds zullen bewijzen.
'T is waar, dat
WEIDEN
meermaalen genomen word, voor
GEBIEDEN
of
HEERSCHEN.
Zo word 'er van Koning
YEHOSHUA
getuigt, dat
HY DE HEIDENEN ZAL HOEDEN MET EENEN YZEREN SCHEPTER,
of roede,
EN DAT HY 'T VOLK ISRAELS
WEIDEN ZOUDE.
Zo word van
CYRUS
zelf gezegd van
"G d":
HY IS MIJN HARDER!
En by de onheilige Schrijvers zelfs worden Koningen en Vorsten, die 't oppergebied voeren,
HARDERS DER VOLKEREN
geheten.
Maar hoe aardsch-gezind moeten zy zijn, die zulke aardsche mogendheden en Vorsten-magt, in 't hemelsch Koninkrijk van den nederigen
YESHUA
invoeren? Zouden de lammeren van
YESHU
zo heersch-haftig konnen bestiert worden, en versterkt zijn? Zouden de schaapen, die hy door zijn bloed verkregen heeft, overheerscht, menschen onderworpen, en weereldmagt onderdanig worden?
[{(~!~)}]
De mond van den Opperharder leert Petrus, en alle harderen, wat hen te doen sta!
En dat het Petrus zo begrepen hebben, zegt hy zelf uitdruklijk met die woorden:
WEIDT DE KUDDE G DS, DIE ONDER U IS, HEBBENDE OPZICHT DAAR OVER, NUET UIT BEDWANG, MAAR GEWILLIGLIJK: NOCH OM VUIL GEWIN, MAAR MET VOLVAARDIG GEMOED. NOCH ALS HEERSCHAPPY VOERENDE OVER HET ERFDEEL DER HEEREN, MAAR ALS VOORBEELDEN DER KUDDE GEWORDEN ZIJNDE!
Wat verschilt dit van gewetendwang, van weereld-gezach, van opperheerschappij, en van 't gereedschap des valschen harders? En wat toch is de waare harder-plicht? Is't niet, dat men de schaapen, die zo ligt af-dwalen,
ROEPE,
en ieder by
ZIJNEN NAAM?
Maar hoe zal hy die
ROEPEN,
dan met de Euangelij-leer?
Waar door hy ze de waarheid toont, uit de weereld uitlokt, tot 's Heilands Koninkrijk overbrengt, en voor de dwalinge behoed? Zo gaat ons de Opperharder voor, en de schaapen volgen hem, overmits zy zijne stemme kennen: en daar de gelovigen voor hunne heilige en krachtdaadige roepinge zeggen moesten:
WY DWAALDEN ALLEN, ALS SCHAAPEN,
zeggen ze nu,
WY ZIJN BEKEERD TOT DEN HARDER, EN OPZIENDER ONZER ZIELEN. WY ZIJN OVERGEBRAGT TOT HET RIJK VAN ZIJN WONDERBAAR LICHT. DE HEERE IS ONZE HARDER, ONS ZAL NIETS ONTBREKEN!
De harder-plicht vereischt, dat men de schaapen uit-leide in grazige weiden, langs verkwikkende beekskens, in koele lommer, en veilige plaatsen.
Wonderlijk
hoe mensen
zoiets simpels hebben
kunnen omfrutselen tot zoiets
vreselijk ingewikkelds als Roomse,
Grieks~orthodoxe, protestantse reformatorische
kerken, ketters, sekten en krankzinnige gekten,
sjia~islamieten & soenni~islamisten
in de afgelopen
2000 jaar
...

