Agressieve
blase bendeleden
e.d. zijn er natuurlijk
altijd al geweest, dat zie je al
bij alle andere mensapen & aapmensen,
net als aanhangers van 't oudste beroep,
de hoeren & hoerenlopers, de incestaanranders &
pedoverkrachters enzo?
Sjapo was al met al
blijkbaar een van de eersten
die zich daar in 't openbaar tegen verzette
met alle gevolgen vandien!
Tegenover de gemeente in Korinte
[ik kwam er pas 1916 jaar later voor 't eerst aanzakken]
betuigt hij dat hij daar 't euangelium heeft verkondigd dat hij ook zelf had ontvangen
ergens in 't midden van de jaren dertig van die eerste eeuw van onze jaartelling
volgens 1 Korinte 15:3-5 ~
dat Mosjiach de Christos voor onze zonden is gestorven, zoals i/d Schriften staat,
dat hij is begraven & op de derde dag is opgewekt, zoals i/d Schriften staat, &
dat hij is verschenen aan Kefas & vervolgens aan de 12 leerlingen!
Vermoedelijk voegt Paulos zelf aan deze oude overlevering toe:
Daarna is hij versche-nen aan meer dan 500 broeders & zusters tegelijk,
van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven.
Vervolgens is hij aan Ya'akov/Jakobus verschenen & daarna aan alle apostelen
[6-7]
dat schrijft hij waarschijnlijk meer dan 20 jaar
na al die gebeurtenissen in de jaren na de Kruisiging & Opstanding
vanuit Efeze in 't voorjaar van 't jaar {A.D.} 55!?
Eigenlijk
zegt Yehosjoea
dus bijna helemaal niets bijzonders:
wat indruk maakt is blijkbaar vooral zijn persoonlijkheid
bij de uitleg van al die OT-teksten & zijn daden ...
En wat er gebeurd schijnt te zijn [volgens sommigen en/of velen]
NA
zijn dood [e.d.]
Er wordt verklaard
dat zijn dood plaatsvond 'voor onze zonden'
& overeenkomt met hetgeen al in de Schriften geschreven staat.
Paul betuigt dat hij deze visie niet zomaar zelf heeft bedacht, maar dat zij hem is overgeleverd:
dit betekent dat hij deze traditie heeft ontvangen van de eerste joodse christenen,
nadat hij zelf tot geloof in Yesjoea als de Masjiach/Christos was gekomen.
Op verscheidene plaatsen in zijn brieven komt Chapeau op Yesjoe's dood terug.
Daarbij blijkt dat Yehosjoea in plaats van de zondaren
de dood heeft ondergaan,
en dat wie in zijn plaatsvervangende dood gelooft
met G d [volkomen] verzoend is.
Paulos verwijst echter steeds naar het verlossend effect
van Yesjoea's dood in korte formuleringen
die hij amper of niet toelicht,
omdat hij ervan uitgaat dat gemeenten waaraan hij schrijft
z'n visie op de betekenis van Yesjoea's dood delen
[zie ook ROM 3:25-26; 4:25; 5:1-11; 8:32; 14:15;
1 KOR 1:18-2:2; 5:7; 8:11;
2 KOR 5:14-21 &
Galaten 2:20 & 3:13]!
Wat hebben de Joden dan
[nu] nog voor op anderen?
Heeft 't [nog wel] enig nut dat men besneden is?
Zeer zeker, & in ieder opzicht!
In de eerste plaats zijn 't de Joden aan wie G d zijn woord heeft toevertrouwd!
Maar wat is daarvan de zin?
Wanneer sommigen van hen G d ontrouw zijn geworden, zal dat dan geen einde maken aan G ds trouw? Natuurlijk niet!
Ieder mens is onbetrouwbaar,
zoals ook geschreven staat:
"U blijkt rechtvaardig wanneer u rechtspreekt, u overwint wanneer u vonnist!"
Maar wanneer 't onrecht dat wij doen bewijst dat G d rechtvaardig is, is 't dan niet zo -
ik redeneer nu zoals anderen zouden doen - dat G d onrechtvaardig is
wanneer hij ons toch nog veroordeelt?
Dat is geen geval!
Hoe kan G d anders rechter van de wereld zijn?
Maar wanneer door mijn on betrouwbaarheid G ds trouw alleen maar toeneemt
& daardoor ook zijn eer,
waarom word ik dan toch nog als een zondaar veroordeeld?
Kunnen we niet beter het kwade doen,
opdat het goede eruit voortkomt?
Er wordt gezegd dat wij dat beweren,
maar wie ons zo belastert zal zijn gerechte straf [zeker] niet ontlopen!
Wat betekent dit alles?
Zijn wij als Joden nu bevoordeeld?
Niet in alle opzichten,
want ik heb immers ook [al eerder en vaker] heel duidelijk gemaakt dat allen,
zowel de Joden als de andere volken, in de macht van de zonde zijn.
Zo staat er ook geschreven:
"Er is geen mens rechtvaardig, zelfs niet
EEN,
er is
geen mens verstandig,
er is geen mens die G d zoekt.
Allen hebben ze zich afgewend,
heel de mensheid is verdorven.
Er is geen mens die nog het goede doet,
er is er zelfs niet
EEN.
Hun keel is een open graf,
hun tong is bedrieglijk,
achter hun lippen schuilt het gif van een adder,
hun mond is vol vervloekingen en venijn.
Ze haasten zich om bloed te vergieten,
brengen ellende en vernietiging.
De weg van de vrede kennen ze niet,
angst voor G d kennen ze niet!"
We weten dat de wet in alles wat hij zegt
alleen tot degenen spreekt die aan de wet zijn onderworpen.
Maar uiteindelijk wordt ieder mens het zwijgen opgelegd en staat de hele wereld schuldig voor G d. Daarom is voor hem geen sterveling onschuldig omdat hij de wet naleeft,
want juist de wet leert ons de zonde kennen.
G ds gerechtigheid,
waarvan de Wet & de Profeten al getuig{d}en,
wordt nu [voortaan] ook buiten de wet zichtbaar:
G d schenkt vrijspraak aan allen die in Yehosjoea de Verlosser geloven.
En er is nu voortaan geen onderscheid
[meer]! Want iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van G d;
en iedereen wordt uit genade, die niets kost,
door G d als een rechtvaardige aangenomen omdat hij ons
door onze Verlosser Yesjoea
heeft verlost.
Hij is door G d aangewezen
om door zijn dood
het middel tot verzoening te zijn
voor wie
gelooft.
HIERMEE
bewijst G d
dat hij rechtvaardig is,
want in zijn verdraagzaamheid
gaat hij niet voorbij
aan de zonden die in het verleden zijn begaan.
Hij wil ons nu
in deze tijd,
zijn gerechtigheid bewijzen:
hij laat zien dat
hij rechtvaardig is
door iedereen
vrij te spreken die
in Yehosjoea gelooft.
Eenvoudiger kan
't haast
niet
...

