~*~
"Zich aangesproken voelen:
een mydiklankkast die tot klinken komt"
~@~
ALS
verbeelding,
tot in de dagelijkse beeldvorming toe,
ons zozeer begeleidt, de les leest, de wereld maakt waarin we leven,
dan wordt het tijd te kijken naar wat er binnenin bij ons gebeurt,
als verbeelding toeslaat.
DAT NU
wordt door onze dagelijkse spreektaal prachtig onder woorden gebracht.
Al een paar keer kwam de uitdrukking ter sprake, maar ik ga er nu werk van maken.
WAT VERBEELDING DOET
is spreken: iets of iemand spreekt tot onze verbeelding.
Dat gebeurt er buiten, het is taal die naar ons toekomt.
Wat er vanbinnen gebeurt is wat ik voortdurend heb weergegeven met 'zich aangesproken voelen':
we kunnen die taal die naar ons toekomt, de verbeelding, opvangen,
daar zijn we kennelijk voor toegerust?
ZO VALT EEN EN
hetzelfde gebeuren in tweeen uiteen:
wat aan de voorkant het spreken tot onze verbeelding is,
is aan de achterkant zich aangesproken voelen.
De beelden landen op het grondvlak van ons bestaan, dat van de emoties.
Klank die weerklank oproept, dat is de kortste weergave van wat ik bedoel te zeggen.
Wij zijn hier en nu een mydiklankkast die tot klinken gebracht wordt door verbeelding.
Dat heeft, in het voorbijgaan gezegd, het voordeel dat we taal als klank niet kunnen overslaan.
Spreken is nu eenmaal geluid maken, klanken voortbrengen, en gedichten onthoud je nog het beste
op de klank: een sonnet heet in het Hollands niet voor niets klankdicht!
Maar terug naar klank die weerklank oproept.
Dat kan nogal stormachtig toegaan.
"Een wereld ging voor mij open!", roepen mensen soms.
DAT is pas zich aangesproken voelen, de hele wereld weerklinkt mee!
Teder en zachtmoedig kan net zo goed, zoals de adem van de wind zich verheft,
soms bijna onmerkbaar een huiver over het water vlaagt,
kleine rimpels het oppervlak plooien,
alsof de kus van een minnaar die huid van zijn beminde beroerde.
Maar zo of zo: als verbeelding aanspreekt, dan landen de woorden op het veld van de emoties:
de passies, zoals de oude filosofen ze noemden, en daar speelt het eigenlijke leven
van een mens zich af.
Een klein wonder moet nog worden toegevoegd:
een dichter kan onder woorden brengen wat ons aansprak,
en onze verbeelding inbannen in taal.
En ik kan het werk van die dichter weer voorlezen
[of weergeven], zomaar onze gedichten voorlezen aan anderen, en daarmee op mijn beurt,
en met andere woorden, opnieuw een beleving oproepen die weerklank oproept bij mensen die mij aanhoren of overlezen: aangesproken worden en weer aanspreken,
hoe kunnen we ooit vergeten dat mensen met taal
wonderen
doen!
WE
naderen daarmee
opnieuw [alweer, voor de zoveelste keer!] het punt
waar de vraag opdoemt wie of wat dat wezen is,
dat zich van een 'kijk' bedient die wij onszelf verschaffen.
Hoe kunnen mensen en dingen tot onze verbeelding spreken?
Dat laatste vooral: hoe kan verbeelding, een voorstelling, spreken, en hoe kan de aangesprokene
verstaan?
VRAGEN.
In de volgende dagen en nachten
beginnen we [alweer] met antwoorden [voorzover dat in onze macht ligt],
maar pas aan het eind van mijn mydileven [hopelijk, misschien, indien haalbaar] licht ik de allerlaatste
sluiers op die 'de waarheid' tot nu toe bedekten
[ook voor mij!]?
Voor hier en nu alleen nog een ander staartje voor het slapen gaan
dat niet overgeslagen kan worden: spreken 'tot de verbeelding' heet het, en niet 'tot het verstand'.
Dat is geen diskwalificatie van onze gedeelde rationaliteit, onze behoefte aan helderheid en logica.
Sterker nog: verbeelding is niet zonder verstand, een mens zit nu eenmaal niet zo in elkaar
dat we over een aantal losse compartimentjes beschikken [verstand en dan ook nog verbeelding,
of omgekeerd], een mens is [als het goed is] een eenheid?
Niettemin, verstand zonder verbeelding is verstand zonder taal, zonder 'kijk op',
zonder wat het betekent voor je, is [slechts] formule.
Verstand [rationaliteit] hebben we nodig voor onze verantwoording, voor toets en controle,
voor als verbeelding uit de hand loopt.
"Men late zich geen knollen voor citroenen verkopen" zegt de dichter [Achterberg].
Heksen en tovenaars - zie voorbeelden in vorige mydiverhaaltjes - kunnen de toets niet doorstaan,
de beeldvorming is weggecorrigeerd.
Omgekeerd:
beeldvorming zonder verstand maakt van ons aan paard zonder wagen, een auto zonder snelweg,
we komen nergens, blijven onderweg steken in locale folklore en verdwijnend dialect.
We spreken met elkaar
niet de taal van de formule [dat laten we liever aan wetenschappers over],
maar die van de verbeelding, dat klopt; maar zonder de formule loopt het leven even onherroepelijk vast als zonder 'kijk'.
Wij in myDi
zijn als verschillende menselijke instrumenten,
zoals de planten en dieren die aan ons voorafgingen op de evolutionaire Jacobsladders
en de stepping stones van Israel dwars door tijd en ruimte:
in ons verstand, gevoel, taal en cultuur weerklinkt
de mythische melodie van oerverhalen van de allereerste mensen die begonnen te communiceren met elk ander, en daarmee zijn doorgegaan over alle continenten en
door alle tijdperken heen.
De adem
van de winden van tijd en ruimte
doen in ons de symfonie van het leven weerklinken
in alle diepte en hoogte, breedte en lengte, terwijl alle kleuren van de regenboog
weerspiegelen in onze ziel: de oerknal is te horen tot aan het einde der tijden en heeft zich ook
voortgeplant in ieder van ons in alle verscheidenheid.
Daarom kunnen we het niet laten om
blijk te geven van ons tijdelijke bestaan hier op aarde:
we willen luisteren, horen, kijken en zien, gehoord worden en gezien,
door onszelf en elkaar, elke dag weer opnieuw, en daartoe gebruiken we alle middelen
die ons ter beschikking staan,
ook in myDi!