VOOR
'66 kende ik al die 'heilige landen'
eigenlijk alleen maar uit bijbelverhaaltjes, wat kranten &
tijdschriften, muziek & veronderstellingen op grond daarvan.
Minimaal dus & vol fantastische
aannames
...
In de eerste vier maanden van '67
leerde ik 't moderne Israel voor 't eerst wat beter kennen,
maar daar is al eerder & vaker over geschreven in de afgelopen jaren:
net zo groot als Nederland,
maar veel droger
...
Je kon toen
nog onbekommerd heen en weer liften
tussen Galilea & de Rode Zee, de Middellandse Zee en de rivier de Yardeen.
Begin mei ging ik voor 't eerst naar de Oude Stad die helemaal Jordaans was net als
de z.g. Westbank {Gaza hoorde nog bij Egypte} & er was ook toen al sprake van terroristische grensover-schrijdingen, maar dat dringt allemaal maar heel langzaam tot je door:
alles is nog nieuw en
heel 'anders'
...
Archeologen
legden begin jaren vijftig van de vorige eeuw
onder meer een gebouwencomplex bloot op de westelijke oever
van de Dode Zoutzee ongeveer tien kilometer ten zuiden van Jericho & 't eind van de Yardeenrivier:
men identificeerde 't als de "Esseense gemeenschap"
waarover Plinius de Oudere
ook al sprak!
Plinius zelf
was omgekomen bij de uitbarsting van de Vesuvius in 't jaar 79,
waarbij Pompeji & Herculaneum door de gloeiend hete lava werden bedolven.
Van zijn werk is alleen nog maar Naturalis historia be-waard gebleven,
waarin ondermeer de topografie & bepaalde gebeurtenissen
in Judea worden beschreven.
Plinius' bronnen zijn onbekend,
net als die van de 'euangelieschrijvers' uit de tweede helft v/d 1ste eeuw,
maar zijn tekst verwijst wel naar de plundering van Yeroesjalayiem in 68 &
moet dus enige tijd later al tot stand zijn gekomen?
Er bestond zelfs enige tijd 'n - inmiddels weerlegde - legende dat Plinius net als ook
Flavius Josephus met het Romeinse leger zou zijn meegereisd tijdens de invasie van Palestina na 't begin
van de opstand in 66/67; in elk geval is Plinius wel een van de weinige schrijvers uit de oudheid
die Essenen niet alleen met name noemt maar hen ook geografisch lokaliseert,
& wel aan de oevers van de Dode Zoutzee
{400 meter below sealevel!}:
AAN DE WESTZIJDE VAN DE DODE ZEE,
MAAR BUITEN HET BEREIK VAN DE ONWELRIEKENDE DAMPEN AAN DE KUST,
LEEFT DE AFGEZONDERDE STAM DER ESSENEN, DIE UNIEK IS ONDER ALLE ANDERE STAMMEN IN DE WERELD OMDAT HIJ GEEN VROUWEN TELT, ALLE SEKSUELE VERLANGENS HEEFT AFGEZWOREN, GEEN GELD GEBRUIK EN ALLEEN PALMBOMEN ALS GEZELSCHAP HEEFT. DAGELIJKS WORDT UIT DE STOET VAN VLUCHTELINGEN EEN GELIJK AANTAL GEREKRUTEERD, DOOR 'T TOE-LATEN VAN TALLOZE MENSEN DIE 'T LEVEN MOE ZIJN EN HIER DOOR HET LOT NAARTOE WORDEN GEDREVEN OM HUN LEEFWIJZE AAN TE PASSEN .... BENEDEN DE ESSENEN LAG VROEGER DE STAD ENGEDI ....
DAN KOMT MASSADA
....
De vraag is dus ook nu nog steeds
wie die ongrijpbare & mysterieuze bewoners van Qumran {"Gomorrah"?} eigenlijk waren:
wie was de stichter van hun gemeenschap[pen] zo'n 200 jaar daarvoor,
wie hebben hun 'heilige teksten' gekopieerd & naderhand verborgen,
& waarom is deze groepering vervolgens [ogenschijnlijk]
van 't historisch toneel verdwenen?
En als dat [ongeveer] zo was,
wat betekent hun naam dan precies?
't Traditionele beeld van Essenen werd ons overgeleverd
door Plinius, Philo & Flavius Josephus, die hen plachten te beschrijven
als een sekte of subsekte van het jodendom uit de 1e eeuw NC:
'n soort van celibataire kluizenaars, die 'met alleen
dadelpalmen {& vijgenbomen} als hun gezelschap'
een gebied bewoonden dat zou kunnen over-
eenstemmen met Qumran. Josephus,
die ook Philo citeerde,
werkt dit beeld nog
wat nader uit.
Volgens FJ
leefden de Essenen celibatair,
hoewel hij er terloops aan toevoegt
dat 'er ook 'n andere orde van Essenen bestaat'
die wel huwt. Zij verwierpen rijkdom en geneugten,
hadden alle eigendom gemeenschappelijk en wie tot hun orde toetrad,
moest vervolgens ook al zijn persoonlijke
bezittingen opgeven.
Ze kozen hun leiders
uit hun eigen rijen & behalve in afgelegen gemeenschappen
woonden ze in alle steden van Palestina,
hoewel ze ook daar
op zichzelf bleven
...
FJ schetst hen
als 'n soort van 'kloosterorde' of 'n oude 'mysterieschool':
nieuwe kandidaten moesten een proeftijd van 3 jaar voltooien bij wijze van novitiaat
& pas nadat ze deze leertijd met succes hadden volbracht werden ze officieel toegelaten
tot de gemeenschappelijke maaltijden e.d. Die volwaardige Essenen
baden iedere dag voor zonsopgang, werkten dan een uur of vijf,
trokken daarna een schone lendendoek aan en namen
een voorgeschreven bad ~ een ritueel dat zich dagelijks herhaalde:
aldus gereinigd verzamelden ze zich in 'n "Gemeenschapszaal"
alwaar ze gezamenlijk 'n eenvoudige doch voedzame maaltijd
nuttigden & ze aten wel vlees?
Ze bezaten
een uitvoerige kennis
van 't OT en de leer
van de profeten
...
Verder
waren ze zelf opgeleid
in de kunst van 't voorspellen
['waarzeggen'] & konden zo in de toekomst
zien door 't bestuderen van 'heilige teksten'
in combinatie met bepaalde
reinigingsriten &
vastentijden
...
Volgens hun leer
[schrijft Josephus]
was de ziel onsterfelijk,
maar gevangen in 'n sterfelijk & tot verderf geneigd lichaam.
Bij de dood 'ontsnapte' de ziel & steeg in 'gelukzaligheid' omhoog.
FJ vergelijkt de Esseense leer met die van 'de Grieken'
& alders spitst hij die opmerking toe & vergelijkt
de Esseense opvattingen met de principes
van de Pythagoreische school!
Hij maakt verder
ook nog melding van hun trouw aan de wet[ten]
van Mosjeh:
'WAAR ZIJ NA G D 'T MEEST RESPECT VOOR HEBBEN IS DE WETGEVER & GODSLASTERING
TEGENOVER HEM IS EEN HALSMISDAAD'
Over 't algemeen werden de Essenen
toch vooral afgeschilderd als 'n uiterst vredelievende gedisciplineerde groepering
die op goede voet stond met 't gevestigde gezag. Ze schenen zelfs
in de gunst te staan bij Herodes, die
'alle Essenen bleef eren'!
Sterker nog,
'Herodes had veel respect voor deze Essenen,
meer dan hun sterfelijke aard
vereiste ...'
Maar
op 'n bepaald punt
spreekt FJ zichzelf toch ietwat tegen {?} -
of maakt 'n onvoorzichtige fout:
'zij minachten 't gevaar en overwinnen pijn,
uitsluitend door hun wilskracht. De dood, mits die maar eervol is,
waarderen zij hoger dan 'n leven zonder eind! Hun geestkracht werd tot 't uiterste op de proef gesteld
door de oorlog met de Romeinen, die hen wreed folterden & verminkten,
hen verbrandden & hen braken, & hen onderwierpen
aan alle denkbare martelingen om hen
tot godslastering tegen
de Wetgever
te dwingen
of 't verboden voedsel
te eten!
In deze ene beschrijving,
die in strijd is met alles wat FJ verder over hun zegt,
lijken die "Essenen" {'chassiediem'} ineens verdacht veel
op de militante verdedigers van Massada,
Zeloten of Sicarii!
Ruimte te over
voor mogelijke verwisselingen,
verwarringen & ver-
onderstellingen?!
En dat is
allemaal goed & wel,
maar om nu ook daar meteen allerlei ingewikkelde conclusies aan vast te gaan knopen,
laat staan elkaar op leven & dood te vuur & te zwaard te gaan bestrijden
met alle bekende gevolgen vandien,
dat lijkt me wat overdreven.
Ondertussen
was dat wel alweer
bijna 2000 jaar
't geval
...
