Veel
dichter dan
Sjapo & Mark
kunnen we dus helaas
niet komen samen met wat
bekend is over Essenen, Sadduceeen, Farizeeen,
Zeloten, Romeinen, Herodus, Pontius Pilatus, de Qumran/Dode Zeerollen
& meer van dergelijke bronnen van voor Mat, Luke, Yochanan enzo van
NA
't einde v/d Opstand &
de Verwoesting.
Uit Mark 4:10-11
is zo dan dus ook af te leiden
dat het in de beschrijving van dit euangelie voor Yesjoea
verschil maakte of hij zich richtte tot de kring van zijn [naaste] volgelingen
die bestond uit de twaalf en 'n groep eromheen,
OF
tot andere belangstellenden,
die worden aangeduid als buitenstaanders.
Voor zover we uit het evangelie van Mark kunnen afleiden dat Yesjoea een geheim onderricht doorgaf, was dat niet bestemd voor slechts
EEN
[enkele] van zijn leerlingen en al evenmin [alleen maar] voor de twaalf,
maar wel voor een ietwat {?} grotere groep!
In overeenstemming hiermee
wordt ook in Mark 4:33-34 gezegd
dat Yesjoe in gelijkenissen sprak al naar gelang de mensen die naar hem luisterden het konden horen,
& dat hij afzonderlijk alles aan zijn eigen leerlingen [nader] verklaarde.
Wel is het zo dat Yehosjoea volgens
Mark verschillende malen slechts drie van de twaalf mannelijke leerlingen met zich meenam.
Bijvoorbeeld alleen Sjimon Petros {Kefas} en de broers Ya'akov & Yochanan
zijn in Markus' relaas erbij wanneer Yesjoe
'de dochter van Yair uit de dood opwekt' {5:37-43},
wanneer hij op een berg 'van gedaante verandert' & er 'Mosjeh & Elya' ontmoet {9:2-10}
en wanneer hij vlak voor zijn arrestatie in de tuin van Gethsemanee
gaat bidden {14:32-33}!
Dit drietal
plus Andreas, de broer van Sjimon Petros,
waren volgens Mark toen de eerste vier leerlingen die Yehosjoea geroepen had {1;16-20/1:29},
& ook tot deze vier richtte Yesjoea zijn rede over de toekomst van Yeroesjalayiem
& de wereld {13:3-37}!
Het euangelie van Mark geeft dus
te kennen dat Yesjoea op verschillende niveaus onderricht & les gaf, voor grotere & kleinere groepen
van zijn naaste volgelingen en voor buitenstaanders, en dit wekt wellicht soms ook de indruk
dat hij, naast 't geen hij in het openbaar zei, ook daarnaast [gelijktijdig]
een 'geheim' onderricht had.
Toch betekent dit al
met al nog allerminst dat het euangelie van Marcus daarom een esoterisch geschrift is:
de kern van JC's onderricht aan zijn naaste leerlingen is immers
OOK
in dit evangelie opgenomen?
Dit onderricht, deze na-
dere verklaring van gelijkenissen, woordspelingen,
bronnen, definities, interpretaties & uitleggingen,
dat hij voor de buitenstaanders uitsprak in gelijkenissen,
voorbeelden, korte verhaaltjes, betrof nog meestal
vooral 'de komst van het hemelse g dsrijk';
zijn tot vier leerlingen uitgesproken rede over hetgeen er aan
de komst van dat koninkrijk voorafgaat {13:3-37},
is niet 'geheimgehouden', maar staat in dit evangelie
en dat hij eerst moest lijden en sterven,
en als de mensenzoon in de 'hemelse heerlijkheid
van zijn hemelse Vader' zou worden 'opgenomen', vertelde hij
NIET
aan die buitenstaanders, maar
ALLEEN
aan zijn leerlingen.
Achteraf is dit [merkwaardigste?] element van zijn onderricht
echter weer wel voor iedereen te horen en te lezen {Mark 8:31-38; 9:31 & 10:33-34}!
Karakteristiek voor dit euangelie van Marcus is ook dat het herhaaldelijk vermeldt, dat JC
NIET
wilde dat de demonen die hij had uitgedreven,
de mensen die hij had geholpen
en zijn eigen leerlingen [verder] bekendmaakten
'wie hij in wezen was'
bv volgens Mark 1:34;
3:12; 5:43; 7:36
& 8:30?!
Ook hier
is achteraf
dit 'aanvankelijk geheim'
van Yehosjoea's ware identiteit wel zonder verdere geheimzinnigheid in dit euangelie vermeldt:
hij heet daar dan ook juist 'de heilige van G d' {1:24-25},
'de Zoon van G d' {3:11-12}
en 'de masjiach' [gezalfde/verlosser/christos]
volgens 8:29-30!
Dit evangelie van Mark
wekt dus wellicht de schijn dat het verwijst naar een vorm van apart esoterisch onderricht van JC
dat niet in dit evangelie is opgenomen, maar deze schijn bedriegt.
Nergens staat in dit euangelium
dan ook de opdracht dat bepaalde elementen van JC's onderricht
aan zijn naaste volgelingen 'geheim gehouden' moest worden?
Integendeel!
Het lijkt wellicht voor de hand te liggen om ook te
wijzen op JC's verklaring v/d gelijkenis v/d zaaier aan zijn leerlingen
volgens Marcus 4;13-20?
Hieruit
blijkt in
ieder geval dat
het niet Marks bedoeling was
om de uitleg van deze gelijkenis geheim te houden:
al is het niet zeker of deze uitleg
van Yehosjoea zelf afkomstig is
of dat hij eigenlijk stamt
uit de vroege ge-
meente?!


