wie huilt daar in 't struykgewas of doet daar iets
'onmenselijks' {?}
't Komt dus allemaal in elk mydiverhaaltje eigenlijk weer op hetzelfde neer: zo de mydi- waard is vertrouwt hij z'n gasten, wie go{e}d doet go{e}d ontmoet & ZO komt 't boontje om z'n onvermijdelijke loontje ~ gewoon 'n kwestie van natuurwetten, muchomacho homobilesbonobostreken & alle daaruitvolgende mydi- handelingen! Dat kun je in alle talen & culturen proberen te verduidelijken met zeer uiteenlopende mydivoorbeelden! Diergelijke voorbeelden zouden wy dus in grooten getale konnen bybrengen; maar wat behoeven wij meer, en anders , dan het voorval, dat ons deze anonieme Matai vertoont in onze tekstwoorden?
Was 'er oit een spotter, een godloos en boos mensch, die waarheid, deugd en Godsdienst beschimpte, en die door geveinsde huichelaarijen zijne schelmstukken poogde te verbergen, 't was, buiten tegenspraak, deze heillooze Judas!
{Hier komt overdrijving weer om de bijbelhoek kijken uit effectbejag & winst~ benadrukking!}
'n Man, die van Yehosjoea haNatsri {aka haMashiach Messias Christus Verlosser Gods-Mensenzoon e.d.} tot zijn Heilgezant verkoren, en tot die Joodsche allerueberrijkste collaborateurs afgevaardigd was; 'n man, die hoogachting & aanzien verkregen had, dragende, als schatbewaarder der Apostelen, de beurs: maar ook een man, die onder schijn van schatbezorger & penningmeester, een onverzadelijken heblust voedde, en een dief, en een godlooze spotter was: die Christus aankleefde, niet om zijne leer of gerechtigheid, maar om voordeel en gemak.
Die rampzalige zit men den Heiland aan eene Paaschtafel, maar zijn harte was afkeerig van hem. Eene godvruchtige vrouw {uit 'n 'hoerige' of invloedrijke familie?} bewijst haaren liefde-plicht aan den Heere, en stort een dierbaare zalf-olye op zijn dierbaar hoofd: dit kan die geveinsde niet dulden, maar onder den dekmantel van liefdaadigheid en hulpvaardigheid omtrent den armen en nooddruftigen, zijn heillozen & vuile gierigheid bedekkende, beschimpt hy de godvruchtige liefde deezer rijke vrouwe, en noemt de zalvinge een verlies.
Wie zoude niet geloven, dat zulks uit tederhartigheid en mededogendheid met den nood der armen voortsproot, maar Christus, die in de harten las, & zag wat daar omging, ontdekt zijn huichelhart, & bestraft hem over die golooze geveinsdheid: maar 't is zo verre van daar, dat 's heilands bestraffinge hem zoude verbeteren, dat hy daar uit in tegendeel een onbezonnen haat opvat, & gelegendheid zoekt, om zijn Heer & Meester te verraden, die hem zo rechtvaardig en zachtmoedig berispt had. Je ziet het dus telkens weer overduidelijk: het gaat om wijsheid voorkomend uit 'n van nature 'hoger' zoogdierenbrein vol van instinctieve neigingen tot hebzucht, bezorgdheid, ijdelheid, humor, verontwaardiging, oppervlakkigheid, bedachtzaamheid, ongeduld. liefde, haat & meer van dergelijke sport & menselijk{er} mydikundigheid & ~spelvaardigheid. Uit het mydileven gegrepen van myDiElckerlyc in Alledagsland.