Heel
de aarde
is een grote
babbelbox: het geluid was
de daad die vol lawaai zat en {er was} niemand om te horen
of te zien, laat staan er ook nog eens iets zinnigs van te zeggen.
Maar ja als je leert praten dan luister je.
In het begin was de oerknal van hemel en aarde:
zelfs toen de aarde nog woest,
leeg en doods was,
met duisternis over oervloed & ~eb,
zweefde g ds geest al als het ware bij wijze van spreken,
vertellen en wat later ook al schrijven
als de wind over
het water.
Licht
kwam en
daarna vonden we
er woorden voor. Indien licht dan ook duister,
als avond dan ochtend, water onder en boven de aarde, land en zee, droger en natter,
groene planten, bomen en struiken met vruchten, zaad en zonlicht, maan en ontkieming, ster als oog, mond, oor van vis, vogel, dieren en zoogdieren,
apen en mensen
met allerlei
mydi~
wensen
...
De
allereerste Adams
& Ewa's waren
dus 'vegenisten'. Sterker nog:
alle dieren waren dat van oorsprong?
In GEN 1:29~30 staat het ongeveer als volgt:
hineh natati lechem et-kal-esev zorea zora asjer al-pnei chal-ha'arets ve'et-chal-ha'ets asjer-bo prie-ets zorea zera lachem yihyeh le'achlah welechal-chayat
ha'arets oelchal-of hasjamayiem oelchol romesj al-ha'arets asjer-bo nefesj chayah et-chal-yerek esev le'achlah wayehie-cheen
Hierbij geef ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op aarde:
DAT zal jullie voedsel zijn!
Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op aarde rondkruipen, geef ik de groene planten
tot voedsel!
En
ZO gebeurde
het; g d keek
naar alles {wat hij/zij
'met eigen woorden en handen'} had gemaakt
{en zag dat het zeer goed was}! Dat de mens ietwat later ook omnivoor is geworden,
heeft volgens al die mydibijbelbabbelverhalen dus helemaal niets me de zogenaamde heidense zondeval te maken.
Pas
NA "De Zondvloed"
{de hoeveelste?} geeft g d
volgens de hebreeuwse mydibijbelbabbelverhalen in GEN 9:3
'toestemming' om scharrelvlees te eten!
chal remesj asjer hoe-chai lachem yihyeh le'achlah keyerek esev natati lachem et-chol!
Alles wat leeft en beweegt zal jullie van nu af aan ten voedsel dienen: DIT alles geef ik je,
zoals ik je ook de planten heb gegeven!
Daarna maakt god
{alweer en nog steeds
volgens de Hebreeuwse scheppingsverhalen}
tegenover Noach een duidelijk ethisch onderscheid tussen mydimens en ~dier:
van het dier mag het bloed worden vergoten,
van de mens niet!
Je kunt ook
dit gegeven
op minstens twee manieren interpreteren?
Je kunt zeggen:
naar de letter van de wet is het volgens de g d van de bijbel toegestaan om vlees te eten
en wordt er dan ook een heel strikt onderscheid gemaakt tussen menselijk leven dat heilig dient te zien, en dierlijk leven dat dat niet is.
Een andere lezing is:
na de zondvloed[en]
heeft 'g d' het eten van vlees slechts als een soort van concessie toegestaan aan de mydimens,
maar het {paradijselijke} ideaal is te vinden in GEN 1!
Liever alleen maar plantaardig voedsel!
Deze laatste interpretatie lijkt mij het sterkst?
De zogeheten zeven Noachitische geboden zijn,
meer nog dan de tien geboden
{van duizend jaar doorvoor
en/of daarna},
een soort van absoluut minimum aan humaniteit?
"Goed,
als je dan {met alle geweld} vlees wilt eten,
doe het dan tenminste op een wat meer
humane wijze!Geldt dat ook voor
oorlogvoeren?


