Het
zal dus
altijd een geheim
blijven hoe het allemaal
wel of niet precies heeft plaatsgevonden:
het enige wat we hebben zijn de brieven van Sjapo
vanaf tien/twintig jaar na de kruisiging
& twintig jaar voor de ondergang met zijn mening
& daarna de vier evangelies van ergens
tussen 70 & 100 na Christus.
Het gaat om 'horen zeggen',
veronderstellingen, wishful thinking,
tradities, rituelen, goedgelovig bijgeloof
& allerlei mengvormen
die men achteraf verklaarde tot
'het woord van God',
"Gods
Woord", heilige
schrift!
Gargon
zegt er
300 jaar geleden
't zijne van volgens
de mode van die slaventijd
vol met protserige regenten & trotse VOC~reders:
En dan verstuiven alle zwaarigheden, of Mosjiach op den zelven, of eenen dag vroeger zijn Paaschmaal-tijd gehouden hebben
al of niet als lid van de ene of andere extreem fanatieke sektarische Joodsche religieuze groep waarvan er toen ook al heel wat waren in Israel/Palestina & in alle omringende landen?
De vraag is dan,
waar ter plaatze, in welk huis, niet in welke stad
{want buiten yeroesjalayiem mogt het lam geslacht, noch gegeten worden} in welk huis de heiland het Paaschlam eten wilde
[welke afspraken er tevoren wel of niet waren gemaakt met bepaalde "Essenen"/chassidiem
en/of soortgelijke 'vromen'
& 'rechtvaardigen'?]!
En die vraag,
hoe wonderlijk ook die ons toeschijne,
is op het oud gebruik der Jooden gegrond: want op de hooge feesten waren de huizen gemeen binnen Yeroesjalayiem, en des zelfs inwoonders verplicht, kamers, bed, vuur, licht, potten, en diergelijken huisraad den vanbuiten aankomenden feestvierders te leenen;
en geen huizen waren te huur, maar alle gemeen,
en de toevloed der Jooden zo groot [uit tientallen omringende landen en streken:
vandaar ook 'het spreken in tongen' op 't latere wekenfeest dat men tegenwoordig ook wel
pleegt aan te duiden als pinksterfeest in bepaalde christelijke groeperingen],
datze buiten de stad genoodzaakt wierden, om tenten op te slaan,
en stadspoorten den gantschen nacht open te laten {!!!},
om des morgens vroeg in den Tempel te komen,
en de feestbereidselen te
komen maken!
Waar op de H. Geest zinspeelt,
om den toevloed der heidenen op 't geestlijk feest des N.T. te vertonen, als de Profeet
Yesjayahoe {60} zegt:
"Uwe poorten zullen steeds open staan, zy zullen des nachts,
noch des dags niet gesloten worden, op dat men tot u inbrenge 't heir der Heidenen, & hunne Koningen tot u geleid worden!" Geen wonder,
zo de H. Apostelen dan vragen waar,
by wien, in welk huis, wilt gy, dat wy u het Pascha bereiden te eten?
En dat JC daar op antwoorde, gaat tot zulk eenen,
niet dat hy in 't onzeker late tot wien,
want wervaards zouden zich de H. Apostelen dan gewend hebben:
maar dus bedekt Matai den geenen, dien JC hen ontdekt,
en aangewezen had.
Want Markus
geeft een onfeilbaar kenteken van dien zekeren,
als hy zegt; dat JC twee Discipelen, Kefas & Yochanan, uitzond
van Beth Anien naar de stad, en zeide,
u zal een mensch ontmoeten,
dragende een kruik waters, tot reiniging, wassching, en
huisbehoeftens, dien mensch
zouden zy
volgen?
Het
blijft dus
'n geheim &
blijft daarna ook steeds
meer inleg- & invul-[aanvul-]kunde worden
voor de daaropvolgende 2000 jaar: verdichtsels
met de aller-'beste
bedoelingen', maar
toch
...
