18+ apres le coit la bete est triste {je moet niet
meteen zomaar alles geloven
wat ze zeggen}:
IEDEREEN
gelooft wel
in IETS, zelfs
als men denkt in
helemaal NIETS meer
te geloven?
WE
zijn en
blijven van nature
natuurlijk zeer religieuze dieren:
OVERAL ter wereld kom je dus
in ALLE tijden geloofsovertuigingen tegen
met of zonder g d, 'goden', afgoden, krachten & machten!
Te zeggen dat je 'ergens' in moet geloven of dat je 'nergens' in moet geloven
is ietwat onzinnig dus, omdat een ieder wel ergens in iets gelooft, alleen vaak niet
precies weet in WIE of WAT, WAAROM, WANNEER en HOEZO?!
Iets dergelijks gaat ook op voor allerlei andere menselijke vaardigheden,
inzichten en toepassingen door alle tijden en plaatsen heen:
wie die geschiedenis(sen) niet kent moet ze opnieuw gaan 'uitvinden' & gaan beleven
voordat het echt goed DOORDRINGT tot lichaam, geest en gemeenschap ~ dat PROCES ondergaan we!
De uitdrukking "Post coitum omne animal triste" betekent zoiets als
"Na de coitus is ieder dier wat terneergeslagen"?
Die huidige vorm is niet de oudste. Het gezegde kennen we al uit het Latijn,
maar het stamt oorspronkelijk uit het Grieks. Het komt voor het eerst voor in het boek Problemata, dat over 't algemeen wordt toegeschreven aan de filosoof Aristoteles
{384~322 BC}, aangezien het veel materiaal bevat
dat ook in de 'erkende' geschriften van Aristoteles voorkomt.
Het boek kreeg zijn uiteindelijke vorm pas
na het begin van onze jaartelling
zo'n 2000 jaar
geleden.
~@~
OOK
de inhoud
van het spreekwoord
was oorspronkelijk enigszins anders.
In het Grieks luidt de tekst als volgt:
"Meta ta afrodisia hoi pleistoi athumoteroi gignontai"
("Na het liefdesgenot worden de meesten enigszins moedeloos"
?
Met 'de meesten' zijn dus alleen mensen bedoeld, geen dieren!
OOK de oudste Latijnse vertaling rept trouwens alleen maar van mensen:
"Et post coitum quoque animum plerique plus minusve dejiciunt"
("En na de coitus raken de meesten ook meer of minder moedeloos";
uit: Aristotelis Opera omnia, uitgave Didot, deel IV, blz. 268
.
HOE de dieren in dit spreekwoord terechtgekomen zijn, is niet helemaal duidelijk?
Misschien heeft iemand ooit het woord animum {'ziel'} verward met animal.
Hoe het met de postcoitale droefheid ZIT, licht Aristoteles als volgt toe:
"Zij die gemeenschap hebben, zijn vaak meer terneergeslagen,
want door de gemeenschap koelen zij af, doordat zij iets verliezen
wat waardevol is, zoals blijkt uit het feit
dat de hoeveelheid zaad
die wordt uitgestort,
niet groot is."
Het 'koud' zijn leidt volgens
Aristoteles altijd tot neerslachtigheid.
Opmerkelijk is dat de uitdrukking in deze vorm
dus alleen maar op MANNEN slaat;
vrouwen blijven hier in dit geval
buiten beschouwing?!
~@~
HOEWEL
het dus al met al
een oud gezegde is,
duikt het zo nu en dan nog altijd
wel weer eens op in het Nederlands, en ook in andere talen?
In 1996 kwam bijvoorbeeld de roman Animal triste uit, van de Duitse schrijfster Monika Maron,
en een jaar later verscheen de Franse film Post coitum animal triste.
Beide gaan vanzelfsprekend over een
(niet al te soepel verlopende)
relatie.
~@~
MINDER
bekend is
dat er later
een vervolg aan het
spreekwoord is gebreid.
Dat gebeurde in het Latijn:
'(...) praeter gallum, qui cantat'
['behalve de haan, want die kraait'].
Nog weer later diende een nieuwe uitbreiding zich aan:
'(...) sive gallus et mulier'
['behalve de haan
en de vrouw'].
~@~
DEZE
"UITDRUKKING"
heeft vanouds al
veel stof tot discussie gegeven,
en heeft evenveel bijval als scepsis geoogst.
Valt er over het onderwerp eigenlijk ook nog iets zinnigs te zeggen?
Heeft de moderne, empirische wetenschap ons hier nog 'iets nieuws' te melden?
Nu is die al dan niet droeve gemoedsstemming van een {willekeurige} haan lastig te onderzoeken,
maar, maar bij vrouwen gaat dat [vooral tegenwoordig] iets makkelijker!
En dan blijkt dat deze uirbreiding van het gezegde wel eens
zou kunnen kloppen met de
werkelijkheid?!
~@~
IN
2002 namelijk
rapporteerde de psycholoog
Gordon Gallup i/h blad Archives of Sexual Bahavior
over een onderzoek waaruit bleek dat zaad een antidepressieve werking heeft.
Vrouwen die zonder condoom de liefde hadden bedreven, hadden in het verleden minder vaak
zelfmoordpogingen gedaan dan vrouwen die wel een condoom gebruiken,
of die zich van de geslachtsdaad onthielden.
Wat de vrouwen betreft heeft dit gezegde
en lichtelijk uitdijende spreekwoord dus
geen gelijk gekregen: zij voelen zich
na de geslachtsdaad (in ieder geval
zonder condoom,
dus) juist NIET
terneerge~
slagen
...
~~
HOE
dan ook,
het BLIJFT oppassen
geblazen met die 'geloven',
gezegden/spreekwoorden, hele & halve
'waarheden', individuele &
sociale experimenten tussen
opstaan & weer
slapen gaan:
ik
val 's
avonds
meestal vanzelf
weer in slaap van vermoeidheid
{al of niet bevredigd} &
's morgens
sta ik meestal uitgeslapen
en met veel plezier
weer op
met allerlei
brokken & stukken
'droomlandmydi'
in
achter~ en/of
voorhoofd
...
~~










~@~
Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende