"'myDi'
als Obsessie?"
"Niet in staat tot enig goed
& geneigd tot alle kwaad:
de traditionele christelijke kijk
als kattenvirus!"
Al sinds
de vroegste uren vandaag
ben ik weer eens volop aan het rappen,
reppen en rippen in bed:
eindeloze flarden tekst
met de meest geniale zinswendingen en conclusies
qua vorm en inhoud
blijven alsmaar weer opborrelen
uit het 'niets'
en dan realiseer ik me,
al of niet [half] wakker,
dat ik in bed lig
en zodoende niets kan opslaan
omdat ik niet achter die
verdraaide pc zit.
De meeste
erfenissen uit het verleden,
voorzover het hun mensbeschouwing betreft,
zijn tamelijk optimistisch van aard:
neem de ons meest bekende,
die van de Grieks-hellenistische cultuur.
De mens [elk mens] wordt in die context primair getypeerd door het verstand,
onze denkende ziel,
om het wat preciezer te zeggen.
En denken is verwant aan God,
want "HIJ/ZIJ" is het die de werelden dacht en zij waren.
Dat is dan weliswaar een strofe uit een christelijk lied,
maar die is zo weggelopen uit de filosofie
van de Antieken.
Denken
typeert een mens,
onze denkende ziel is ons geheim,
en omdat denken bij God hoort, vaart een mens WEL,
en doen wij het goede, zolang wij ons denken
maar volgen.
Wie denkt,
nadenkt, zondigt niet, volgens Socrates;
het verstand regeert de
machobonobonale wil.
Een optimistische mensbeschouwing,
zo heet zij in de wandeling; en ze heerst nog steeds in ons werelddeel.
Maar heeft er intussen wel een wrede concurrent bijgekregen:
de kijk op de mens van het christendom.
Ook de christelijke kijk
is een erfenis uit het verleden, en ook daarin wordt ons geheim onder woorden gebracht,
maar het is een duister geheim.
Je leest er soms makkelijk overheen,
als je het houdt bij wat rooms-katholieke gelovigen van ietwat ouder datum
uit het blote hoofd moesten leren:
"Waartoe zijt gij op aarde?
Om God te dienen en in het hiernamaals
gelukkig te zijn!"
Een even kort als parmantig antwoord:
hier weliswaar veel ellende,
maar in het hiernamaals eindelijk het eeuwige geluk dat elk mens nu eenmaal nastreeft.
De Nieuwe Catechismus, met als ondertitel Geloofsverkondiging voor volwassenen,
en met een imprimatur van kardinaal Alfrink [1966], gaat van dezelfde vraag uit
[en van dezelfde vooronderstelling:
mensen streven naar geluk],
maar heeft voor het antwoord nu wel
600 bladzijden nodig.
Dat
klinkt sympathieker
[het is ook een sympathiek geschrift, en zwaar onderschat,
denk ik, het neemt de wereld van kennis en wetenschap serieus!]
maar het komt wel op hetzelfde neer.
De mens is
een wezen met een tekort, een manco,
dat het bereiken van het geluk ondanks al zijn streven frustreert:
DAT TEKORT kan alleen maar opgeheven worden door de verschijning van de eeuwige God
in Yehosjoea haNatsri/haMsjiach [aka Jezus Christos], aan wiens Toekomst
[hiernamaals heette dat voorheen] sterfelijke mensen deel krijgen
via de christelijke kerk!
Veel ellende dus, hier op aarde!
Maar waar komt die ellende vandaan?
Ook DAT staat in de room-katholieke catechismus te lezen,
trouwens in ALLE geschriften van de Oude Kerk en die van de Middeleeuwen.
De protestantse traditie maakt het, wat het antwoord betreft, nog het allerbontst?
Wat in de titel boven dit mydiverhaaltje staat, stamt uit de Heidelbergse Catechismus,
en heeft zich enige faam verworven in ons land als leus van de Zwarte Zwadderneel!
In Vraag en Antwoord 8 lezen we dan ook al sinds eeuwen:
"Zijn wij alzo verdorven, dat wij geheel en al onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad?
Ja wij; TENZIJ dan dat wij door de Geest Gods wedergeboren worden!"
Dat is een
van ons voorgeslacht ge-erfde kijk op de mensch,
op onszelf dus als mensen.
Generaties achter elkaar
hebben die formuleringen uit het hoofd moeten leren,
zoals de room-katholieke gelovigen dat met HUN catechismus moesten.
En allicht, het zet een stempel op je denken over de mens [vooral als je daar extra gevoelig voor bent?]!
OOK als je er allang afscheid van hebt genomen draag je dat stempel nog altijd mee [wie van ons
is volkomen van hout en zonder enig stempel?], en kleurt het
jouw zelfinterpretatie in diverse graden van ernst en luim,
determinatie en lichtzinnigheid ...
Vraagje:
hoe komt de christelijke traditie
toch aan dat inktzwarte mensbeeld?
Daarop komen we ongetwijfeld terug en gaan er verder op in,
maar we maken eerst nog even een tussenstop,
waarin ik een ontdekking onder woorden moet brengen, als de fietsfanatica het mij toestaat:
het is mooi weer. de lucht is blauw en het is niet te warm, te koud of te nat, dus ik moet er aan geloven ~
er moet weer eens kilometerslang gefietst worden over paden
die we al herhaaldelijk tientallen keren hebben
befietst, maar jah: lichaam en geest,
handen en voeten en van die
dingen
...









