't
Aller-
mooiste, boeiendste,
interessantste, meest troostvolle,
intrigerende, komische, speelse & fascinerende
in mydi blijven al die tijdreisjes via andere tijden,
plaatsen, mensen vol innerlijke en uiterlijke verschillen:
alsof datgene wat gescheiden is geraakt weer samen~
komt & we onszelf verdelen over alles wat
leeft, ziet, hoort, opmerkt, aanhaalt,
afstoot en eindeloze puzzles
vormt vol nieuwe
ontdekkingen &
vergezichten
...
IK
KIJK DOOR
DE OGEN VAN
MAT GARGON [300 JAAR GELEDEN]
NAAR WAT HIJ ZEGT OVER WAT MEN 2000 JAAR GELEDEN MEENDE TE ONWAREN
OP GROND VAN WAT ZE TOENDERTIJD VERWACHTTEN NAAR DE WOORDEN VAN PROFETEN, DICHTERS, ZANGERS EN DROMERS/ZIENERS VAN 3000/4000 JAAR GELEDEN
[EN LANGER DAARVOOR]: JE KIJKT ALS 'T WARE TERUG
VIA ONS EIGEN LICHAAM
NAAR ONZE HELE VOOR-
GESCHIEDENIS!
Ziet dan hier
een vertoog van G ds gerechtigheid in den rampzaligen Judas,
en van onbegrijplijke halsstarrigheid in de Jooden. Beide worden hier wederom, als de geslagene vyanden van Mosjiach, by een gevoegd: maar gantsch anders, als in hunne onderhandelingen:
want toe{n} waren zy het volkomen eens,
nu zullen de Priesters niet met hem
willen te doen hebben,
& in plaats van troost,
toeduwen:
wat gaat ons dat aan.
DIT IS DE AART VAN VRIENDSCHAP,
EN VERDRAG DER G DLOOZEN, DIE NIET LANGER DUURT DAN 'T BELANG EN VOORDEEL.
HOUD DAT OP, DE VRIENDSCHAP VERGAAT.
Ongelukkige Judas,
wat staat u der Jooden vriendschap dier!
hoe benauwt, hoe prangt u 't genot van den bloedloon, daar gy zo naar haakte en jaagde.
Gy dacht rijk te zijn, en verliest alles.
Gy meinde winst te doen,
en gy mist hoop, en leven, en zaligheid.
Dit is de bedrieglijke vrucht der zonde, die niet is, datze gelijkt, die niet gelijkt, datze is,
en noit regt gekend word, dan als ze beklaagt word.
De zonde bekoort, als men die begaat,
zy slaapt een wijl, als ze begaan is, maar knaagt, en dood, zo haast als ze ontwaakt.
Hoe zoeter haar lokaas is, hoe wranger, hoe zielverderflijker haar nasmaak is.
Hoe zy haaren angel listiger verbergt, hoe zy wisser doodsteek geeft.
Vlied dan de zonde.
Schuwt alle ongerechtigheid.
Staat naar geen onrechtvaardig goed:
dat maakt niemant rijk, maar verwekt knagingen en duizend dooden,
als 't geweten wakker word.
Dat knagen baart wanhoop,
en wanhoop den tijdelijken en eeuwigen dood.
Denkt niet, ik zal zondigen, en berouw hebben.
Ziet gy niet in Judas, dat men geen berouw kan hebben, als men wil,
en dat uiterlijk berouw, geen waarachtig berouw is.
De Jooden zeiden wel:
die zondigt, en zegt, ik zal berouw hebben, en de zoendag mijne zonden uitwisschen,
dien word niet vergunt berouw te hebben.
Dit is willens,
dit is voorbedachtlijk,
en met opgeheven handen zondigen,
en voor zulken is geen slachtoffer over, om datze het eenig,
en G dverzoenend slachtoffer van JC verachten,
en 't bloed des N.T. als met voeten treden.
Wat offer
kan die G dloozen
verzoenen?