De
oude Griekse
kerkvaders hielden van
't beeld van Mosjeh
die alleen de berg opging
{waar ik in mei 70 eenzaam
& alleen aan de voet bleef zitten
omdat ik snipverkouden was in 't midden
van de Sinai vlakbij Santa Katarina} & op de top
door 'n lichte wolk werd omhuld {die bij mij alleen maar
van binnen zat}: hij kon geen hand voor ogen zien, maar bevond zich
op de plaats waar G d ook toen aanwezig was. Deze Wolk van Niet~Weten was
niet meer of minder dan dat. Hij verschafte geen kennis: 'ik weet dat ik niet kennen zal'.
Ik had verwacht dat die dichte mist wel zou splijten, 'n heel klein beetje maar, & besefte nog niet echt, niet tot in de kern van mijn wezen, dat ik nooit zou kennen
zoals ik gekend werd, nooit helder zou zien zoals ikzelf
gezien werd. Ik hunkerde nog naar
de 'ene ware macht
die op den
duur moet
slinken'.
Sommige
mensen beweren
dat ze nog nooit 'n
religieuze ervaring hebben gehad
maar dat ben ik niet met hen eens:
volgens mij leven we constant in de dimensie van 't sacrale
en zijn we allemaal voortdurend in heiligheid ondergedompeld ook al beseffen we dat vaak nog niet voordat ons laatste uur geslagen heeft. Ik wuifde dat alles ook jarenlang weg in de veronderstelling dat iemand me zat te vertellen dat ik 'n heilige zou moeten {kunnen} zijn. Maar aan de andere kant ben ik eigenlijk niet iemand die dit soort overdreven of volkomen onjuiste opmerkingen plaatst &
zo bedoel ik 't dan ook niet dus zijn al die woorden
& herinneringen me bijgebleven &
nu veel later begrijp
ik pas waarop
zij eigenlijk
doelden.
Voorzover
ik me m'n hele leven al in heilige teksten
zit te verdiepen, leef met de beste & ook meest wijze inzichten
die mensen hebben veroverd & me daardoor steeds opnieuw laat inspireren & weer ontroeren,
sta ik inderdaad voortdurend in contact met heiligheid zowel in Nederland & Italia als Israel, India & Japan of tussen Birobeidjan & Odessa {of waar dan ook 'onderweg'}!
Het feit dat mijn 'gebed' zich schijnbaar niet richtte op een persoon
of een bepaald doel, is 'n verschijnsel dat veel van die z.g.
'slimme theologen' die ik heb bestudeerd hebben ervaren.
Dit was toch ook precies waar ik
de afgelopen jaren in o.a.
myDi had verteld,
geschreven &
gesproken?
Ik had steeds weer opnieuw
in allerlei toonaarden aan 'n ieder die maar wilde luisteren uitgelegd
dat g d volgens de grootste spirituele leermeesters uit alle tijden & richtingen geen ander wezen was
& dat er 'ergens daarginds'
NIETS
was.
Desondanks
had ik al die oude ideeen van 'ooit'
nooit geheel & al achter me gelaten.
't Realistische {boven}natuurlijke {a}theisme
dat ik ooit afgezworen meende te hebben lokte eigenlijk nog steeds
tussen al die wederwaardigheden door, & als 'n kind wachtte ik in zekere zin nog altijd
op de '{on}bekende' donderslag, de plotselinge 'allesverlichtende' bliksenstraal uit heldere hemel
& 't kalme stille stemmetje dat in m'n oor fluisterde als de koele avondwind in de hoftuin.
Ik dacht dat ik 'het gezegende gelaat' had verzaakt, maar hunkerde er nog steeds
naar om daar te drinken 'waar de bomen bloeien & de bronnen vloeien'?
Ik had 't harde, onveranderbare feit dat 'ook daar niets' is nog lang
niet werkelijk geaccepteerd! Dit is volgens mij dan ook
de diepere betekenis van 't bijbelverhaal
van de verschijning van Yehosjoea
op de weg naar Emmaus:
die twee volgelingen
zijn treurig,
hun Yesjoea
is pas geleden 'n echt
afschuwelijk vreselijke & schandelijke dood van 'n weggelopen of ongehoorzame slaaf & terrorist gestorven
& al hun 'hope & dope' is hierdoor in de bodem geslagen ~ 'n vreemdeling voegt zich bij hen in 't donker & begint met hen te praten in de duisternis op weg naar huis.
Hij spreekt over de Schriften
& legt uit dat de masjiach {gezalfde/verlosser} moest lijden
om z'n glorie binnen te kunnen gaan. Diezelfde avond eten
ze gedrieen & de vreemdeling breekt 't brood.
Op datzelfde moment herkennen ze hem als Yesjoe, maar
terwijl dit besef tot hen doordringt, verdwijnt hij, net als Dionysus.
't Verhaal doet ook wel denken {zoals praktisch al die mydibijbelverhalen}
aan de zo vaak herhaalde & aangehaalde rabbijnse les:
"Wanneer twee of drie samen de thora bestuderen, is de Goddelijke Aanwezigheid in hun midden!"
Ook al waren de leerlingen 't zich nog niet bewust,
die Aanwezigheid was bij hen toen ze samen met z'n drieen onderweg praatten
over de Schriften vol wijsheid, troost, geloof, hope/dope & liefde: zo is
't ook dat wij nu & hier slechts 'n glimp kunnen opvatten
bij 't bestuderen van al die diverse heilige rollen,
boeken & schriften van de grote religies,
& in andere menselijke wezens,
in de liturgie zo nu & dan
& in de ontmoeting
met 'n
vreemdeling ~
al deze momenten
herinneren ons eraan
dat onze medemensen,
man of vrouw, kind of volwassene,
zelf ook heilig zijn gezien vanuit diezelfde bron:
ze hebben iets wat absolute verering waardig is,
in laatste instantie best wel geheimzinnig,
mysterieus & 'mystiek'
& altijd nu & hier
ook weer ongrijpbaar
voor ons zal zijn,
maar daarom
nog niet
minder 'waar'
& echt levend
aanwezig
in ons.
