Van 't Ene komt 't Andere: 'n Beetje Zwanger enzo?
Je kunt tegenwoordig zelfs meestal onbestraft bijna overal op aarde beweren dat die beruchte zelfveroordling van de hele joodse natie voor nu en de toekomst in Matai 27:25, 'zijn bloed kome over ons en onze kinderen!' een tendentieuze verdraaiing was van het werkelijke gevaar dat die kruisiging van Yehosjoea bloed zou brengen over de schuldige clan van Kajafas in Handelingen 5:27-28.
Die onvriendelijke houding van de laatste redacteur van Matai is 'agitrelipropaganda' geweest. Ook christelijke theologen vinden - na de holocaust/shoah - dat ze Matai 27:24 als onschuldig moeten interpreteren. De farizeeen worden in de context van het proces van Yesjoea zoals het in de drie synoptische euangelies verteld wordt zelfs niet met name genoemd, met uitzondering van het verhaal over de wacht bij Yesjoe's graf in Matai 27:62.
Toen het sanhedrin naderhand ook probeerde om Yehosjoea's discipelen ter dood te laten brengen, werd hun leven gered door 'een farizeeer genaamd Gamli'el, 'n leraar van de wet die bijzonder hoog werd geacht door het volk,' met andere woorden Rabban Gamli'el de Oude.
De farizeeen waren het duidelijk niet eens met de actie die door de overpriesters werd ondernomen tegen Yesjoea omdat het uitleveren van een jood aan een vreemde autoriteit volgens hun halacha een onvergeeflijke zonde was. Men kan zelfs aannemen dat het hele geval voor de farizeeen een bewijs te meer was van de wreedheid van de sadduceeen. en dat de vervolging van Yesjoe's discipelem door de sadduceeen door de kritiek van de farizeeen alleen maar heviger werd.
Net zo'n botsing tussen de farizeeen en de jonge Annas, waarschijnlijk de zwager van Kajafas, vond plaats in het jaar 62 NC. 'ANNAS DE JONGERE LIET HET SANHEDRIN VAN RECHTERS BIJEENKOMEN EN BRACHT EEN MAN VOOR HEN DIE YA'AKOV HEETTE, DE BROER VAN YEHOSJOEA DIE DE MASJIACH WERD GENOEMD, EN NOG ENKELE ANDEREN [WAARSCHIJNLIJK "CHRISTENEN"]. HIJ BESCHULDIGDE HEN ERVAN DE WET TE HEBBEN OVERTREDEN EN LIET HEN DAAROM DAAROP STENIGEN!' volgens Flavius Josephus in zijn Oudheden De farizeeen, die Josephus beschrijft [toentertijd moet hij zelf ongeveer 18 jaar jong zijn geweest?], als de 'inwoners van de stad die als het eerlijkst werden beschouwd en de geboden zeer streng onderhielden', slaagden erin de hogepriester Annas uit zijn ambt te laten zetten vanwege zijn illegale terechtstelling van Ya'akov, "DE BROER VAN" ... Volgens de [joodse] Wet staan ongegronde beschuldigingen, wilde roddels, valse getuigen e.d. gelijk aan doodslag, moord, martelen etcetera. Meestal vreest men 't lijden meest dat men vreest: wat begint met oppervlakkige domme discriminatie & dul/duf geroddel kan ontaarden in volkerenmoord & 't einde van de wereld ~ scheldpartijen, ziekelijke achterdocht, 'gebrek aan vertrouwen & aandacht' zijn op den duur DODELIJK