8/gk158b maar Yosjoea had 'n geweldige hekel aan ~
mij gekregen en nam liever deze gelegenheid te baat me úit te lachen waar iedereen bij was!
'T RAAKTE ME NIET: SINDS BITYA'S DOOD RÁÁKTE ME NÍETS MEER?! 'T ÉNIGE WAARVOOR IK NOG LEEFDE WAS HÁÁR STÈM IN MÍJ ÈN DE VLÙCHTELINGEN UIT YERICHO.
'Dàn bèn je zéker óók niet bereid om die 3000 man aan te voeren?' vroeg Yosjoea terwijl hij triomfantelijk òm zich héén keek om te zíen òf zíjn Mànnen begrépen hóezéér hij me te pàkken had!
Ik dacht ná, want ìk wilde de vluchtelingen níet ònbeschèrmd híer àchterlaten! Toen zei ik: "ÌK VÔER DE TRÓEPEN ÁÁN, MÌTS BELA EN ZÍJN MANNEN HÍER BLIJVEN!" Waarom wilde ik een onderneming leiden die tot mislukken gedóemd was?
Ik was mezèlf toen 'n raadsel, maar nú niet meer! De gedàchte dat ik in de ogen van Yosjoea's mannen een lafaard zou zijn, was voor mij ònverdrááglijk! 't Mannelijk éérgevoel verleidde me tot deze dwaasheid, ik legde zó BITYA bij voorbaat het zwijgen op?
Dùs tròk ik òp naar Aï, eerder met 2000 dan met 3000 man: ik heb ze niet getèld, maar ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat Yosjoea me zo kárig mógelijk bedééld had, waarschijnlijk in de hoop dàt Ìk snéuvelen zóu.
't Kòn me niet schélen, ik was niet bang v/d dood, ik kéék er zèlfs naar úit! A/d àndere kant drukte m'n schuld nòg zwáár òp mij òm Òpkara's dóód! Ìk hàd bij prinses Thermutis, aka BITYA, de dòchter van Gòd, nog wat góed te maken & dáárvóór àlléén wilde ik Léven!
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende