Z'n Hebreeuws was virtuoos: hij bezong bescherm-
heren & vriendschap, de onverbiddelijke werking van 't lot & de tijd, zijn eenzaamheid in 'n bedrijvige samenleving die zijn eigen, onverschillige gang ging bij de jacht op materieel succes ~ allemaal conventionele thema's i/d Arabische poëzie.
Maar in zijn religieuze poëzie klinkt het lied vam deze nachtegaal pas werkelijk in volle schoonheid: dáár werd de trotse dichter 'n droevig gelovige die in sublieme taal, frisse beeldspraak & complexe strofen de allerdiepste angsten & verlangens van z'n ziel tot uiting bracht, z'n hunkering naar verlossing, z'n intense bezorgdheid om 'n wereld die uiteen begon te vallen, nu 'to land om hem heen politiek desintegreerde & de christelijke legers aan hun overwinningsmars begonnen.
Vooral om deze gedichten is hij door de eeuwen heen bekend geworden & geliefd gebleven bij de joden;
hij schreef:
"O HEER, WANNEER
DAALT BIJ ONS NEER
MASJIACH, ZEGEN ..."
MIJN KONING BIED IK MIJN GEBED.
IK BUIG VOOR HEM MIJN HOOFD EN KNIE,
MIJN HART ZAL HEM EEN GAVE ZIJN,
MIJN TRAAN ZIJN VLOEIBAAR OFFERAND.
WONDERBAAR ZIJN UW WERKEN, ZOALS MIJN ZIEL OVERWELDIGEND WEET.
UWER, O HEER, ZIJN DE GROOTHEID EN DE MACHT, DE SCHOONHEID, DE TRIOMF
EN DE PRACHT.

Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende