we lagen met z'n tweeen in het gras dat was ......
Verbeelding spreekt aan!
Wat brengt die verbeelding [als mydivermogen] op gang?
Het hoeft niet altijd zoiets spectaculairs te zijn als het Muiderslot,
een kleinigheid is soms al genoeg ...
Een windvlaag over het water van de Wadden,
een eindaugustuswind of een huiver door het gras,
dat vandaag is en morgen was,
maar hoe of wat dan ook: "IETS" moet er zijn dat de verbeelding op gang brengt.
Zonder lont geen vuur en zonder vervuild
geen puur.
Een kleinigheid,
zei ik al: het enige dat nodig is om aan de slag te gaan,
is dat jouw verbeelding wordt aangeprikt. Heel weinig is al genoeg:
The revery alone will do
If bees are few ...
Zo gaat dat: die paar bijtjes moeten er wel zijn om de fantasie van Emily Dickinson
[de regels zijn van haar] wakker te maken, een paar bijtjes is al genoeg.
En bij de aanwezigheid van veel wespen en vliegen is het slecht dagdromen.
Zonder gaat niet, gebeurt er niets, wordt er geen prairieweitje geboren
in het hoofd van de dichter [en bij teveel insecten op een mestvaalt
wordt 't een nachtmerrieachtige horrorstory] ...
Een paar bijtjes maar, en ineens
is dat weitje er ...
Genoeg is dromerij
Bij weinig bij ...
Eigenlijk betekent het dus
dat ze helemaal geen bijtjes nodig heeft.
Ze zet haar fantasie in werking, en fantasie, nu zien we het, is verbeeldingskracht,
verbeelding die werkt en een weitje tovert,
waarvan ze genieten kan!
En dat onderwerp of die aanzet
kan sterk varieren van moerasplanten tot bergweiden,
van eindeloze grasvelden tot bonsaiboompjes,
en van microkosmos tot het hele heelal met of zonder
zwarte griezelgaten en grandioze
supernova's?
Nog zijn we
niet klaar met die regels,
want wat doen ze met ons? Ze zetten op hun beurt weer onze verbeelding aan het werk.
Via haar gedicht over bij & wei maakt ze aanschouwelijk wat verbeelding is en/of kan zijn:
aan een paar zoemende bijtjes denken en dan
een klaverweitje
voor je zien!
Vanaf
[of van voor] de bevruchting
van ei door zaad en de aantrekkingskracht van zaad door ei,
bevinden wij ons al in die wei:
tot we onder de groene zoden liggen?
Verbeelding als activiteit, als werkwoord,
bestaat dus in een samenstel [samenspel] van twee elementen:
iets spreekt ons aan, brengt onze fantasie op hol, ons mydivermogen om te verbeelden wat we beleven,
en dat veronderstelt op zijn beurt weer een soort van ontvankelijkheid
voor dat aangesproken worden,
een soort van wel toebereide aarde
[de menselijke ziel als schat in de akker, als zaaier, maaier, oogster,
maler en broodbakker, producent, ruil- & tussenhandelaar,
consument, dokter, zuster en patient,
of vroedvrouw, leraar
en doodgraver]!
Wij mensen
zijn kennelijk wonderlijke wezens.
Maar daarover hebben we het al jarenlang gehad
en zullen we wel eindeloos verder kunnen gaan:
hier eerst nog even wat anders.
Onze wereld
hangt aan elkaar van verbeelding,
van fantasie, van het vermogen om hetzelfde anders te zien.
Niet alleen maar jezelf, niet alleen maar het Muiderslot, het myDiVaticaan, de bergvesting van Dracula,
de heilige Tempel, Graal, Ark, Matsada, Armageddon & 'het koninkrijk van de g d der hemelen op aarde',
heel de wereld van onze beleving is een wereld van verbeelding,
het is de wereld in haar betekenis, die zij voor ons heeft.
Laten we dus maar kortweg zeggen:
van verbeelding aan elkaar hangen is hetzelfde
als van betekenis zijn: betekenis strekt zich zover uit
als de verbeelding.
En dan de clou.
De bijtjes van mydiverbeelding, wat doen ze [ons en de ander]?
Aanspreken. Dus wat zijn de bijtjes? Ze zijn van taal. Met taal [spraak, de taal die we spreken]
brengen we onder woorden, zeggen we wat iets betekent voor ons,
zeggen wij hoe we het 'zien', geven we onze 'kijk' door:
verbeelding is van taal, wees er dus zuinig op
want 'het' is het kostbaarste wat we tot onze beschikking hebben?
Het is altijd weer de taal waarop we
uitkomen.
Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende