afzondering vernietiging & LEVEN/dood wijn & brood
~*~
~vervolg~
DE FARIZEEEN
zochten eveneens de afzondering
om zich op de geboden van de thora
te kunnen concentreren,
maar zij bleven desondanks wonen in de dorpen en steden
van Judea & Galilea;
zij bleven de werkzaamheden verrichten
die nodig waren om in het onderhoud van henzelf
en van hun vrouw & kinderen te kunnen
voorzien.
~*~
EN er
waren de Sadduceeen.
Over het algemeen vonden zij hun geestverwanten
in de invloedrijke kringen in Yerusjalayim:
in de eerste plaats priesters en schriftgeleerden, maar ook 'oudsten',
de hoofden van in welstand levende en invloedrijke families.
De Sadduceeen beschouwden het als hun taak de status-quo
zoveel mogelijk te handhaven.
DAAROM werkten ze met de bezettende macht samen
om groter onheil te
voorkomen.
~*~
YEHOSHUA
was een joodse man,
maar op grond van het bovenstaande
kan nu worden gevraagd:
tot welke partij of stroming behoorde HIJ?
HOE GROOT de verschillen konden zijn,
laat zich met het volgende voorbeeld illustreren.
De apocalyptische hoop
op de opstanding uit de dood en een eeuwig leven
werd niet door iedereen geaccepteerd.
Het volgende citaat spreekt duidelijke taal:
'Omdat Paul wist dat er in het Sanhedrin
een sadducese en een farizese fractie was, riep hij uit:
"Broeders, ik ben een farizeeer, uit een geslacht van farizeeen.
Ik sta terecht omdat ik hoop
op de opstanding
van de doden!".
Hij had dat nog niet gezegd
of er ontstond twist onder de farizeeen en de sadduceeen,
en de vergadering raakte verdeeld.
Sadduceeen zeggen immers dat er geen opstanding is,
en er geen engelen en geesten bestaan,
maar farizeeen erkennen
zowel het een als
het ander'
{HAND 23:6-8}.
~*~
OVER
de theologische
inzichten van de Sadduceeen
is eigenlijk betrekkelijk weinig met zekerheid te zeggen.
NA de verwoesting van Yerusjalayim
en het ontstaan van de rabbijnse traditie
verdwijnen ze van het toneel
zonder duidelijke sporen
te hebben nagelaten.
HUN afwijzing
van het geloof in de opstanding,
hing naar alle waarschijnlijkheid samen met het feit
dat ZIJ zich baseerden op de thora - de Pentateuch -
en weinig gezag toekenden aan de profetische geschriften
en nog minder aan de vroeg-joodse traditie
en aan de mondelinge thora
die in de kringen van de Farizeeen een belangrijke bron
van inspiratie was geworden.
~*~
UIT apocalyptische geschriften
die verschenen in reactie op de ondergang van de tempel in 70 nChr -
4 EZRA & de apocalyps van BARUCH -
kan worden afgeleid dat in DIE periode de hoop op opstanding
een nieuwe impuls kreeg.
DAT blijkt ook uit de tekst van de twee beracha van het z.g.
Achttiengebed:
"GIJ zijt machtig tot in eeuwigheid, HEER,
GIJ zijt het die doden leven doet;
GIJ helpt zoveel (laat de wind waaien en de regen vallen),
onderhoudt het leven in verbondenheid,
doet doden leven in grote barmhartigheid,
steunt de vallenden,
geneest de zieken,
en maakt los de geboeiden en houdt staande zijn trouw
aan die slapen in 't stof -
wie is als U, HEER van machtige dagen,
wie kan met U worden vergeleken, KONING, die dood en leven geeft
en BEVRIJDING laat ontspruiten;
getrouw zijt GIJ in het doen leven van doden.
Gezegend GIJ HEER,
die de doden
doet leven!"


Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende