Zwaard ontwaak & verhef je!
Hy
stelt de
zee haare paalen,
en zegt:
dus verre, en niet verder,
zultge komen.
Zo beteugelt hy
ook de zee der verdrukkingen, en de boosheid der verdrukkers.
Hy laat ons niet verdrukken, noch verzoeken, boven ons vermogen.
De H. Apostelen waren nog te zwak, om tot den bloede toe te strijden, als JC gevangen wierd,
dies zal hyze vrijmaken en redden, laat deezen gaan
,
zegt hy tot de vyanden,
en die hem grijpen,
laten de Discipelen
vrij.
Hoe moet ons
dit troosten in lijden en strijden.
Worden wy gebonden, gelijk JC, het woord G ds is
niet gebonden.
Op die dag
zal er een bron ontspringen
waarin de nakomelingen van Dawied en de inwoners van Yeroesjalayim
hun zonde en onreinheid
kunnen afwassen.
Als die tijd aanbreekt
~ spreekt de eeuwig komende aanwezige Heer der hemelse machten ~
zal ik alle afgoden uit het land laten verwijderen en doen verdwijnen;
hun namen zullen niet meer
worden genoemd.
Ik zal ook de profeten uitbannen,
en met hen de geest van onreinheid die het land bezoedelt.
Wanneer er dan nog iemand een profetie uitspreekt, zullen zijn eigen vader en moeder,
die hem zelf hebben voortgebracht, tegen hem zeggen:"
"
Jij moet sterven, want je verkondigt leugens in de naam van de eeuwig komende aanwezige!"
Ze zullen hem doorsteken, zijn eigen vader en moeder, die hem zelf hebben voortgebracht,
wanneer hij een profetie
uitspreekt.
Dan zullen ze zelfs
niet meer voor hun visioenen durven uitkomen, die profeten.
Ze zullen de profetenmantel niet meer aantrekken om de mensen te bedriegen.
Ze zullen zeggen:"
"
Ik ben helemaal geen profeet;
al van jongs af aan bewerk ik als slaaf de grond!"
En wanneer zo iemand gevraagd wordt:"
Hoe kom je aan die striemen op je rug?"
,
dan zal hij antwoorden:"
Die heb ik opgelopen in het huis
van mijn meesters."
Zwaard, ontwaak!
Verhef je tegen mijn herder,
tegen de man met wie ik mij verbonden heb ~ spreekt de eeuwig komende aanwezige Heer der machten.
Dood de herder, zodat de schapen verdwalen.
Weerloos als ze zijn zal ik ze treffen.
In heel het land ~ zo spreekt de eeuwig aanwezige komende ~
zal twee derde worden uitgeroeid en omkomen; slechts een derde zal worden gespaard.
Dat deel zal ik louteren in het vuur: ik zal hen smelten als zilver en zuiveren als goud.
Zij zullen mijn naam aanroepen en ik zal antwoorden.
Ik zal zeggen:
"Dit is mijn volk,"
en zij zullen zeggen:
"De Eeuwig komende Aanwezige
is onze G d!"
Wees niet vertoornd,
Eeuwig aanwezig Komende,
straf mij niet, bedwing je woede,
sla mij niet!
Diep zijn jouw pijlen in mij gedrongen,
zwaar is jouw hand op mij neergedaald!
Door jouw toorn is niets aan mijn lichaam nog gaaf,
door mijn zonden is niets van mijn gebeente nog heel!
Mijn schuld steekt hoog boven mij uit,
als een zware last,
te zwaar om nog verder te dragen!
Mijn wonden zweren en stinken
vanwege mijn lichtzinnig leven.
Ik loop gebogen, diep gebukt,
ik ga in het zwart gehuld,
dag in dag uit.
In mijn lendenen woedt koorts,
niets aan mijn lichaam is nog gaaf,
ik ben uitgeput, gebroken,
met bonzend hart
schreeuw ik het uit.
Heer,
al mijn verlangens zijn jou bekend,
mijn zuchten is jou niet verborgen,
mijn hart gaat tekeer, mijn kracht ebt weg,
mijn ogen verliezen hun glans.
Mijn liefste vrienden ontlopen mijn leed,
wie mij na staan, houden zich ver van mij.
Mijn belagers lokken mij in de val,
wie mijn ongeluk willen, spreken dreigende taal,
dag in dag uit verspreiden ze leugens.
Maar ik houd mij doof en wil niet horen,
ik doe als een stomme mijn mond niet open,
ik ben als iemand die niet kan horen,
geen verweer komt uit mijn mond.
Want op jou,
Eeuwig komende aanwezige, hoop ik,
van jou komt antwoord, mijn Heer en mijn G d!
Ik denk: "
Laten ze niet om mij lachen, niet triomferen nu mijn voet wankelt!
Want ik ben de ondergang nabij en altijd vergezelt mij de pijn. Ik wil mijn schuld belijden,
door mijn zonden word ik gekweld. Maar mijn vijanden leven, zij zijn sterk,
zij zijn met velen en blind is hun haat.
Ze vergelden goed met kwaad en vallen mij aan, al zoek ik het goede.
Verlaat mij niet, eeuwig aanwezige komende, mijn g d, blijf niet ver meer van mij.
Haast je mij te helpen, Heer,
jij bent mijn redding."
HIER
is mijn
dienaar, hem zal
ik steunen, hij is
mijn uitverkorenen, in hem vind
ik vreugde, ik heb hem met mijn geest vervuld!
Hij zal alle volken het recht doen kennen. Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet,
hij roept niet luidkeels in het openbaar; het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnen vlam zal hij niet doven. Het recht zal hij zuiver doen kennen. Ongebroken zal hij niet rennen en vol vuur zal hij het recht
op aarde vestigen; de eilanden zien naar zijn onderricht uit.
Dit zegt g d, de eeuwig komende aanwezige,
die de hemel heeft geschapen
en uitgespannen,
die de aarde heeft uitgehamerd
met alles wat zij voortbrengt, die de mensen op aarde levensadem geeft,
en levensgeest aan allen die daar verkeren:"
In gerechtigheid heb ik, Aanwezige, jou geroepen!
Ik zal je bij de hand nemen en je behoeden, ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen
en maak je tot een licht voor alle volken, om blinden de ogen te openen, om gevangenen te bevrijden
uit de kerker, wie in het duister zitten uit de gevangenis!
Ik ben de Komende,
dat is mijn naam!
Ik deel mijn majesteit
niet met een ander,
noch de lof die mij toekomt met een beeld.
Wat eertijds werd voorzegd, is nu vervuld en ik
kondig jullie nieuwe dingen aan,
nog voor ze ontkiemen
zal ik ze openbaren.

Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende