4askelinwvaleouwe'67macht&gezag20eeuwenetceteraras
MACHT IS HET VERMOGEN TOT VORMGEVING VAN DE MAATSCHAPPIJ, EEN MIDDEL OM DOELEINDEN TE BEREIKEN EN AAN ANDEREN Z'N WÌL ÒP TE LÈGGEN? Màcht is zonodig afdwingbaar door 't opleggen van sancties: Gezàg èn Màcht zijn nauw aan elkaar verbonden begrippen; Gezàg ìs 'n kwestie vàn màcht, die àls júist èn rédelijk wordt aanvaardt! Zowèl màcht als gezag zijn relatieve èn relationele begrippen: 't gáát ÀLTÍJD òm méér of mìnder màcht ten opzochte van ànderen. Invloed is zo'n ander verwànt begrip; zíj is 't vermogen òm door middel van óverréding, sùggestie òf beroep òp waarden & normen ànderen ertoe te brengen te handelen in overeenstemming mèt de dóeléinden vàn de beïnvloeder. Óók op de 19e eeuwse NWVale Ouwe/Veluwe! In de tijd van de Republiek der Verenigde Neder-landen bestond het lokale bestuur o/d NWOV uit twee steden {Èlburg & Harderwijk}, één rìchterambt (Oldebroek) & drie schoutambten (Doorspijk, Ermelo & Putten)?! 'n Opvallende verandering i/h bestuur ná de komst v/d Fransen was de invoering v/h Idee v/d Volkssoe-vereiniteit èn de schéiding der MÀCHTEN!? De bestuursregelingen zijn i/d Franse Tíjd zó váák veranderd, dat 't òndoenlijk èn ònnódig is om er hier & nu verder op in te gaan?! Op basis v/d Grondwet van 1814 verschenen er regelingen voor de steden & de geméénten o/h platteland; i/d steden benoemde de koning burgemeesters: daarnaast functioneerde 'n gemeenteraad, gekozen door 'n kiescollege. Dit college werd weer door een, op grond v/h censuskiesrecht, beperkt aantal kiesgerechtigden gekozen! Op het Platteland benoemde onze Kóning een Schout die bijgestaan werd door een aantal assessoren; de gemeenteraad werd er door Provinciale Staten benoemd. Naast déze regelingen waren er ook nog 'Oude Heerlijke Rechten' van kracht! 'n Belangrijke wijziging ìn dìt Systeem was de invoering van één reglement voor de steden èn één voor 't platteland in respectievelijk 1824 & 1825! Déze uniformering bracht mèt zich méé dàt èlke ge-meente een benóemde burgemeester kreeg, bijgestaan door úit de Raad voortkomende Assessoren, ná 1851 wèthouders gehéten. Die gemeenteraad werd in de steden door een kiescollege gekozen, op het platteland door de Provinciale Staten? In dit laatste geval kon de burgemeester grote(r) invloed uitoefenen door middel vàn 't géven vàn advies áán Provinciale Staten; deze regeling bleef nog tot 1851 van kracht: in dàt jaar trad de níeuwe Gemeentewet in werking. Voor àlle gemeenten kwam er een gelijkluidende regeling. Belangrijke uitgangspunten bij deze wet waren: gemeentelijke autonomie, & 't bestuur kwam te liggen bij de gemeenteraad, als vertegenwoordig vàn de bùrgers; in theorie v
ertegenwoordigde de gemeenteraad, als hoogste gezagsorgaan, de gehéle BEVÒLKING, maar werkelijke verhoudingen wáren ànders! Door 't censuskiesrecht, zowel actief als passief, làg i/d praktijk de macht bij 'n kleine stads- & dorpselite! 't Censuskiesrecht blééf vooralsnog bestaan, mèt díen verstande dàt het aantal kiesgerechtigden voor de gemeenteraad tweemaal zo groot was als het aantal kiesgerechtigden voor de toenmalige Tweede Kamer? Verder waren de gemeenteraadsverkiezingen in het vervolg ópenbáár!
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende