Keren we terug
naar de kern van de zaak:
evolutie, revoluties, afgoden &
-godinnen, offeranden & hemel-
fietserij over illusionaire superfietspaden,
wonderlijke hersen-
schimmen, griezel-
verhalen & heilige
hippe huisjes
overal!
Dit alles
was van ouds den
JOODEN
niet onbekend, als zy
[gedurende al die vele omzwervingen
tussen Ur @ Chaldea & 'de rest v/d wereld']
een onderhandeling tusschen G d, & de ziel van den Messias,
begrepen, en zeiden, dat zy zich had aangeboden, om een licchaam aan te nemen,
en daar in te sterven, om een volk en Koninkrijk te verkrijgen. En hoe konde hen dit onbewust zijn, daar zy daaglijks, & ook
jaarlijks, op den zoendag de offerdieren zagen slachten,
& daar uit leren moesten, dat er
ZONDER BLOED-
STORTINGE, GEENE VERGEVINGE DER ZONDEN KAN GESCHIEDEN:
dat zonder den dood des Testament-makers,
het genadeTestament niet konde bekrachtigt worden:
en dat de Borge zijn hart en leven moest verpanden,
'om als Priester tot G d
te naderen'?
Twijfeld iemant,
of onze Jezus dat gedaan hebbe,
hy schouwe hem aan op 't vloekhout;
hy hoort de krachtige stem, die hy uitbrengt,
eer hy sterft; hy zie, hoe gewillig & gerust, hy den geest overgeeft
in handen zijns Vaders.
Is die sterke stem, geen bewijs van levenskracht? Maar heeft hy levenskracht, & sterft hy?
Zo moet hy gewillig sterven, & niet door pijn,
niet door verlies van bloed en levens-geesten,
maar door zijn eigene vrijmagt,
het leven afleggen
...
Zo
sprak hy
tot den Vader:
"ZIET, HIER BEN IK",
als een vaardige dienstknecht,
"OM UWEN WILLE TE DOEN",
om my zelven op te offeren,
"WANT GY SLACHT-, SPIJS- NOCH BRAND-OFFER VAN MY BEGEERT HEBT"!
EN IN DEEZEN WIL ZIJN WY GEHEILIGD en verzoend.
HEEN HAYAH
GAM-LABRIET HARIESJONAH
MIESJPETEI HA'AVODAH OEMIEKDASJ ARTSIE:
"t Eerste verbond
bevatte bepalingen
voor de rituelen v/d dienst
& 't aards heiligdom.
De voorste tent,
die is ingericht met de lampen~
standaard en de tafel voor de toonbroden,
werd het heilige genoemd: achter het tweede
voorhangsel bevond zich de tent
die 't allerheiligste
heette.
Daar
stonden 't
vergulde reukofferaltaar
en de ark van het verbond,
die langs alle zijden met goud
overtrokken was & waarin zich de vergulde kruik
met 't manna, Aharons staf die gebloeid heeft en de platen
met de verbondstekst bevonden; daarop staan de cherubs als teken
'van g ds majesteit', zij bedekten de verzoeningsplaat met hun schaduw.
Op dit alles kunnen we nu al niet meer in detail ingaan [want het is al
bijna meer dan tweeduizend jaar
lang verbrijzeld en vernietigd
in het heilige
Lo{o}m{s}e
Lijk]!
Anyway,
in het aldus
ingerichte heiligdom
gaan de priesters voortdurend de voorste tent binnen
om hun diensten te vervullen, maar in de tweede tent gaat alleen de hogepriester binnen,
slechts eenmaal per jaar en nooit zonder het bloed dat hij offert voor zichzelf en
de zonden die het volk uit onwetendheid heeft begaan.
Hiermee maakt de heilige Geest duidelijk
dat de weg naar 't hemels heiligdom
miet zichtbaar is zolang de eerste
tent nog dienst
doet.
DIT
alles is
een zinnebeeld
voor de huidige tijd: er worden
daar gaven en offers gebracht die het geweten
van degenen die ze opdragen, niet tot volmaakte zuiverheid
kunnen brengen; het gaat alleen om voedsel, drank
en rituele wassingen, dus om bepalingen
over uiterlijkheden die slechts
gelden tot aan
de nieuwe
orde.
Christos
daarentegen
is aangetreden
als hogepriester van al het goede
dat ons is toegedacht: HIJ is door een indrukwekkender & volmaakter tent ~
die niet door mensenhanden gemaakt is en niet behoort tot onze schepping ~
voor eens en voor altijd het hemels heiligdom binnengegaan, en dan niet [meer] met bloed van bokken
en jonge stieren maar met zijn eigen bloed. ZO heeft hij een eeuwige verlossing verworven!
Want als het lichaam van wie onrein is al wordt gereinigd en geheiligd
wanneer het besprenkeld wordt met het bloed van bokken
en stieren of bestrooid met de as van de jonge koe,
hoeveel te meer zal dan niet het bloed
van Christos, die dankzij de eeuwige
Geest zichzelf heeft kunnen
opdragen als offer
zonder smet,
ons geweten
reinigen
van daden
die tot de dood
leiden, en het heilige,
voor de dienst aan
de levende
g d?
