{burger}oorlogen betrokken.
De krachtsverhoudingen
lagen dit keer [alweer] ietwat anders dan voorheen 't geval was geweest.
Aristobulus had zich door z'n brute optreden bij 't volk stinkende gemaakt.
Nauwelijks had hij bij 'n treffen tussen de troepen van de broers 'n kleine terugslag ondervonden
of 'n groot deel van z'n leger gaf er de brui aan
om nu nog langer voor hem te vechten
& liep weer over
naar Hyrkanus.
De soldaten zagen blijkbaar toch wel wat meer
in 'n regering van deze vredelievende man, maar anders dan Hyrkanus vroeger
wenste Aristobulus zich niet over te geven & hij wist zich in Yeroesjalayiem te handhaven
& de belegeraars buiten de poorten te houden.
Na enige tijd kwamen dus de Romeinen tussenbeide:
afgezanten van de ruziezoekende broers meldden zich bij een van de onderbevelhebbers van Pompejus, die alreeds tot Syria was doorgedrongen terwijl het hoofdkwartier
eigenlijk nog in Armenia gevestigd was.
't Bleek al spoedig dat wie 't meeste geld op tafel legde op de steun van de Romeinen kon rekenen.
Aristobulus kwam zo opnieuw in 't voordeel:
de tempelschatten stonden hem ter beschikking & hij zag er dus niet tegenop daarvan dan ook royaal gebruik te maken: koning Aretas van Nabatea moest z'n beleg opbreken & z'n legertje keerde gedemoraliseerd terug zodat de Romeinen hen bij de overhaaste terugtocht
nog 'n zware slag konden toebrengen.
Toen Pompejus zich later persoonlijk
met die gang van zaken in 't joodse land ging bemoeien, kwam er zoals ook al eerder gebeurd was
een dramatische wending op gang. Er verschenen drie deputaties in zijn hoofdkwartier:
zowel Hyrkanus als Aristobulus waren erbij vertegenwoordigd,
maar ook de farizeeen.
Deze laatsten verzochten tijdens 'n audientie
om de koninklijke heerschappij aan de hasmonese vorsten te ontnemen:
een eeuw eerder hadden ze er bij Johannes Hyrkanus al op aangedrongen
dat hij als hogepriester zou aftreden en met de koninklijke waardigheid
tevreden zou zijn.
Nu drongen de farizeeen er bij Pompejus sterk op aan om de dynastie v/d Hasmoneeen
niet langer meer aan de regering te laten: 't land was immers met dit soort van priester-koningen niet langer gebaat?
Pompejus
was er al gauw van overtuigd
dat hij veel gemakkelijker de weinig doortastende Hyrkanus naar zijn hand zou kunnen zetten
dan de arrogante Aristobulus: hij kapittelde laatstgenoemde over diens keiharde optreden
& dit was teveel voor Aristobulus. Hij besloot waar hij kon om Pompejus
de voet dwars te zetten maar zou al spoedig ervaren dat hiervan
niet veel terecht kon komen!
Hij werd gedwongen
om zich weer op Yeroesjalayiem terug te trekken maar moest na een beleg van drie maanden 't verzet opgeven: de stad werd stormenderhand
door de Romeinen ingenomen.
Hun materiaal
en militaire overmacht
waren veel groter dan koning Aretas indertijd
in het veld had kunnen brengen.
Aristobulus moest tot z'n schrik constateren
dat de afweer die vroeger zo doeltreffend bleek te zijn geweest
dit keer volstrekt onvoldoende was: Aristobulus & z'n zoons werden gevangen genomen
& liepen met zo'n driehonderd andere leden van vooraanstaande families 'n tijdje later mee in de triomftocht die te Rome werd gehouden volgens Flavius Josefus
in z'n
Joodse Oorlogen {I, 6, 4-7}!
De sadduceeen werden door het ingrijpen van Pompejus het meest en het zwaarst getroffen.
Door hun steun te geven aan Aristobulus
werden hun gelederen na de verovering van Yeroesjalayiem gedecineerd:
zeer verzwakt kwamen ze uit die strijd tevoorschijn en vervolgens moesten ze vaststellen dat Pompejus weliswaar het verzoek van de farizeeen niet had ingewilligd &
'n Hasmoneeer aan de regering had gelaten,
maar 't gebied waarover deze gezag kon
uitoefenen was aanzielijk kleiner dan
dat waarmee de sadduceeen zich
voorheen hadden kunnen inlaten:
al de steden langs de kust van de Middellandse Zee
en een groot aantal in het Overjordaanse werden zogenaamd 'vrije steden',
Samaria {Sjomron} werd van Yehoedah/Judea afgescheiden
en bovendien werd het land voortaan schatplichtig aan Rome volgens
de beschrijvingen van Flavius Josefus
in z'n
Oudheden {XIV, 4, 4}!
Daar kwam dan ook nog bij dat de invloed van Antipater en zijn familie {Herodes} bij de dag groter werd!
Hyrkanus was welbeschouwd geen partij voor die Idumeeers
& liet zich steeds meer door deze sterke persoonlijkheden inpalmen.
Ondertussen konden de sadduceeen temidden van al die verwarring en onzekerheid maar heel weinig doen: maar ze besloten toch om aan 't onbeschaamde & eigenmachtige optreden
van Antipater en z'n zoons zoveel mogelijk
paal en perk te stellen.
Toen bleek dat Herodes
een zekere Hizkia die zich als verzetsstrijder had ontpopt en waarschijnlijk tot 'n vooraanstaande familie behoorde tegelijk met enkele van zijn aanhangers zonder vorm van proces had laten terechtstellen kwamen de sadduceeen weer in het geweer.
Volgens Josefus {Ant. XIV, 9, 2}
beschouwde Herodes Hizkia & z'n volgelingen als rovers: hij beoordeelde
hun daden vanuit het standpunt van de Romeinse ambtenaar. Het stond voor hem vast
dat deze mannen een veel groter gevaar vormden voor de samenleving
en zodoende de orde en rust
verstoorden.
De joden
hadden over het algemeen sympathie voor het optreden van deze mannen:
er werd door deze verzetsstrijders {'terroristen'} in ieder geval iets gedaan
om het misnoegen van het volk jegens de bezetters
tot uitdrukking te brengen.
Reeds in die tijd ~
en later nog sterker ~
heerste er een stemming van grote bitterheid
en sterke wrevel!
Met harde hand
werd het volk in toom gehouden:
daden van sabotage werden met de uiterste strengheid
gestraft! Dat de Romeinen geneigd waren om alle aanslagen op openbare gebouwen en installaties
over een kam te scheren, behoeft geen verwondering te wekken:
in de vrijheidsbewegingen drongen immers ook allerlei
zeer onbetrouwbare & hoogst onvaderlandslievende
personen binnen?
Er waren mannen
die niet van 't ene of andere heilige ideaal vervuld waren om land & volk,
indien maar enigszins mogelijk, te bevrijden. Deze waren slechts uit op hun eigen belang:
ze roofden & stalen wat ze ook maar konden inclusief verkrachtingen,
moordpartijen & brandstichtingen.
De sadduceeen drongen er bij Hyrkanus op aan
dat Herodes ter verantwoording zou worden geroepen.
Omdat ook de moeders van de ter dood gebrachte mannen
Hyrkanus bij elk bezoek aan de Tempel met hun klachten lastigvielen {Josefus Ant. XIV, 9, 2!}
en de onrust onder het volk steeds groter afmetingen aannam
moest hij tenslotte na veel aarzelingen te hebben overwonnen
uiteindelijk wel toegeven.
De sadduceeen
wilden duidelijk doen uitkomen
dat de macht bij de hasmonese koning berustte
en dat Herodes, 'n Romeinse vazal {!}, zich daarvan dan ook terdege bewust moest zijn:
niet voor niets was aan Hyrkanus de titel etnarch verleend, zodat hij in tegenstelling tot zijn voorgangers op de munten het opschrift kon laten aanbrengen:
"de hogepriester Yochanan, het HOOFD van de gemeenschap der joden"!
Gewoonlijk werden munten met dit opschrift toegeschreven aan Johannes Hyrkanus I,
maar naderhand is tamelijk overtuigend aangetoond dat munten met dit opschrift
werden geslagen nadat Hyrkanus II
de titel etnarch had gekregen?!
Anyway,
hij moest deze macht dan ook uitoefenen
en zich niet langer door de familie van Antipater opzij
laten dringen! Herodes was ervan overtuigd dat Hyrkanus hem, indien de situatie kritiek mocht worden, niet in de steek zou durven laten en verscheen, begeleid door zijn schildwacht,
vol zelfvertrouwen in de vergadering van het Sanhedrin om verantwoording
af te leggen over de door hem uitgesproken doodvonnissen.
Toen bleek eigenlijk pas eerst goed hoe machteloos de sadduceeen waren geworden.
Geen enkel lid van hun partij durfde iets tegen Herodes in te brengen.
Aleen een zekere Sameas,
volgens Josefus een onafhankelijk en onbevreesd man,
had nog de moed om Herodes aan te kalgen: het stond voor hem onomstotelijk vast dat Herodes schuldig was aan moord zodat hij door de Hoge Raad diende te worden veroordeeld.
Hij schold tegelijkertijd de medeleden van het Sanhedrin uit voor lafaards
omdat ze voor de jonge Herodes
met al z'n opgeklopte bravour
capituleerden.
Hij voorspelde
dat Herodes hen allen eenmaal ter dood zou laten brengen {Flav. Josefus Ant. XIV, 9, 4}!
Tien jaar later werden de leden van het Sanhedrin inderdaad door herodes ter dood gebracht
{Ant, XV, 1, 1}! Dit gebeurde toen Herodes als overwinnaar Yeroesjalayiem binnenrukte:
slechts Pollion & Sameas bleven [voorlopig] gespaard omdat ze het volk hadden
aangeraden om geen tegenstand te blijven bieden in
deze hopeloze situatie en de poorten van de stad
te openen.
Toen de sadduceeen hierna meenden
nog iets te moeten ondernemen, werd de zitting haastig door Hyrkanus verdaagd:
aan Herodes werd de wenk gegeven om Yeroesjalayiem in stilte te verlaten, en woedend
week hij uit naar Damascus
tot beter tijden voor hem
zouden aanbreken
...
{FJ BJ I, 10, 6 & 7/Ant. XIV, 9, 3-5}!
Kortom,
je ziet zo duidelijk
hoe die tijd was toen Yehosjoea werd geboren
& opgroeide in die eerste dertig jaar van de eerste eeuw ~
iedereen vocht met alle anderen, er was veel gekonkel, geweld & groot onrecht:
iedereen meende 't recht {& "G d"} aan zijn kant te hebben, men was bang
om alles te verliezen & geen van allen was in staat om nieuwe opstanden
& verzetsdaden te stoppen
zodat de bevolking
zwaar leed!
Als
er dan
'wonderdoeners' & 'praatjesmakers'
jarenlang blijven rondtrekken tussen wat nu
Zuid Levanon heet, de berg Hermon, de Golan, Syria & Galilea,
't Overjordaanse, de Yardeenvallei tussen Huleh & 't Harpmeer, de Dode Zoutzee,
Jericho & Yeroesjalayiem e.d. dan schreeuwt dat om aandacht van alle betrokkenen,
lopen er allerlei spionnen in & uit, geniepige verraders, heldhaftige verzetsstrijders, trieste terroristen & allerhande ordebewaarders bij de vleet met alle gevolgen vandien:
die gevolgen zijn bekend & werken door tot op de mydidag
van vandaag, niet alleen in het huidige
Nabije Midden Oosten, maar
over de hele wereld
onder alle
mensen.
