10 wijze maagden & dwaze knapen op wacht i/d nacht

Onze Cock van driehonderd en vijftig jaar jaar geleden was over de inhoud van die pamfletten zeer teleurgesteld en had dan ook aanvankelijk weinig zin om erop te reageren. Aan zijn schoonzoon Willem Anslaer schreef hij op 28 december 1659 daar
over: '... Mijn collega Hoornbeck heeft tegen mijn Typus Concordiae een sofistisch geschrift [libellum sophisti-cum] geschreven. Kijk hier bijvoorbeeld eens naar: ik zou gezegd hebben dat het "geen werk doen" in het kader van de christelijke vrijheid en het "geen werk doen" op grond van een gebod elkaars tegengestelden zijn. Hij zegt dat de christelijke vrijheid niet in strijd is met de geboden Gods. Alsof ik de christelijke vrijheid opvat als zijnde in tegenspraak met de geboden
... Ik weet niet wat ik doen zal. 't Moet mogelijk zijn om hem op waardige wijze te antwoorden ...
'
Na meer dan twee jaar strijd was Coccejus het polemiseren over de sabbatdag moe. Daarom schreef hij in januari van het volgende jaar [1660] aan Anslaer: '... Hoornbecks bedoeling is duidelijk. Ik zal hem niet meer antwoorden. Heidanus evenmin. De Staten hebben alle polemische geschriften verboden. Hij wist van het besluit van de synodale instanties af. Wij hebben ermee inge-stemd. Hij heeft liever een sofistisch verhaal willen opdissen dan zwijgen. Het is vooral te betreuren dat hij durft te beweren dat hij zo handelt, omdat God zijn raadgever is ...' Wat begonnen was als 'n academisch debat over de uitleg van het vierde gebod, groeide door deze pamflettenstrijd uit tot 'n fundamenteel geschil over de christelijke levenswandel. Cock ontvluchtte het strijdtoneel door in de maande mei van 1660 drie weken bij zijn dochter in Zeeland te logeren. In zijn brief van 25 september 1659 vermeldt hij ook dat hij ~ naar het zich laat aanzien ~ ook dit jaar nog geen grootvader zal worden:
'Ita tarda sunt mea & meorum omnium'. Toch hield ook Coccejus zich niet geheel aan het besluit van de overheid om niet meer over de kwestie te publiceren. 'n Achterliggend vraagstuk bij de interpretatie van het sabbatsgebod was namelijk of de decaloog tot het werkverbond dan wel tot het genadeverbond gerekend moest worden. Bij het persklaar maken v/d 3de editie v/d Summa Doctrinae in 1660 maakte Cock van deze gelegenheid gebruik om over deze kwestie een flinke excurs op te nemen. Kortomo in excelsis deo enzo: men heeft zich duizenden jaren ingespannen met 't naadje van de min of meer 'zwarte kousen' ... Het vuur is nog brandende & de aardappels met rode bietjes zijn gaar op 't waakvlammetje!
13 dec 2010 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende