Waar
het dus elke dag en nacht
al met al levenslang telkens weer op neerkomt
zijn al die grotere en kleinere zingevingsverhaaltjes
die ons brein ons alsmaar meer voorschotelt
via waken en dromen & de indrukken
die we opdoen via ons lichaam,
onze geest en de omgeving.
We 'parasiteren' eigenlijk allemaal
op 't gegeven of gemaakte milieu &
verlenen daar op symbolische wijze
betekenis aan in
mime & woord.
Of
zoals onze Math Gargon
't zegt als ongeveer veertigjarige
van driehonderd jaar geleden
op grond van zijn studie/ervaringen
in die tijd nog zo vol van slavernij,
{r}evoluties en opnieuw uitluikende wetenschappen
na bijna tweeduizend jaar chaos:
"Hier toe was hemelwijsheid,
en verlichte oogen des verstands van nooden, zouden de schellen van de oogen afvallen,
& JC recht aanschouwt worden. Dit leerde Christus de Leerlingen van Yochanan de Dooper,
als die tot hem afgezonden, vraagden:
zijt gy die geen, die komen zoude, of verwachten wy eenen anderen?
dat is, zijt gy de beloofde Masjiach {"Messy Jas"}, die komen & in den vleesche verschijnen moest,
of moet 'er een ander komen?"
Gaat heenen, zegt JC,
en boodschapt aan Yochanan het geen gy hoort en ziet, de blinden worden ziende,
de kreupelen wandelen, de melaatschen worden gereinigt, de dooven horen, de dooden worden opgewekt, den armen word het Euangelium verkondigt, en zalig is hy,
die aan my niet zal geergert worden, door mijnen verachten staat,
en diepe vernedering, niet van my afkeerig en afgetrokken word.
Of zoals
YOCH 13
't zo mooi zegt:
"Welifnei chag hapesach kesjeyada yesjoea ki baah sjeato laavor min-haolam hazeh el-aviw kaasjer
aheev et bechiraw asjer baolam keen ahevam ad-hakeets" oftewel:
't Was kort voor Pesach.
Yesjoe wist
dat zijn tijd gekomen was
& dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader.
Hij had de mensen die hem in de wereld toebehoorden lief,
en zijn liefde voor hen zou tot 't uiterste gaan.
Yesjoea &
zijn leerlingen hielden de maaltijd.
De duivel had intussen, Yehoedah, de zoon van Sjimon Iskariot, ertoe
aangezet om Yehosjoea te verraden. Yesjoe, die wist dat de Vader hem alle macht gegeven had,
dat hij van G d was gekomen & weer tot G d terug zou gaan, stond tijdens die maaltijd op.
Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg 'n linnen doek om & goot water in 'n waskom.
Hij begon de voeten van z'n leerlingen te wassen & droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had. Toen hij bij Kefas, Sjimon Petros. kwam,zei deze:
"Je wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?" Yesjoe antwoordde:
"Wat ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je 't wel gaan begrijpen!"
"O nee!",
zei P{i}et,
"MIJN
voeten zul je niet wassen,
NOOIT!"
Maar toen Yesjoea zei:
"Als ik ze niet mag wassen, kun je niet meer bij mij horen!",
antwoordde hij:
"Heer,
dan niet alleen maar mijn voeten, maar ook mijn handen & m'n hoofd!"
Hierop zei Yehosjoea:
"Wie gebaad heeft hoeft alleen nog maar z'n voeten te wassen, hij is al helemaal rein.
Jullie zijn dus rein ~ maar niet allemaal!" Hij wist namelijk wie hem zou gaan verraden, daarom zei hij dat ze niet allemaal rein waren.
Toen hij hun voeten gewassen had, deed hij z'n bovenkleed weer aan &
ging terug naar zijn plaats.
"Begrijpen jullie wat ik gedaan heb?" vroeg hij.
DAT
is
HET
doel van al
z'n doen & laten,
woorden, wonderen & rond~
wandelingen gedurende die drie jaar {?}:
't zat als 't ware al jarenlang
'in de lucht',
was
'op komst'
'onder de mensen'
&
'openbaarde zich nu
onder deze pregnante omstandigheden'
aan
'de vele arme volgelingen te lande'
&
overal rondom de Middelllandse Zee ~
tot aan de uiteinden der aarde
in de wereld van onze tijd,
ruimte in
woord- & beeld{en}taal!
Eerst wat eten &
drinken sprak
Likkepot
...
