11ka107bc Prajapati was bv. de tegenhanger/bandhu
v/h
jaar (de
cyclus van seizoenen),
omdat de tijd àfgescheiden was van zijn lichaam op de dag v/d Schèpping;
híj wàs Hèt ÒFFERDÍER omdat óók híj zichzèlf óvergegéven hàd òm geòfferd te worden;
de 'goden', die úit zíjn líjk vóórtgekomen wáren,
waren óók bandhu's van Prajapati!
Terwíjl híj zíjn offerriten úitvoerde,
wàs dé Patróón Hèt òffer dàt hij áán 't vúúr vóedde,
òmdàt hij féitelijk zìchzèlf offerde èn híj wàs om diezèlfde réden Hèt ÒFFERDÍER! Èn híj wàs dùs Prajapati,
wànt hij was de offeraar die òpdracht gegeven had voor 't ritueel èn tegelijkertijd Hèt Slàchtòffer!
Dóór dìt Óeróffer te hèrhálen was hij ééngewòrden mèt Prajapati, hàd hij de profáne wereld vol van sterfelijkheid verláten
èn wàs hij Hèt 'goddelijk Ríjk' bìnnengegaan! Dááròm kòn hij verklaren:
"IK HEB DE HEMEL, DE GODEN BEREIKT & DAARDOOR
BEN IK ONSTERFELIJK GEWÒRDEN!"
Déze archetypische manier
van denken was natuurlijk typerend voor het denken i/d oudheid,
maar wat de Indiase Hèrvòrming v/h ritueel onderscheidde, wàs dàt déze bànden gesmééd werden tijdens het ritueel,
dóór 'n Gééstelijke Ìnspanning! De ritualisten probeerden de deelnemers bewùst(er) te máken vân deze bandhu's èn òp díe maníer
óók bewust van zìchzèlf?!! Zèlfs 't àllerkleinst wèrktuig, zoals 'n vuurstokje, moest ìn hùn géést versmèlten met 't vuurstokje
dat gebruikt was in de óerrite! Àls de priester de geklaarde boter ìn 't vúúr gooide, dan riep hij precies hetzelfde
als Prajapati geróepen hàd {'SVAHA!'} toen híj dìt òffer bràcht! Door de geestelijke inspanning vàn de Òfferáár
& de priesters wèrden déze aardse voorwerpen 'VERVÒLMÁÁKT'; zij líeten de bróze Éigenheid
van hùn prófáne bestaan achter zich & wèrden één mèt Hèt GÒDDELIJKE! Zoals alle
volkeren i/d oudheid ook, geloofden de Indiërs dat rituelen nódig wáren
òm de voortdurend opgebruikte energievoorraad
van de natuurlijke wereld
aan te vullen!!
De hèrvòrmers
vertèlden 'n ÀNDER Verháál over die schepping van Prajapati?
Zíj legden úit dat Prajapati ìn den begìnne besèft hàd dàt híj àlléén ìn hèt hėélal was;
híj verlangde naar nákomelingen, dùs lègde híj zich tóe op ascese - vasten, z'n adem inhouden & wàrmte opwekken ~
èn geleidelijk áán wàs de gehéle werkelijkheid úit zijn persoon (PURUSHA) voortgekomen: DEVA'S, asura's, veda's, alle mensen
èn de gehele natuurlijke wereld?!! Maar Prajapati wàs géén èrg èfficiënte Verwèkker
& zíjn schepping was nogal
'n rommeltje!
Dìe schepselen
waren niet lòs van Prajapati:
ze maakten nog déél úit vàn hèm, èn tóen híj úitgepùt van zijn wèrk búiten bewùstzijn ge-
RÁÁKTE, stierven ze bijna allemaal weer bij bosjes: víelen WÈG van hem & dèsintegreerden of vlùchtten zelfs
uit àngst dat Prajapati hèn òpslòkken zóu?!! Toen hij weer bíjkwam, schrok Prajapati vreselijk:
"HÓE KÀN ÌK DÉZE SCHEPSELS
TERUGNEMEN ÌN MEZÈLF?"
zó vróeg hij!
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende