tranen met tuiten om jezelf te uiten



~@~

Maak mij
levend door jouw Woord.
In de bevindelijke wereldbeschouwing
werd DAT aspect
['g ds woord' is DAAR
waar 'g d ZELF' spreekt]
daarom dan ook ondergebracht
in de leer van de efficacia van de 'heilige' Schrift
[werkdadigheid, krom vertaald]:
het Woord G ds is niet zomaar 'informatie',
maar het PAKT je, GRIJPT je, ARRESTEERT je,
zoals men in DIE protestants/hervormd/gereformeerde kringen graag zegt.
Een combinatie dus van verkregen inzicht en groeiende motivatie:
het semantisch potentieel van DIE 'christelijke' taal ~
de eigenlijke inhoud en betekenis van ons leven
via de weg van de 'slimme' taal: pienter,
schrander, verstandig, wijs in diepgang en bereik via betekenis in woorden
met gedragsverandering
als resultaat.

Het is
GEEN lege taal,
geen lege zaad- of eierdoos: er zit wat IN dat ERUIT wil!
DAAROM noemen we 'het' dan ook "Geest", maar daar hebben we het
al eerder over gehad sinds het voorjaar van '04.
Achterberg is als tovenaar met het woord dus ook een typisch protestantse dichter, dat volgt daaruit.
Zoals je ook typisch 'roomse' dichter hebt. Niet dat G.A. geannexeerd kan worden voor de EEN of Andere vorm van protestantisme: zijn denkbeelden over 'g d', "YESJ", vergeving en voerzoening passen niet meer
in welke gereformeerde leerstelligheid dan ook, al zijn ze er WEL van a tot z aan ontleend?
Dat geldt ook voor de cyclus "En Jezus schreef in 't zand", de christelijke geloofstraditie
is daar voor hem meer een INSPIRATIEBRON, dan dat hij er een poging
tot evangeliseren o..i.d. mee
onderneemt!

Ik zie
wel dat hij,
als hij zijn 'stormloop'
op 'de burgerlijke barricaden' eenmaal
heeft opgevoerd tot het uiterste, zich allengs wat rustiger gaat gedragen.
Zijn latere gedichten teren als het ware op de ervaring die hij heeft opgedaan toen het erom spande:
KAN het Woord LEVEND maken? Eenmaal overtuigd DAT 'het' KON, of MOEST kunnen,
misschien zelfs soms ook echt lukte, eenmaal Daarvan overtuigd
kan hij OOK ZONDER dat obsessioneel gevoel
'verder' dichten?

Denk aan
Het spel van de wilde jacht
en aan de gedichten over Den Haag [De ballade van de gasfitter].
Ze zijn meer van de 'rijpere' dichter, die NIET MEER 'het gevecht met de engel in de Yabbok' levert,
maar die DAT gevecht achter de rug heeft, en NU wat rustiger kan ademhalen.
WEL ademhalen! Er komen nog steeds prachtige gedichten, een lust voor oog en oor,
maar ze zijn als het ware bij wijze van spreken en schrijven 'gelegenheidsgedichten',
sommige zelfs in opdracht
geschreven
...

DAT
kan hij DAN,
denk ik, en hij wil laten zien DAT hij 'het' KAN.
Ze zijn er mij niet minder lief om, maar ze intrigeren minder dan die welke hij heeft geschreven
in de agonie van de zoektocht naar
wat een dichter
vermag
...

TOT
slot voor nu:
WAT heeft G.A. je gedaan?
Voorop gaat allicht de schoonheid van de gedichten:
de woorden staan op hun plaats, het zijn goede woorden,
en net als bij Bach: als alles perfect op zijn plaats staat,
dan is DAT voor mij de ultieme schoonheid,
om in tranen uit
te barsten.



Soms ben ik aan de apostrophen toe,
zoals ze soms verschijnen bij Der Mouw.
Wat hij te zeggen had staat aan een touw,
want elke waarheid werd bij hem een koe.

Zo wist hij zich door het hele parlez-vous
te dringen met zijn horens naar het blauw,
dat zonder woorden is en uit de vouw.
Zo ligt een vrouw languit en luistert hoe

haar minnaar spreekt. Het is haar wel te moe.
Zij kende alles wat er komen zou.
Het is volkomen wat zij horen wou.
Hij doet er niets aan af en niets aan toe.



Dubbel prachtig,
de even tedere als ervaren minnaar is aan het woord,
maar wat hij zegt is een metafoor voor het volmaakte gedicht:
er hoeft niets meer af
en niets
meer
bij
...

08 jun 2006 - bewerkt op 23 mei 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende