Welke zin heeft het om myDiPannekoeken te bakken??

Zo'n veertig jaar na de publicatie van Bultmann's artikel
schreef Wolfhart Pannenberg een essay onder de titel "Die Frage nach Gott" ['65/'67, 361-386].

NOG scherper en kritischer dan RB
contrasteert WP de vraag naar g d met het alledaags atheisme van de moderne kultuur,
waar geen discussie meer is over de vraag of g d al of niet bestaat.

In de publieke discussie stel je die vraag over het algemeen niet meer;
wie dat wel doet wordt meestal niet serieus genomen:
er is immers al zoveel onzin over gezegd en
door veroorzaakt?

Dat kan ook niet meer vanuit de existentiefilosofie,
zoals B nog dacht. P citeert Heidegger die beweerde dat in het 'gebied van het denken' over "G D"
alleen nog maar gezwegen kan worden.
Als de theologie nog wel van g d spreekt,
dan wordt zij volgens deze opvatting uit het gebied van het denken verbannen.
P zegt: zo staan de zaken er nu eenmaal voor, dat is het seculiere atheisme van deze tijd:
wie in het publieke domein over g d spreekt
is buiten de orde!

Voor een deel
hebben theologen het er dan ook helemaal zelf naar gemaakt ...
P verwijt B dat hij in feite het spreken van g d tot een soort van privilege van de christelijke verkondiging heeft verklaard. Als je immers stelt dat 'G d slechts door g d zelf gekend kan worden', zoals B doet,
dan onttrek je het spreken over en van 'hemhaarhet' aan het algemene weten?
In dit verband wijst P op de ontoereikendheid van de vergelijking van een liefdesrelatie
met de G dsrelatie!

Iemand die een ander liefheeft
WEET immers dat die ander bestaat?
Als hij in dat verband van liefde spreekt dan verplicht hij zichzelf tot trouw door zijn liefdesverklaring.
Maar de gelovige die van g d spreekt, WEET niet dat g d bestaat, hij/zij is geheel op GELOOF aangewezen,
OOK voor de zekerheid dat g d zich in 'zijn' genade aan hem/haar verplicht heeft.

Dat wil zeggen,
de mogelijkheid om van g d te spreken is voor een gelovige even twijfelachtig
als voor een ongelovige, terwijl het spreken over g d voor beiden even zinloos is?

Dat kan leiden tot het volgende dilemma:
OF men spreekt in de theologie enkel van g d in de context van de verkondiging,
OF men zwijgt van en over g d.

Dat laatste zou dan het einde vande theologie betekenen.
Dat is de reden waarom wij ons dan ook dit dilemma niet moeten laten opdringen.

Er is een uitweg als de pretentie slechts in het geloof van g d te kunnen spreken
MEER is dan een loze bewering. Ze moet ook bewaarheid kunnen worden.
Dat betekent niet dat g d zich eerst moet bewijzen
zoals een aardse machthebben zich eerst
moet bewijzen.

De enige mogelijkheid die overblijft is
dat de openbaring van g door mensen ook echt ervaren wordt.
Geloof is niet alleen maar gehoorzaamheid, maar ook ervaring?

En ervaring is algemeen menselijk!

Als de manier waarop de bijbel over g d spreekt
moderne mensen iets doet, dan is DAT een ervaring die in al haar bijzonderheid
niettemin algemeen menselijk is.

Daarmee is het probleem niet opgelost;
maar we komen wel wat verder samen op weg en gaan op pad:
de proof of the pudding is in the eating, en als je 'lekkere trek' hebt [laat staan honger],
dan is het best wel handig om een mengsel te mixen en daar pannekoeken
van te bakken als ons dat maar enigszins mogelijk is
en/of goed
uitkomt!

engel
03 jan 2007 - bewerkt op 23 jun 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende