antwoordde Yesjoea.
waar hij onderricht gaf.
want zijn tijd was nog niet gekomen.
vroegen ze.
sprak.
~@~
Kort voor Pesach,
het Joodse paasfeest,
was Yesjoea naar Yeroesjalayiem gereisd.
Daar trof hij op het Tempelplein de handelaars in runderen, schapen en duiven aan, en de geldwisselaars
die daar altijd al plachten te zitten. Hij maakte een zweep van henneptouw en joeg ze allemaal de Tempel
uit, samen met hun schapen en runderen. Hij smeet het geld van de wisselaars op de grond, gooide hun tafels omver en riep tegen de duivenverkopers:
"Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!"
Zijn leerlingen dachten aan wat er geschreven staat:
"De hartstocht voor jouw huis zal mij verteren!"
Maar de Joden vroegen:
"Met welk recht kun je bewijzen dat jij dit mag doen?"
Yesjoea antwoordde hun:
"Breek deze tempel maar af,
en ik zal hem in drie dagen weer opbouwen!"
"Zesenveertig jaar heeft de bouw van deze tempel geduurd!"
zeiden de Joden,
"en JIJ wilt hem in drie dagen weer opbouwen?"
Maar hij sprak over de tempel van zijn lichaam.
Na zijn opstanding uit de dood herinnerden zijn leerlingen zich
dat hij dit gezegd had,
en zij geloofden de Schrift en alles
wat Yehosjoea gezegd had.
~@~
"Wanneer jullie de Mensenzoon hoog verheven hebt,"ging Yesjoea verder,
"dan zul je weten dat ik het ben, en dat ik niets uit mijzelf doe,
maar over deze dingen spreek zoals de Vader het mij geleerd heeft.
Hij die mij gezonden heeft is bij mij: hij heeft me niet alleen gelaten,
omdat ik altijd doe wat hij wil!"
Toen hij deze dingen zei, kwamen velen tot geloof in hem.
En tegen de Joden die in hem geloofden zei Yehosjoea:
"Wanneer je bij mijn woord blijft, zijn jullie werkelijk mijn leerlingen.
Je zult de waarheid kennen, en de waarheid zal je bevrijden!"
Ze zeiden:
"Wij zijn nakomelingen van Avraham
en we zijn nog nooit iemands slaaf geweest ~
hoe kun jij dan zeggen dat wij bevrijd zullen worden?"
Yesjoe antwoordde:
"Waarachtig, ik verzeker jullie: iedereen die zondigt is een slaaf van de zonde!
Nu blijft een slaaf niet voor eeuwig in huis, maar de Zoon blijft wel voor eeuwig.
Dus wanneer de Zoon jullie vrij zal amken, zul je pas werkelijk vrij zijn.
Ik weet wel dat jullie nakomelingen van Abraham zijn. Toch wil je mij doden, omdat er in jullie geen ruimte is voor wat ik zeg! Ik spreek over wat ik gezien heb bij de Vader, jullie doen wat je gehoord hebt van jullie Vader!"
"Onze vader is Avraham!"
zeiden ze.
Maar Yesjoe zei:
"Als jullie echt kinderen van Avraham zijn, dan zou je moeten doen wat Avraham deed!
Maar nee, jullie willen mij, iemand die je de waarheid heeft gezegd die hij van G d gehoord heeft, doden ~
zoiets heeft Avraham nooit gedaan. Maar jullie doen inderdaad wat JULLIE vader daad!"
Ze zeiden:
"WIJ zijn geen bastaardkinderen!
Wij hebben maar EEN Vader: G D!
"Als G d jullie Vader was," zei Yesjoe tegen hen,
"zou je mij liefhebben, want ik ben bij G d vandaan gekomen toen ik hiernaartoe kwam.
Ik ben niet namens mezelf gekomen, maar hij heeft mij gezonden.
Waarom begrijp je niet wat ik zeg? Omdat je mijn mijn niet kunt aanhoren!
Jullie vader is de duivel, en jullie boen maar al te graag wat je vader wil!
Hij is vanaf het begin af al een moordenaar geweest. Hij hoort niet bij de waarheid,
omdat er geen waarheid in hem is.
Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen!
Maar mij geloof je niet, want ik spreek de waarheid.
Kan een van jullie mij van zonde beschuldigen?
Als ik de waarheid spreek, waarom geloof je me dan niet?
Wie van G d is, luistert naar de woorden van G d.
Jullie luisteren niet, omdat jullie niet van G d zijn!"
De Joden riepen:
"Zeggen we soms ten onrechte dat jij een Samaritaan bent,
en dat je bezeten bent [en bezopen praat!]?"
"Ik ben niet bezeten noch bezopen!"zei Yehosjoea.
"Ik eer mijn Vader, maar jullie eren mij niet! Ik ben niet uit op eigen eer;
iemand anders is uit op mijn eer en hij zal oordelen! Waarachtig, ik verzeker je:
als iemand mijn woord bewaart zal hij de dood nooit zien!"
Toen zeiden de Joden:
"NU weten we ZEKER dat jij bezeten bent! Avraham is gestorven, en de profeten ook, en jij zegt:
'Wie mijn woord bewaart zal de dood nooit proeven!'
Ben jij soms meer dan onze vader
Avraham, die gestorven is? Ook de profeten zijn gestorven. Wie denk jij wel dat je bent?"
Yesjoe antwoordde:
"Wanneer ik mezelf zou eren, dan zou mijn eer nikt betekenen, maar het is de Vader die mij eert,
de vader van wie jullie zeggen dat hij onze G d is, hoewel jullie hem blijkbaar niet kennen. IK ken hem!
Als ik zou zeggen dat ik hem niet ken, dan zou ik [ook] een leugenaar zijn, net als jullie!
Maar ik hen hem wel, en ik bewaar zijn woord.
Avraham, jullie vader, verheugde zich op mijn komst, en toen hij die meemaakte
was hij [heel erg] blij!"
De Joden zeiden:
"Je bent nog geen vijftig en jij zou Avraham gezien hebben?"
"Waarachtig, ik verzeker je,"antwoordde Yehosjoea,
"van voordat Avraham er was, ben ik er!"
Toen raapten ze stenen op om naar hem te gooien.
Maar Yesjoe wist onopgemerkt
uit de Tempel te
ontkomen.
Spraken
sommigen dialect?
Vanwaar dit keiharde
woordenspel met wederzijdse beschuldigingen
over en weer [volgens de traditie!]:
welke argumenten, tekstuitleg,
interpretatie & toepassing
blijft hout snijden en wat
is zaagsel & stof?
Wie het wel weet
mag het ook
wel zeggen
...


