Wijs mij weg door heg & steg: SocBudYesjapologia?!

FL178
Socs onderscheidingsvermogen & maieutiek/verloskundigheden. In al z'n dialogen herhaalt Socrates dat hij nog eigenlijk 'helemaal nergens' wijs in is (Ap. 21b), ook al heeft Ap ollo hem door tussenkomst van het orakel van Delphi aangewezen als de 'meest eigen wijze mens die er bestaat'. Hij beweert al even graag dat hij geen enkele kennis heeft: "Ik weet alleen dat ik niets weet!' Maar al doet hij zich in intellectueel opzicht zo arm voor, hij heeft grote ambities: hij is op zoek naar waarheid die we kunnen verkrijgen door kennis te vergaren?!
Niet de kennis van natuur- & wiskundige wetten, noch die van metafysische vraagstukken, die het bevattingsvermogen van de rede te boven gaan, maar de enige kennis die er in zijn ogen ÈCHT toe doet: de kennis van het menselijk gedrag, dat wil zeggen VANDE moraal!

Bij hem bekleden het 'ware' tegenover de vergissing & het 'goede' tegenover het slechte namelijk de plaats van de universele waarheden: de waarheden die zichzelf doen gelden, die door geen enkel gezag & geen enkele macht aan 't wankelen kunnen worden gebracht. 'De waarheid lat zich toch nooit weerleggen!'? zo zegt hij in de 'Gorgias' tegen Polus, die hij aan 't eind van hun gedachtewisselingen over rechtvaardigheid uitdaagt om z'n stelling te weerleggen (473b)! Want wat wáár is kan worden bewezen: de waarheid is het resultaat van de inspanning van de rede, van een rationele zekerheid die ontstaat wanneer iemand bereid is om diep in zichzelf af te dalen, 'zichzelf te kennen' (& 'de ander'knipoog, en zich zó te verheffen boven z'n/d'r vooroordelen, emoties, angsten & hartstochten, kortom alles wat hem/haar kan verstoren & wat tot illusies leidt. Dàn pas kan hij immers aan 't 'ware' toekomen: ware rechtvaardigheid, ware schoonheid, ware goedheid, ware moed: al deze noties nu zijn tegelijkertijd zó complex & eenvoudig, want heel zuiver, ook al blijven ze moeilijk te definiëren. Want in de socratische dialogen komt me nogmaals het voorval uit LACHES voor, waarbij Soc, Nichiad & LACHES tevergeefs proberen om een strenge definitie van moed te geven. Met één van zijn gesprekspartners zal Soc uiteindelijk zeggen wat moed níet is, waarbij hij de gebruikelijke definities afwijst (onverschrokkenheid, durf); maar hij zal toegeven: "Nicias, we hebben niet gevonden wat moed is" (199e). Zo heeft de thuishulp waarschijnlijk ook de oeroude DIN naar 't Sint Jansdal gebracht omdat zij niet goed meer op haar eigen benen kon blijven staan: bijna 84 in een eeuwoud huisje met wat katten & hanen alleen is niet niks - nog ietwat kunnen bewegen is wel 't minste wat je van 'n mens kan verwachten. Zo niet, dan 'verpleging'/zorg ...
15 jan 2013 - bewerkt op 16 jan 2013 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende