De
term 'antis{j}emitisme'
duikt voor 't eerst op in 1879,
in 'n artikel van de Duitse journalist Wilhelm Marr
die er de niet-confessionele, raciale haat tegen joden & 't jodendom mee uitdrukt.
Confessionele & theologische onenigheid met 't jodendom noemen we niet antis{j}emitisch,
maar anti-judaistisch
of anti-joods
...
Sjapo
wordt overigens
van beide zaken
beschuldigd. Hij zou antisemitisch
zijn omdat hij 't hele joodse volk als volk verwierp,
en anti-judaistisch omdat hij hun hele theologie of geloof verwerpt. 'n Eerste tekst die zo
dan ook tegen Paulos pleit, is 1 Tessalonicenzen waarin hij de onderdrukking van de Tessalonicenzen ver-gelijkt met wat de 'christengemeenten' in Judea van hun landgenoten
moesten verduren, namelijk
van 'de
joden':
'
Onze verkondiging aan jullie overtuigde immers niet alleen door onze woorden, maar ook door de
overweldigende kracht van de heilige geest. Jullie weten hoeveel wij voor je hebben betekend toen we nog
in jullie midden waren. Je hebt ons nagevolgd, en daarmee de Heer: onder zware beproevingen heb je het
woord ontvangen met vreugde van heilige geest. Zo zijn jullie ' voorbeeld voor alle gelovigen in Macedonia
& Achaje geworden, jullie geloof in G d vindt 'n weerklank buiten die gebieden. We hoeven daarover niets te vertellen; iedereen praat erover hoe wij door jullie zijn ontvangen en hoe jullie je van de afgoden hebt afgewend om je tot G d te keren - om hem, de levende ware G d, te dienen, om zijn Zoon te verwachten
uit de hemel: Yesjoe, die hij uit de dood heeft doen opstaan & die ons zal redden van 't komend oordeel!
Je weet immers zelf, broeders & zusters, dat ons bezoek aan jullie niet tevergeefs is geweest. Ondanks de
mishandelingen & beledigingen die wij, zoals jullie bekend is, in Filippi te verduren hadden, vonden we in 't
bertrouwen op onze G d de moed om jullie bekend te maken met zijn euangelie. Daarvoor hebben we ons
tot 't uiterste ingespannen. Onze oproep berust niet op 'n dwaling, op oneerlijkheid of bedrog. We spreken
alleen omdat G d ons daartoe waardig heeft gekeurd & ons 't euangelie heeft toevertrouwd - niet om men-sen te behagen, maar G d, die mensen doorgrondt. Je weet dat we jullie nooit naar de mond hebben ge-praat: dat onze woorden nooit 'n dekmantel voor hebzucht waren. G d is onze getuige. We hebben zo ook niet geprobeerd om de gunsten van mensen af te dwingen, niet bij jullie & niet bij anderen. Hoewel we ons
als apostelen v/d Gezalfde hadden kunnen laten gelden zijn we jullie tegemoet getreden met de tederheid
van 'n voedster die haar kinderen koestert. In die gezindheid, vol liefde voor jullie, waren we zo niet alleen
maar bereid je te laten delen in G ds euangelie maar ook in ons eigen leven. Zo dierbaar waren jullie voor
ons geworden! Jullie herinneren je, broeders & zusters, hoe we osn hebben ingezet & ingespannen, hoe we
dag & nacht hebben gewerkt om niemand van jullie tot last te zijn. Op die manier hebben wij je G ds bood-
schap verkondigd. Je kunt getuigen als G d zelf, hoe toegewijd, oprecht & zuiver we bij jullie, die tot geloof
gekomen zijn, hebben geleefd. Je weet dat we voor ieder van jullie waren als 'n vader voor z'n kinderen ...
We hebben je aangespoord & bemoedigd & je op 't hart gedrukt om zo te leven dat je G d eer bewijst: hij roept je tot z'n koninkrijk & luister! We danken G d dan ook onophoudelijk dat je z'n woord dat je van ons
ontvangen hebt, niet hebt aangenomen als 'n boodschap van mensen, maar als wat 't werkelijk is: als 't
woord van G d dat ook werkzaam is in jullie, die geloven. 't Is je vergaan, broeders & zusters, als G ds ge-meenten in Judea die Yesjoea de Masjiach toebehoren. Jullie hebben even zwaar
onder je stadsgenoten geleden als zij
onder de Joden!
DIE
HEBBEN ONZE
HEER YESJOE EN
DE PROFETEN GEDOOD EN ONS
TOT 'T UITERSTE VERVOLGD: ZIJ MISHAGEN G D
& ZIJN ALLE MENSEN VIJANDIG GEZIND, OMDAT ZE ONS BELETTEN OM
AAN ANDERE VOLKEN BEKEND TE MAKEN HOE ZIJ KUNNEN WORDEN GERED. DE MAAT VAN HUN ZONDEN RAAKT
NU DAN OOK [OVER]VOL & G DS VEROORDELING IS TEN VOLLE OVER HEN GEKOMEN. BROEDERS & ZUSTERS,
NU WIJ VOOR KORTE TIJD VAN JULLIE GESCHEIDEN ZIJN BEN JE WELISWAAR UIT 'T OOG MAAR DAAROM NU
NOG NIET UIT ' HART & OMDAT WE ZO NAAR JE VERLANGDEN HEBBEN WE ONS ALLE MOEITE GEGEVEN OM JE
TE ZIEN. WE STONDEN DAN OOK MEER DAN EENS OP 'T PUNT OM NAAR JE TOE TE KOMEN - IK, PAULOS, NIET
IN DE LAATSTE PLAATS - MAAR SATAN HEEFT 'T ONS TOT NU TOE BELET.
WANT WIE IS ONZE HOOP & ONZE VREUGDE? WIE IS ONZE EREKRANS
WANNEER WE VOOR YEHOSJOEA, ONZE HEER,
STAAN BIJ ZIJN WEDERKOMST?
WIE ANDERS DAN JULLIE?
JA, JULLIE ZIJN
ONZE EER &
VREUGDE!

De
vraag is
nu nog steeds
na bijna 2000 jaar
waar de grenslijnen liggen
tussen verpakkingen en de inhoud?
Waar kan dat soort praatjes allemaal toe leiden
als je terugkijkt op die 2000 jaar [en langer!]?
Verovering, bezetting, ballingschap, oorlog,
deportatie, diaspora, kruistochten, moord
& doodslag, shoah, holocaust & anti-
s{j}emitisme overal op aarde & nu
nog 't meest in Israel zelf lijkt 't
wel als je de kranten leest:
Martin Luther, Adolf Hitler,
Jozef Stalin, Eichmann,
Demjanjuk, Polen,
Auschwitz enzo
voorts
...

