liefdeplicht?
MAAR
ZULT GY
DIT JC DOEN?
ZULT GY,
VOLIJVERIGE VROUWEN,
ZIJN LICCHAAM ZALVEN?
DAT IS GEEN LIJK MEER,
DAT IS UIT HET GRAF VERREZEN,
WAAR VAN GY ZELVE DE BLIJKEN ZULT ZIEN,
EN OOGGETUIGEN ZIJN!
ONDERWIJLEN TREDEN DE VROUWEN IN DEN HOF,
EN MIRYAM DE MAGDALIET, EN DE ANDERE MIRYAM,
ZO HET SCHIJNT, VOOR UIT, OM TE ZIEN, WAT GELEGENDHEID,
EN OF 'ER GELEGENDHEID WARE, OM DEN GEWENSCHTEN LIEFDE-PLICHT
AAN DIEN GELIEFDEN YESJOEA
TE BEWIJZEN.
Het overig vrouwental blijft,
waarschijnlijk, voor in den hof,
en verder van 't graf met de gekochte specerijen staan,
om de wachters niet gaande te maken: indien zy anders geweten hebben,
dat er wachters by 't graf gesteld waren:
nadien zy onderwege alleen
zich bekommeren,
WIE
den zwaaren wentelsteen zoude van den grafmond
AFWENTELEN.
Want hier toe
was meer dan vrouwenmagt van nooden,
en de kommer te meer gegrond,
indien zy geweten hebben,
dat er krijgsknechten
by het graf waakten.
Wonderkracht der blakende liefde,
die, of de gevaaren niet overpeinst,
of onvertzaagdlijk ondergaat,
en overwint.
Konden
de vrouwen wel aan 't graf denken,
en dien wentelsteen,
dien zy met kracht van armen
hadden gezien aanvoeren,
en voor den kelder-mond schieten,
zich niet verbeelden?
De groove zwaarte
zich niet te binnen brengen,
eer zy uit haare huizen,
en naar 't graf gaan?
Voorzichtiger
zijn de weereldlingen doorgaans,
als de kinderen des heilrijks: want die overwegen,
en overwikken, overdenken alle zwaarigheden,
en maken zich door verkeerde omzichtigheid,
om hunnen godloosheid uit te voeren,
dubbeld misdaadig en ongelukkig:
maar de kinderen des lichts vergeten
ligtlijk hunne vereischte voorzorg,
en zien de zwaarigheden,
als ze daar
midden in
zijn.
Maar
zo menschlievend
is G d, dat hy die zwakheden
zijne gunst- en bondgenoten niet toerekent,
en gunstrijk te hulpe komt:
want hy kent ons
beter, dan wy
ons zelven
kennen.