Bij 't merendeel van z'n ontmoetingen wordt impliciet melding gemaakt van de 'vreemde macht' die Yesjoea lijkt te bezitten: hij kent z'n gesprekspartner al, wat de betrokkenen steevast i/d war brengt. Hij weet bv. dat Nicodemus, die hem 's nachts heimelijk opzoekt, 'n groot schriftgeleerde is, & doet des te meer alsof diens vragen hem verbazen, waarbij hij 'n socratisch getinte vorm van ironie gebruikt: "Jij bent 'n leraar van Israël, & deze dingen begrijpt u niet?" in Yochanan 3-10).
Hij kent ook 't verhaal van de Samaritaanse vrouw: ze is vijfmaal gescheiden & leeft samen met 'n man met wie ze niet getrouwd is.
Met dezelfde ironie vraagt hij haar: "Ga uw man 's eventjes roepen?!" (Yochanan 4:-6)! 'n Andere karakteristieke trek v/d euangelies is dat ze Yesjoe laten zien als hij tot zijn "Vader" aan het bidden is en ons getuige maken van deze vertrouwelijke woordenwisseling.
Want deze gebeden, die ons tegenwoordig alledaags mogen lijken, die brachten in die tijd nog 'n omwenteling teweeg i/d religieuze gebruiken door hun vertrouwelijke liefdevolle toon:
'Vader, jij hebt hen aan mij geschonken, laat hen dan zijn waar ik ben. Dan zullen ook zij de grootheid zien die jij aan mij hebt gegeven omdat jij mij hebt liefge-had voordat de wereld werd gegrondvest. Rechtvaardige Vader [...], ik heb hen jouw naam bekendgemaakt & dat zal ik ook blijven doen, zodat de liefde waarmee jij mij hebt liefgehad in hen zal zijn & ik in hen' (Yochanan 17:24-26), zegt hij in z'n gebed dat op ontroerende wijze breekt met het in patriarchale samenlevingen heersende beeld van g d als 'n machtige, maar ver & soms zeer angstaanjagende g d maar voor de menigte die aan de voet v/d berg bijeenkomt om naar hem te luisteren wanneer hij zich tot g d richt, laat Yesjoea de toon van de leermeester vallen & wordt hij op zijn beurt 'n leerling:
'Onze Vader in de hemel, laat jouw naam geheiligd worden & jouw g dsrijk komen & jouw wil worden gedaan op aarde zoals in de hemel! in Matai 6:9-10. Als er één opvallend aspect moet worden genoemd van Yesjoea's manier van spreken, voor welk gehoor dan ook, dan is 't wel dat hij gelijkenissen gebruikt die zijn geïnspireerd op 't gewone dagelijks leven. Komt dit gebruik van 'wereldlijke' verhaaltjes, die hij ongedwongen vertelt om z'n spirituele leer op te sieren, voort
uit zijn eigen oriëntaalse achtergrond? Yesjoe maakt actief intensief gebruik v/d gelijkenis & de euanfelisten vergeten niet om daarop te blijven wijzen:
'Hij sprak tot hen over vele dingen in gelijkenissen,' vlg. Matai 13:3, die 'n veldrede van JC voor die menigten op de oever weergeeft & hij benadrukt:
'Hij sprak uitsluitend in gelijkenissen tot hen', vlg. Matai 13:34. Het blijft al met al "Verbazingwekkend Opbeurend, Realistisch Geheimzinnig, Wonderbaarlijk Fantastisch & Onverwacht Inspirerend" door al die eeuwen heen ....
