"Verbeelding en fictie:
is er onderscheid?"
~*~Dat
het geloof
maar van verbeelding is,
is voorzover het dat 'maar' betreft, misplaatst!
Waar die onderwaardering
vandaan
komt?
Ik
denk
dat verbeelding
voor veel mensen de bijbetekenis van fictie meedraagt,
en fictie is wat je in een roman of een novelle tegenkomt.
Nu lopen beide termen een eindweegs parallel, of misschien wel helemaal.
Als het anders was dan zouden er geen problemen rijzen,
dus eerst maar even over wat ze
gelijkwaardig
maakt.
De
term 'fictie'
is gebruikelijk voor een roman.
Al dan niet ge-ent op de werkelijkheid, dat is weer een vraag apart.
Helemaal buiten de werkelijkheid zal zelden van toepassing zijn.
Schrijvers haken met hun verbeelding meestal vast aan de wereld waarin ze leven,
of waarin indertijd - vroeger -
mensen leefden.
De
misdaadromans,
om maar wat te noemen, teren op moord en doodslag,
hoezeer ze een verhaal vertellen dat gelukkig niet is gebeurd,
althans niet op
die manier.
Maar
ook de meer
verheven literatuur [ik noem het maar zo]
veronderstelt de toestand waarin onze wereld zich bevindt.
Neem Harry Mulisch met De ontdekking van de hemel
[de mensheid laat de Tien Geboden los], of Ismael Kadare over de Balkan
[Albania bezet door
de islam].
Ook
als de roman
over het leven ven een enkele mens gaat
[Coetzee in Het portret van een jonge man],
is de wereld die ons daar wordt voorgehouden de wereld
zoals zowel de auteur als wij
haar herkennen.
Een
roman
die volstrekt
buiten de wereld staat zou ik niet kunnen noemen.
Zelfs SF- [en SM-]verhalen veronderstellen onze voorhanden wereld,
anders zouden we ze niet kunnen begrijpen?
Niettemin, we noemen dat fictie.
We krijpen als het ware bij wijze van spreken,
vertellen, schrijven, lezen, doen en laten in de huid van het 'mydi'-verhaal,
en zolnag we blijven lezen 'geloven' we erin, zijn we bereid om
een eindweegs mee te gaan in wat ons allemaal als 'werkelijkheid'
wordt voorgeschoteld ...
Dat is de macht
van onze verbeeldingskracht.
Maar als het boek uit is, dan kruipen we er weer net zo snel uit,
de verbeelding verliest
zijn betovering.
Net
als met
de meeste mydi-entries:
we zien vaak in een oogopslag
waar het over gaat
[als het ergens over gaat],
nemen al of niet met begrip
of afschuw kennis van het geschrevene
[ondanks de taalverkrachtingen,
tikfouten en hersenverwekingen],
zijn soms even in een [totaal andere] wereld,
willen wel of niet reageren
en vervolgens gaan we verder
met iets anders
of waar we al
mee bezig
waren?
Voor
de duur
van 'het verhaal'
zijn we even ergens anders,
maar daarna weer gewoon hier.
Dat willen we ook, we
bedoelen
het zo.
Dat alles kan
een mens ook doen
met wat we de christelijke
verbeelding hebben genoemd,
en dan in het bijzonder met de bijbelverhalen
['oud & nieuw']:
ermee omgaan
als met onze
fictie.
Je kruipt erin,
[voor een tijdje
een plaats van/voor g d
of wie of wat er ook maar
in voorkomt]
in het 'mydi'-verhaal
van de 'eerste zes scheppingsdagen
en de rustdag', zondvloeden,
torens van Babel, hoftuinen van Eden,
Adams zonen, Noach en de ark,
vermengingen van goden en mensen,
nakomelingen van Terach & Avraham,
Sarai met de Farao in Egypte,
Lot aan de Dode Zee en z'n domme vrouw
en geile dochters,
veldslagen en visioenen,
Hagar & Ismael,
Avimelech & Yitschak,
de koop van land in Kana'an,
familiegraven, kinderen en huwelijken,
Rivka, Ya'akov & Esaw,
dromen en slinkse streken,
Lavan in Charan en al die andere boeiende
verhalen tussen Chaldea,
het land tussen Eufraat en Tigris, Zuid Turkije
en Noord Egypte, Kana'an,
'Israel en Palestina', Persia/Iran,
Grieken en Romeinen,
krenten en rozijnen, oogmerken,
doelstellingen, beweegredenen,
drogredenen,
diverse herkenbare en/of
volkomen onvoorziene
oorzaken en
gevolgen ...
Je kruipt
in die mydiverhalen
met huid en haar,
gevoel en verstand,
en het is voor een tijdje
helemaal 'waar' voor je [geld]!
Net als bij elk
ander goed verhaal
denk je niet de hele tijd:
het is 'alleen maar'
verbeelding.
Integendeel,
de verbeelding sleept je mee
naar andere werelden.
Daar is het dan ook verbeelding voor:
de bijbel als leesboek,
als voorleesboek voor mensen
van alle [leef-]tijden, plaatsen
en achtergronden/afkomsten,
deze verzameling boeken kan mensen
inpakken, ons vrolijk maken
of verdrietig,
of verdriet juist omvormen
tot berusting: ALLES is
[weer even]
mogelijk!
Wie
dat leest
gaat kopje onder in het verhaal,
als het tenminste een goed verhaal is,
een verhaal dat aanspreekt.
De lezer [ik/jijwij dus] zit[ten] erin totdat
totdat we er weer uitkruipen:
en zien en horen de wereld met
andere ['veranderde']
ogen en
oren.
Met
de verbeelding
van de religies is er niettemin
ook nog iets anders aan de hand?
We hebben als synoniemen van die verbeelding
woordjes als 'kijk op' en 'visie' gebruikt! Op wat?
Op de werkelijkheid: religieuze verbeelding [dat was de omschrijving]
is een netwerk van verbeelding dat over de werkelijkheid is uitgespannen,
ge-erfd van onze
voorouders.
Ze
is niet
bedoeld om erin
te kruipen en daarna
er weer uit, zoals bij
romans.
Hoewel,
soms gaat het mis bij een roman:
erin kruipen lukt wel, maar er weer uit,
dat wil soms niet echt vlotten: ge blijft erin omdat het u pakt,
soms gebeurt het zelfs dat je helemaal met huid en haar erin blijft!
En zij blijven in jou [die verhalen] en worden deel van jou:
ze kruipen niet meer zo gemakkelijk uit jou, kunnen
we beter zeggen: ze doen je wat,
jij blijft erin en zij
in jou?
DAT
is het
wat de religieuze
verbeelding juist bedoelt:
waarvoor ze 'in het leven' is geroepen.
OF het haar lukt zich zo in te nestelen [in jou, mij, ons], is en blijft de vraag.
maar ze wordt wel om die reden wel doorgegeven duizenden jaren lang
en van de ene generatie op de
andere!
Geloofsverbeelding
wilde van huis uit meer
dan je voor een poosje maar even in een andere wereld verplaatsen:
ze wilde je dezelfde wereld met andere ogen en oren laten zien en horen,
mensen een andere [veranderende] visie meegegven,
een kijk op de wereld en onze eigen plaats daarin,
voor een tijdje {menszijnde} een plaats van {menswordende} g d: ik wil weten
wat ik hier doe, op die vraag willen onze
religies een antwoord
geven.









~@~