85Qfl toch heeft ook Soc nog heel wat afgelopen...

maar bijna uitsluitend in Athene: eigenlijk is Socrates eerder 'n onverbeterlijke flaneur dan 'n groot wandelaar ~ hij wandelt door straten & over pleinen op zoek naar nieuwe gespreksgenoten met wie hij uitgebreid praatjes maakt? Hij erkent graag dat dit z'n belangrijkste be-zigheid is, waaraan hij een derde van z'n even wijdt: 'IEDEREEN DIE OP MIJN WEG VERSCHIJNT, ZAL IK ZÓ TEGEMOET TREDEN: OUDE-REN & JONGEREN, VREEMDELINGEN & VOORAL STADGENOTEN, OMDAT DIE MIJ NU EENMAAL NADER AAN 'T HART LIGGEN! BESEF DAT DE GOD DIT ALLES VAN MIJ VERLANGT. ZELF DENK IK DAT JULLIE HIER IN DE STAD NOG NOOIT IETS BETERS IS OVERKOMEN DAN MIJN WERK IN DIENST VAN DE GOD. IK GA ROND MET GEEN ANDERE TAAK DAN JULLIE TE OVERTUIGEN!' (Plato, Apologie, 30a). Net zoals Boeddha & Yesjoea gaat Soc zelden alleen op weg. Hij wordt vaak omringd door volgelingen, voornamelijk jonge mannen die in hem niet zozeer 'n leermeester zien, als wel 'n voorbeeld om na te (kunnen) volgen. De groep om hem heen die hij 'op 't slechte pad' zou hebben gebracht, beschrijft hij voor z'n aanklagers op deze manier: "DE JONGEREN DIE MIJ UIT VRIJE WIL VOLGEN - ZE HEBBEN JUIST TIJD IN OVERVLOED, HET ZIJN ZONEN VAN DE RIJKSTE BURGERS - HEBBEN ER PLEZIER IN OM TE ZIEN HOE IK MENSEN ONDERVRAAG. ZE DOEN ME DIKWIJLS NÁ EN PROBEREN WEER ANDEREN TE ONDERVRAGEN. ZE TREFFEN DAN, GELOOF IK, MENSEN IN OVERVLOED (Apologie, 23c). Ze leren door naar hem te luisteren, maar vormen strikt genomen geen gemeenschap; en bij zijn leven draagt Socrates zijn taak van verloskundige aan geen van hen in 't bijzonder over?!

Alcibiades beschrijft 't uitzonderlijk lichamelijk uithoudingsvermogen van Soc tijdens de oorlog: 'IK WAS TE PAARD EN HIJ TE VOET, ZWAARBEWAPEND,' vertelt hij (Symposium, 221a), 'DAAR ZAG IK HOE SOCRATES DOOR DE VOLHARDING WAARMEE HIJ VERMOEIDHEID VERDRAAGT, NIET ALLEEN MIJ OVERTROF, MAAR ALLE ANDEREN [...]! DE WINTER IS HEEL STRENG IN DAT LAND EN HET LEEK WEL EEN WONDER HOE SOCRATES DE KOU WEERSTOND. BIJ DE STRENGE VORST, TOEN NIEMAND. NAAR BUITEN DURFDE TE GAAN TENZIJ HIJ GOED GEKLEED WAS EN GOED GESCHOEID, DE VOETEN MET VILT EN LAMSVACHT OMWIKKELD, BLEEF HIJ MAAR HEEN EN WEER LOPEN MET DE JAS DIE HIJ GEWOONLIJK DROEG EN LIEP HIJ BLOOTSVOETS VEEL HANDIGER OVER HET IJS DAN WIJ MET ONS GOEDE SCHOEISEL; DE SOLDATEN KEKEN HEM ZELFS MET EEN SCHEEF OOG AAN, OMDAT ZE GELOOFDEN DAT HIJ HEN WILDE UITDAGEN. DÀT WAS SOCRATES IN HET LEGER!' Zo rond 404 vóór 't begin van onze gewone jaartelling (BCE), verbiedt 't Regime v/d Dertig hem het les-geven & zelfs 't SPRÉKEN met jonge mannen. Híj houdt dan òp met door de stad te struinen, maar weigert toch in ballingschap te gaan, want hij beschouwt zich als 'de trouwe zoon', die de wetten in acht neemt ondanks zijn kritiek op die bestuurders.
30 okt 2012 - bewerkt op 31 okt 2012 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende